Turn around, spread the sound!

22 maart 2006

Ik houd van Alkmaar. En de liefde lijkt vooralsnog wederzijds te zijn. Natuurlijk, we hebben onze kleine ruzies en misverstanden. Vooral de misverstanden lijken de laatste tijd de overhand te voeren. Zo denkt mijn kaasstadje de laatste tijd dat ik erg gesteld ben op draaiorgels. Ik zie niets anders meer. Draaiorgels. Begrijp me niet verkeerd. Ik hou van traditie en cultuur. Maar daar wringt de schoen. De spreekwoordelijke schoen, welteverstaan.
Draaiorgel. Het woord suggereert dat er, als men eraan draait er orgelmuziek weerklinkt. Nou vergeet het. Dat draaien gebeurd niet meer handmatig en het geluid komt uit speakers. Zelfs het duwen van de kar vindt gemotoriseerd plaats. Het is niet best. De orgelman ( zelfs die titel vind ik overigens sterk overdreven, laten we hem orgelbeheerder noemen) plaatst een muziekblad in het apparaat en hup, daar gaat ie. En als de muziekkeuze nou nog stijlvol was, a lá!. Maar nee, je kunt Frans Bauer, 2Unlimited of Jan Smit in órgelgeluiden verwachten. Alsof het origineel niet erg genoeg zou zijn.
De orgelbeheerder. Hij (het zijn altijd mannen) weet het voor elkaar te krijgen om met een stalen gezicht dicht bij de kar te gaan staan (dat is op zich al bewonderenswaardig) en met een metalen bakje op de maat mee te schudden.

Als ik dat zie, dwalen mijn gedachten af naar de Draaiorgelschool. Ik ga er vanuit dat die bestaat en als die bestaat, staat ie hoogstwaarschijnlijk in Drunen. Natuurlijk bestaat de Orgelschool. Je kunt mij niet wijsmaken dat alle orgelbeheerders van nature tegelijkertijd zo’n uitgestreken smoel kunnen trekken, een blik geld in de maat kunnen mee schudden én als klap op de vuurpijl ook nog verschrikkelijk in de weg kunnen lopen. Dat laatste lijkt me een typische afstudeeropdracht. Dat gezicht trekken en met een bak geld schudden valt mijns inziens makkelijker te leren dan het efficiënt en doeltreffend in de weg lopen. Ik noem het oneerbiedig in de weg lopen, maar het zal in draaiorgeljargon anders heten. Het zal een naam hebben, die de actie nog mooier maakt dat ie in werkelijkheid is. Zoals bijvoorbeeld het woord consequentie de lading mooier dekt dan het woord betekent.

Het in de weg lopen. Het is niet gemakkelijk. Je hebt namelijk met mensen te maken. Het is zaak om van grote afstand de looprichting van de passant te bepalen en deze, quasi nonchalant, te doorkruizen. Het doorkruizen moet relaxed gebeuren maar wel vastberaden. Op het moment dat de passant beseft dat zijn geplande looprichting wordt geblokkeerd is het tijd voor vriendelijk, maar wederom, vastberaden oogcontact. Het oogcontact moet allereerst een portie vriendelijkheid bevatten maar vooral dwang. Dwang om te geven. En veel ook.
Bij passanten met kleine kinderen is het relatief gemakkelijk. Hier is het lichtelijk buigen, glimlachen en knikken naar de kids voor de ouders voldoende om te geven. Gul, want de dreumes lacht immers weer.
Het wordt lastiger bij zakenmannen, winkeliers en groepen scholieren. Zij hebben een ander doel. Zij willen niet vermaakt worden. Ze willen even rust. Het is even pauze.

Het gaat nog een keer gebeuren dat ik een bak water door mijn slaapkamerraam naar beneden donder. Bij voorbaat mijn excuses voor onschuldige slachtoffers. De orgelman was mijn target!

