Extravaganza!

mei 21st, 2013

Waumans & Victoria’s Groot Internationaal Literair Variété Spektakel is terug van heel even weg geweest. Op de dag dat in 2010 het voor Nederland enigszins succesvolle WK-voetbal begon en in België in 1923 de laagste minimumtemperatuur ooit werd gemeten (3,4 °C) staat het Spektakel in De Brakke Grond te Amsterdam.
Juist ja, 7 juni dus. Aldaar zijn te gast: Saskia De Coster! (Wij lezen momenteel haar bejubelde roman Wij en Ik – moet u ook doen), Joris van Casteren! (Met alweer een fenomenaal non-fictie boek onder de arm: Het Been in de IJsel), Andy Fierens! (De beste performer ter wereld, ongeveer), Alex Boogers in de Kutrecensie! (Wij doen al weken een beginnerscursus vechtsport) en de melancholieke muzikale pracht van Spilt Milk! (Check dat album op de VPRO Luisterpaal).
En natuurlijk die rakker van een Ivo Victoria er ook weer bij.

Kortom. Bestel uw kaartjes nu en hier. Online zijn ze namelijk 2 euro goedkoper dan aan de kassa (8,- ipv 10,-).

Down, oh down.

maart 5th, 2013

Ik keek naar de vrouw die naast me voor het rode stoplicht stond. Ze had bruin, golvend haar en een zwarte fietstas. Ze had haast, althans, ze bewoog onrustig heen en weer op haar zadel en keek voortdurend naar links en naar rechts. Vlak voor het stoplicht op groen sprong denderde er een grote truck met oplegger voor ons langs.
Deze week luister ik veel naar de plaat van Mad Season uit 1995. Een band met leden van Pearl Jam, Alice in Chains, The Walkabouts en Screaming Trees.
Het stoplicht sprong op groen en de vrouw met de zwarte fietstas en ik trokken allebei tegelijk op. Na vier keer trappen reden we nog steeds naast elkaar. Vreemd en ongemakkelijk om naast iemand te rijden die je niet kent.
Ik probeerde te versnellen. Zij ook.
Ik remde af. Zij ook.
We fietsten nu zeker twintig seconden naast elkaar, tegen onze zin, en de vrouw was het zat en zette een flinke versnelling in. Ik keek haar na en zag hoe in de bocht naar het park haar trapper de stoeprand raakte. Ze corrigeerde, slingerde naar links en miste op een haar na een passerende auto. ‘s Avonds lag ik in bed en luisterde weer naar die plaat, naar die geweldige stem van Layne Staley en hoorde hem zingen:
My pain is self-chosen
At least I believe it to be

Een zware, donkere plaat waarvan twee bandleden later zouden zeggen: ja, een donkere plaat, maar zo voelden we ons toen. Wat hadden we dan moeten maken?
The only direction we flow is down
Down, oh down

De helft van de band is inmiddels dood.

Opheffen

februari 19th, 2013

Eergisteren lag ik ‘s avonds in bed en schrok wakker uit een halfslaap omdat ik me ineens realiseerde dat ik dit jaar 36 word. Gisteravond twitterde Arne van Terphoven dat over een jaar Kurt Cobain twintig jaar dood is.
Soms is de tijd iets waar je van schrikt.
Vroeger waren mensen van zesendertig jaar stokoud. Maar nu kan ik niets anders vaststellen dan dat mensen van zesendertig jaar vandaag de dag stukken jonger zijn dan, pak hem beet, veertig jaar geleden.
Toch?
Hoe dan ook, ik wil graag stoppen met roken en las deze week het boek van Allen Carr. Volgens hem is roken slechts ‘het opheffen van ontwenningsverschijnselen’. Ik denk dat ‘ie daar een open deur intrapt maar dat mag zo af en toe best eens een keer. Gisteravond stond ik voor ik naar bed ging nog even wat ontwenningsverschijnselen op te heffen op het balkon en ik keek in de verte, naar de opstijgende vliegtuigen van Schiphol en naar het VU, waar onze zoon niet lang geleden werd geboren.
Voor onze flat, op de rotonde veertig meter lager, toeterde een auto een paar keer achter elkaar. En ik dacht aan die ochtend dat ik in bed lag, het nieuws over Kurt Cobain op mijn wekkerradio hoorde en heel lang stil bleef liggen.

Fries

januari 22nd, 2013

Tijdens mijn studententijd in Leeuwarden kaartten mijn huisgenoten en ik tot diep in de nacht. We hadden een huisgenoot die uit Wolvega kwam. Hij heette Jaco.
Jaco sprak, zoals de meeste inwoners van Wolvega, met een typisch Fries accent. Zelf spraken wij met een zeer West-fries accent, wat overigens totaal niet lijkt op het Fries, maar dat terzijde.
Tot op de dag van vandaag moet ik bij het woord blizzard denken aan Jaco. Hij kon dat erg mooi uitspreken. Het is lastig om zijn uitspraak in woorden te vangen, dus ik heb geprobeerd het te imiteren. Dit is de manier waarop hij blizzard uitsprak.
Ook denk ik nog vaak hoe hij tijdens het kaartspel éénentwintigen steevast verloor. Hij vroeg altijd een kaart teveel en zei dan kut. Dat ging ongeveer op deze manier.
Ik denk nog vaak aan toen, aan mijn vrienden, huisgenoten en aan Leeuwarden. En natuurlijk aan die keer dat de Elfstedentocht werd gereden en ik niet in Leeuwarden was maar terug naar Heerhugowaard ging om te werken bij mijn bijbaan als verkoper bij Scheer & Foppen, en dat ik dacht: volgende keer ben ik erbij.

Gezin

november 29th, 2012

Deze week zag ik een programma op televisie over het opvoeden van puberkinderen. Een gezin uit Amsterdam Oud-zuid werd gevolgd door een cameraploeg en iemand met blijkbaar veel verstand van het opvoeden van pubers.
De drie dochters zaten allemaal op hockey, want, zo zei de moeder tegen de camera terwijl ze een kunstig gestylde koffieverkeerd dronk: ‘Hockey is hier in het gezin een eerste levensbehoefte.’
Haar man was kaal en Engels.
‘Hockey is goed voor de sociale ontwikkeling,’ zei hij, in het Engels.
‘Ja,’ zei de moeder, ‘en de kinderen maken er helemaal geen probleem van want ze weten dat het erbij hoort.’
Op een gegeven moment (en un momento dado) zag je een van de dochters na haar wedstrijd in nogal blije toestand naar haar ouders rennen.
‘We hebben 5-1 gewonnen,’ zei ze, ‘en ik heb vier keer gescoord.
‘Should have been five,’ zei de kale, Engelse vader.

Intussen loopt het hier thuis gesmeerd. Onze zoon van 23 maanden ontwikkelt zich tot een uitzonderlijk voetbaltalent en als hij een giraffe ziet probeert hij zijn eigen nek uit te rekken en als dat niet lukt wordt ‘ie boos. Over ongeveer negen weken krijgt hij een broertje.