Verjaard

17 maart 2006

Alles wees erop dat het een rustige week zou worden. Totdat de Osmanie (bekend van o.a. de hit: Hoeren, hoeren, waar zijn jullie nou? Laat de Osmanie niet in de kou!) op het lumineuze idee kwam om Javier z’n verjaardag te doordrenken met alcohol. Veel alcohol. Zo geschiedde.

Met de aangeslagen Ron (We aRe!) in onze gelederen gingen we verder waar we de vorige keer in Cafe Cuba gebleven waren.
Wat later op de avond werden we getrakteerd op een ietwat zonderlinge man van Afrikaanse afkomst. We werden ouderwets de les gelezen. Nee, nee, we moesten nu maar eens naar hem luisteren. De afgelopen 600 jaar hadden ‘zij’ naar ‘ons’ moeten luisteren. Dat werk. De Osmanie gaf, op een wijze die enkel naturel kan worden genoemd, de zonderling een knuffel en zond hem de donkere, koude nacht weer in.

Out of Africa

13 maart 2006

Halverwege de Verdronkenoord raakte ik de tel kwijt. Ik was er met mijn gedachten niet bij.

Het gaat namelijk eindelijk gebeuren: De Afrikaanse stammen komen naar Nederland! Ik wacht er al jaren op. En eindelijk gebeurd het dan toch. Dankzij SBS6.

Ik kan me nog goed herinneren dat ik een jaar of 5 was. Mijn moeder bracht me naar de kleuterschool en nam afscheid van me bij de ingang. Toen ze vertrok begon ik te huilen. Mijn moeder draaide zich om tilde me op. “Wanneer komen de Afrikaanse stammen nou?” kon ik nog snikkend uitbrengen. “Komt goed, komt goed. Later als je groot bent komen ze echt”, suste mamma.

De Afrikanen zullen gehuld in enkel een lapje voor het kruis de Dirk vd Broek instappen. Met speren de slagerij betreden en met beschilderde gezichten de jus in het kuiltje in de stampot gieten. Ze zullen het hier fantastisch vinden. Wie gaat ze de spannende verhalen van Mohammed B. en Volkert van der G. vertellen?

Binnenkort: Het Schrift

12 maart 2006


Niet lang na nu. De eerste publicaties uit Het Schrift

Amsterdamned!!

12 maart 2006

Als vanouds is afgelopen vrijdag Amsterdam weer eens onveilig gemaakt. Met een dosis gezelligheid waar Gordon en Joling nog een taartpuntje aan kunnen zuigen, streken de kornuiten uit Alkmaar en omstreken rond etenstijd in Cafe Cuba neer.

Vervolgens werd me daar toch een partijtje gogme en poeha neergezet. Wat wil je ook! Een krappe zes en wat halve meters ellende kwamen hun stijl even droppen! Check de pic!

Shoarma

9 maart 2006

Als je langsloopt, weet je het vaak al. De shoarmatent. Het bevindt zich in een straatje die er niet toe doet. Nooit in een hoofdstraat. Dan hoeft ook niet. Mag zelfs niet. Vaak hangt er een bord met Shoarma. Soms Shawarma. Heel vreemd, maar beiden gevallen volstrekt overbodig. Je weet het namelijk al.

Je kunt er het beste rond een uur of negen ’s avonds komen, of rond vijven. Rond vijven zijn ze nog vriendelijk. Rond negenen is je broodje snel klaar.

De tafels zijn gelakt en plakkerig. De stoelen oncomfortabel. Het is de bruinkroeg onder de eetcafés. De medewerkers lijken bijna altijd in een heftige discussie verwikkeld. Althans, als ze in hun eigen taal converseren. Ik versta er geen moer van, maar meestal vermoed ik een serieuze familievete.

Meestal is er één baas. Hij is regelmatig voorzien van hele dikke, zwarte, mysterieuze wenkbrauwen waaronder twee guitige oogjes prijken. De baas leunt vaak met één hand op de shoarmagrill en kijkt, met zijn lichaam half gedraaid, richting zijn medewerkers. Hij zegt heel vaak wat, maar wat hij precies zegt blijft voor mij een raadsel. Vaak reageert er niemand en gebeurd er niets meer of minder. Heel vreemd.