Paniek

november 9th, 2012

Vanaf deze week liggen er naast onze flat in het park een hele zooi stalen platen op het gras. Vanaf de weg liggen er twee banen parallel aan elkaar, waar wagens overheen kunnen rijden. Ze leiden naar het water en daar liggen tientallen platen in een groot vierkant.
Een enorme truck met kraan heeft ze er maandag neergelegd. Wat heeft het te betekenen?
Vanochtend hoorde ik machines ronken, er leek flink gewerkt te worden, maar vanuit het raam zag ik niets. Dat zegt natuurlijk weinig, want als je niets ziet, wil dat niet zeggen dat er niet gewerkt wordt.
Mijn tweede roman, ‘De nacht van Lolita’, vordert gestaag. Deze week voegde ik diverse verhaallijnen in elkaar en dat was een stressvol moment want ik had vier documenten geopend en moest ze uiterst geconcentreerd in elkaar schuiven en ineens kwam ik erachter dat ik scènes kwijt was geraakt en paniekerig zocht ik ze en uiteindelijk vond ik ze gelukkig weer terug in een oude versie.
Ik voegde de verloren scènes weer toe, copy-paste, sloeg het document op en ging verder met invoegen. Na een minuut of wat bleek ik in het backup-document te werken. Ik begon goddomme het overzicht te verliezen en wist niet meer welk document leidend was.
Het zweet brak me uit en in pure paniek startte ik de internetbrowser op, checkte mijn Facebook-pagina en ging daarna even twitteren.

Reigers

november 5th, 2012

We waren in Artis en liepen over een bruggetje. In het water stond een reiger en ik zag dat hij een vis uit het water viste. Het was een vis met een stekelige rugvin, geen kleintje, zeker vijftien centimeter en hij bood flink tegenstand. Maar de reiger was geen slappe en kneep en schudde met zijn snavel.
De vis bloedde uit zijn kieuw en spartelde.
De reiger stopte met schudden, keek wat in de rondte en klapte zo nu en dan met de vis op het wateroppervlakte.
Op een gegeven moment was hij het gedonder zat en besloot de vis door te slikken, zonder hierbij eerst het overlijden van de vis af te wachten. Hij manoeuvreerde het beestje met zijn kop in de richting van zijn keel. De rest ging vanzelf. De vis maakte een zwembeweging en zwom zo zijn keel in. Het leek mij hoogst onprettig om iets met opstaande stekels mijn keel in te laten zwemmen, maar de reiger leek zich er niet druk om te maken, en laten we wel wezen: ik ben geen reiger en waar bemoei ik me eigenlijk mee.
Overigens, in zekere zin ben ik wel een reiger, want ik ben zowat mijn hele leven lid geweest van de voetbalclub Reiger Boys. De meest gehoorde aanmoediging op de velden is ‘Hup reigers!’
Niet origineel, zeker niet, maar wel kort, helder, begrijpelijk en verstaanbaar. Geen verkeerde eigenschappen voor een voetbalaanmoediging, lijkt me zo.
In de laatste tien seizoenen stond ik in de spits. Vele mensen vonden mij geen goede voetballer, maar ik scoorde makkelijk en je kunt natuurlijk twee of drie keer zeggen dat een doelpunt geluk is, maar na vijftig keer wordt dat een beetje ongeloofwaardig.
Ook kreeg ik veel gele kaarten, altijd voor praten tegen de scheids.
Tijdens een invalbeurt in het eerste elftal kreeg ik na twee minuten een rode kaart omdat ik de leidsman voor mongool uitmaakte.
Dat was niet netjes. Ik werd vier wedstrijden geschorst.
Maar goed.
We liepen verder, het was koud en toen we langs de olifanten liepen, zei ik tegen mijn zoontje: ‘Kijk, olifanten!’ Hij was maar matig geïnteresseerd in de olifanten en riep ‘Bal!’ naar een grote, ronde keutel die naast de olifanten in het zand lag.