Een échte shoarmaboer serveert z’n broodjes shoarma in een bruin bamboebakje. Ordinair servies is niet gewenst.

Het kan lang duren voordat je je broodje krijgt. Dat hoeft niet erg te zijn. De daadwerkelijke trek in het broodje kun je dan op je gemak opbouwen. Dit opbouwen versnelt zich vaak op het moment als de sauzen al wél op tafel worden gezet. In gedachten pak je je broodje vast, kijk je hem verliefd aan en raak je in een innige omhelzing met je nieuwe aanwinst. Dat de knoflooksaus zich als een olievlek over je gezicht verspreid heb je niet door. Ook al had je het door, je accepteert het. Je accepteert je broodje shoarma zoals ie is. Hard van buiten, zacht, warm en pittig van binnen.

Als het broodje komt, kan het tegenvallen. Of niet. In het laatste geval heb je je intuïtie goed gevolgd. Je wéét immers wat een goede shoarmatent is. Als je maar naar jezelf durft te luisteren.

Het is mooi als het broodje geserveerd is zonder een servetje eronder. Het is geen ramp als het wel zo is, maar het zou mooier zijn zonder. Daarnaast is het een goede zaak dat, als je het broodje in je handen hebt, er nog ongeveer 2 á 3 happen shoarma in het bakje liggen. Ik zie het altijd als een soort toetje. Samen met 4 scheppen knoflooksaus kan dit de ideale afsluiter zijn. De knoflooksaus lijkt een belediging voor het broodje op zich, maar dat is een misverstand. Dit is een duidelijk geval van elkaar versterkende factoren. De Wim Jonk en Dennis Bergkamp. De koffie en de sigaret. De alcohol en de flirt.

Ervaren mensen weten het, de naïevelingen niet. De naïevelingen bestellen een tweede broodje shoarma. Funest voor de shoarmabeleving. Vergelijkbaar met 2 weken wintersport. Hartstikke lekker, maar teveel van het goede.

6 maart 2006

Osmanie Bin Laden (anno 2006)

Mannelijkheid

6 maart 2006

Zoals wellicht enkele van jullie al eens is opgevallen, ben ik een man. Ik moet eerlijk zeggen dat ik erg blij ben met dit feit, om niet te zeggen onwijs tevreden.

Ik hoef niet te baren, word vooralsnog niet gediscrimineerd en er wordt niet van mij verwacht dat ik mijn oksels scheer. En als dat wel van mij verwacht zou worden, zou ik dat hoogst opmerkelijk vinden. Desalniettemin heb ik zo mijn vrouwelijke kanten die over het algemeen door mijn omgeving als acceptabel worden ervaren. Eén enkele eigenschap wordt mij echter niet in dank afgenomen. Althans, niet door de mannen. Ik keek Sex and the city, en niet zo zuinig ook. Stuk voor stuk. Enkele maanden geleden was het schier onmogelijk een afspraak met mij te maken na acht uur ’s avonds.

Het was ernstig. Op verjaardagen vervoegde ik me toendertijd bij de vrouwen om de laatste avonturen van de chicks in the city te bespreken. De mannen keken mij vreemd en een tikkeltje jaloers aan. “Nee ik hoef geen bier, doe mij maar een Cosmopolitan”, hoorde ik mezelf zeggen. Onderwijl keek in afkeurend naar de slechte combinatie van mijn beste vriend. Blauwe jeans met longsleeve, pfff, dan kan écht niet meer.