Amsterdam

oktober 31st, 2012

De dagen worden korter en er hangt een geur in de lucht waar ik blijkbaar naar verlangde. Het was een vreemde zomer met weinig zon. Ik was klaar voor de herfst en ik ben blij dat ze er is. Bladerenblazer blazen de blaadjes van de stoep en een wagen zuigt de bladeren op, slurpt de rotte resten van de zomer van de straat.
In deze tijd van het jaar mag ik graag naar afleveringen van Baantjer kijken. Ik kan me er prima bij ontspannen. In elke aflevering een verhaallijn waarin het plot altijd rond hetzelfde moment wordt ingezet en de wendingen steevast plaatsvinden in café Loewietje. Voorspelbaar en geruststellend. En dat allemaal tegen het mooiste decor denkbaar, Amsterdam.
Vrijdag fietste ik door de stad en kreeg ik weer het gevoel dat ik al een tijd niet had gehad: Ik was zielsgelukkig dat ik in Amsterdam woonde en net als nu kon ik moeilijk onder woorden brengen waarom.
Intussen heb ik alle afleveringen van alle seizoenen van Baantjer gezien. Gisteravond ben ik opnieuw begonnen, de eerste aflevering van seizoen 1 dus. Een agent vond op tragische wijze de dood en dankzij doortastend speurwerk van De Cock werd de dader dichter bij huis gevonden dan men voor mogelijk had gehouden.
Het lijk werd gespeeld door Rob Das. Dergelijke belangwekkende informatie kun je hier terugvinden.

Vroeger

augustus 27th, 2012

Het was een dag waarop ik veel aan vroeger dacht. Ik zat voor de cdkast en pakte er zo nu en dan eentje uit, luisterde naar één of twee liedjes en pakte dan weer een andere. Ik had de cd Het Beste uit de Top 40 1991 in mijn handen. Ik las de titels op de achterkant. De nostalgie deed bijna pijn en ik stopte het terug in de kast.
Bij een verzamelalbum uit 1992 dacht ik de zomervakantie in Argelès-sur-Mer. Aan dat ik ’s nachts in de tent lag en aan mijn vriendinnetje thuis dacht, dat ik haar zo vreselijk miste maar dat het desondanks de leukste vakantie uit mijn jeugd was. Toen ik thuiskwam belde ik haar op in Joegoslavië, waar zij met haar ouders op vakantie was, en toen maakte ze het uit en sneed daarmee het eerste, grote stuk uit mijn hart.
Een andere cd heette De 100 Beste Nederpop Hits. Dit album hadden we tijdens onze studententijd gekocht, verplicht, nadat we al een maand niets hadden aangeschaft bij de ECI.
Op De 100 Beste Nederpop Hits stonden een aantal nummers van Kadanz.
En ook als ik naar de liedjes van Kadanz luister, doet vroeger bijna pijn.

De beste dagen

augustus 2nd, 2012

Ik fietste door een lege stad. Deze dagen – eind juli, begin augustus – zijn de beste dagen van het jaar. Het is dan rustig in de stad, iedereen is op vakantie en meestal is het best redelijk weer. Ik word er altijd heel rustig van als vijftig procent van de bevolking in een ander land op vakantie is. Het land wordt er beter van. Eigenlijk wordt alles er beter van. Ik reed door het park en het begon ineens te regenen. Ik schuilde onder een grote eik, haalde het HEMA-regenpak van 12 euro uit mijn rugzak en trok hem aan. Naast mij stond een jonge gozer. Hij had lang, zwart haar en de zijkanten van zijn hoofd had hij kaalgeschoren. Hij droeg een t-shirt, een blauwe spijkerbroek en beige All-Stars. Vooral dat laatste stelde mij op een vreemde manier gerust. (De jeugd draagt nog All-Stars, het komt allemaal goed.) Ik trok mijn regenpak aan. De jongen keek naar mij. Ik kreeg de indruk dat hij mijn regenpak nogal tragisch vond. Wacht maar, dacht ik, ooit kom jij erachter dat in de regen imago niets waard is. En ik trok de capuchon over mijn hoofd, snoerde de twee koordjes stevig aan en vervolgde mijn weg. Ik fietste verder, over de Overtoom, rechtsaf het park in. In het park hing een heerlijke geur die me aan Australië deed denken. De regen in het park rook naar Australië in maart. En ik werd weemoedig en dacht aan mijn andere reizen en vroeg me af of ik daar op dat moment wel genoeg van had genoten.