Op vrije dagen zat ik met een slobbertrui en mijn laptop bij het raam en rookte ik sigaretten. Ik klaagde over slechte bedgenoten en kocht per week vijf paar schoenen. Langzaam voelde ik mezelf wegglijden in de een fenomeen die vrouwelijkheid heet en was me bewust van de ernst van de situatie. Toen ik rond de kerst rode oorbellen kocht, werd het tijd voor actie. Ik heb mezelf twee dagen opgesloten met drie kratten bier en vijf pornofilms. Het hielp niet.
The Russian, Jimmy Choo, Mr. Big ga d’r halen! Mr. Pussy.
Hey kid…
Met een prop in mijn keel nam ik afscheid van de city.

Help! Ik wil mijn mannelijkheid terug! Wanneer wordt Tour of Duty weer herhaald?

Klantenservice

4 maart 2006

‘Goedemiddag u spreekt met de klantenservice, met Daan, waar kan ik u mee van dienst zijn?’
‘Hallo, u spreekt met mij. Voordat ik van wal steek voor wat betreft mijn probleem wil ik graag weten wie er bij u bepaald dat ik naar Jamie Cullum moet luisteren tijdens de wachttijd.’
‘Wat is uw klantnummer, meneer?’
‘Maakt niet uit, jongeman, daar gaat het even niet om. Ik had het over Jamie. Doordat ik inmiddels al vele malen met uw helpdesk gebeld heb, associeer ik Jamie inmiddels met jullie bedrijf en de problemen die ik daarmee heb. Jamie is voor mij het vleesgeworden falend telecombedrijf. Dan kan toch niet de bedoeling zijn van Jamie z’n platenmaatschappij, denk je ook niet?’
‘Eerlijk gezegd wordt ik hier niet betaald om met u mee te denken, meneer. Het is voor mij even omschakelen’
‘Voor mij ook Daan. Het is inmiddels zo erg dat ik laatst op een verjaardag er nogal een zooitje van gemaakt heb. Toen op een gegeven moment iemand Jamie in de cd-speler stopte, brak er iets in mij. Snap je dat jongeman?’
‘Excuses meneer, ik zit sta nog steeds niet in de meedenk modus .’
‘Mooi. Snap je ook dat alle aanwezigen het slecht konden waarderen dat ik vervolgens als een dolle hond alle flessen door de kamer begon te smijten en hierna geprobeerd heb om het volledige meublement in de fik te steken?’
‘Het begint langszaam te komen, meneer. ’
‘Besef je dat dit zelfs een relatie met de liefde leven van mijn leven in de weg kan staan? Stel je voor dat ze aan mij vraagt om nog even een kopje koffie te komen drinken en vervolgens Jamie Cullum opzet. Je weet wel, voor de sfeer.’
‘Ja verrek ik begin u nu te begrijpen, meneer, dan bent u mooi de lul.’
‘Inderdaad Daan, dan ben ik de pineut. Allemaal door Jamie. Maar goed, hoe laat komen jullie morgen langs om nu wél mijn ADSL-lijn aan te sluiten?’
‘Wat is uw postcode en huisnummer meneer?
‘1800NK, nummer 1.’
‘Hmmm helaas, meneer dat is niet correct’
‘Daan?’
‘Ja.’
Ga jij me nu vertellen dat ik mijn postcode zit te verzinnen?’
‘Verdikkeme, ik viel even terug in mijn oude patroon. ’
‘Wellicht staat mijn achternaam wel in je systeempje Daan? Waumans is de naam.’
‘Ah, hier heb ik het. Eens even kijken…tussen acht uur ’s ochtends en vijf uur ’s middags komen we langs meneer.’
‘Kun je iets specifieker zijn Daan?’
‘Nee, helaas.’

Ook voor Daan was het even wennen, die klantenservice.

Geld in mijn hand, a.u.b…

4 maart 2006

Wat is dat toch? Als ik mijn zuurverdiende geld overhandig aan een kassamedewerker verwacht ik het wisselgeld ook terug in mijn hand. Zodat ik niet zo onhandig met mijn handje opgehouden moet aanzien dat die vlerk het geld vlak voor mijn hand op de counter legt. Bastard!