Mickey

30 december 2008

Muizen zijn de gruwelijkste dieren van het hele dierenrijk. Dat vindt mijn vriendinnetje. Dus niet allesverscheurende tijgers en panters – de overtuigende mening van neefje Stijn – maar muizen. We wonen in een huis waar de vorige bewoners een doos muizengif hebben achtergelaten. Dit was niet handig van de vorige bewoners, want dat was koren op de molen van mijn muishatende huisgenoot schoonheid.

Zo kan het dus gebeuren dat je lekker op een uiterst riante hoekbank naar – pak hem beet – Ajax zit te kijken en ineens wordt vastgegrepen. Dit vastgrijpen gaat gepaard met een ijselijke kreet. Je schrikt je helemaal de kolere, denkt eerst nog dat Dario Cvitanich een eleboogstoot heeft gekregen, voor je neus, op tv, en dat je dat gemist hebt, maar dat blijkt niet het geval.

Nee. Er klinkt een muisgeluid uit de keuken.
Serieus!

Je gaat dan gehurkt door het huis lopen. Naast elkaar, als indianen (ik weet niet of indianen echt zo lopen, maar ik kan het me goed voorstellen). Je maakt geluiden, zodat de muis weet dat je eraan komt. Na een minuut of wat bereik je de keuken, want daar komt het geluid toch ècht vandaan. Dan ben je op alles voorbereid. Je luistert goed en met je rechterarm bescherm je je liefje. En dan, als je pose op z’n koddigst is, vind je jezelf terug met je hoofd tussen de vuilnisbak en de koelkast. En concludeer je dat het geluid afkomstig is van de compressor van de koelkast. Die vrolijk de freon door het koelelement pompt. Zoals dat hoort.

Kerst

29 december 2008

Om in de meest pure vorm van kerstsfeer te komen, bezochten we op kerstavond een Nachtmis in de Vredeskerk. Het was tyfusknalkoud en binnen mocht niet gerookt worden. Ik vond beide niet erg, maar ik wil het nog even gemeld hebben.

In de kerk brandden veel kaarsen. Ik doneerde € 0,50 in een collectebus. Het was mijn laatste geld, dus ik concludeerde dat mijn plekje in de hemel nu toch wel gereserveerd moest zijn.

We zaten op de laatste bank, de middelste rij. Bij de ingang mompelde een dronken man een gesprek. De vrouw met de kerkboekjes zei “Nee, mijnheer, dat soort liedjes zingen wij niet”, tegen hem, heel hard.

Naast me zaten twee mensen. Het leek me een soort tokkie-stel.
Zij draaide en schoof voortdurend heen en weer en bleef maar praten, zelfs tijdens de dienst.
Hij gaf voortdurend commentaar op alles dat zich voor ons afspeelde.
Als er gezongen werd, zei hij: “lekker cd’tje”
Als de pastoor een hostie omhoog hield, zei hij: “Zit er boter op?”

In het begin ergerde ik me heel erg aan die twee. Ik overwoog zelfs een diepe zucht en een dodelijk blik. Maar toen bedacht ik me dat ik in de kerk zat. En dat intolerantie niet ècht in Gods huis thuishoorde. Of in een Moskee.

Vanaf dat moment voelde ik heel veel rust en vrede.

Backfire

22 december 2008

Zaterdag heb ik gevoetbald (eerst helft offensief spel van beide kanten, slordigheden in de verdediging én aanval. Arbitrage was teleurstellend. In de tweede helft zorgden we vanaf de rechterflank zo nu en dan voor dreiging, maar trokken desondanks aan het kortste eind. 6-3 verloren) en dus had ik zondag enorme spierpijn.
Dientengevolge plofte ik gisteren op onze royale hoekbank met de intentie om er niet meer af te komen. Dat is gelukt, want dat was – fysiek gezien – simpelweg onmogelijk. Mijn vriendinnetje zorgde zo nu en dan voor wat voedsel. Toen we naar bed gingen, ondersteunde ze mij, als een verzorger op het voetbalveld.

Zelfs nu nog voelen mijn benen als twee rare dingen die niet van mij zijn. Ze bewegen op een manier zoals ik het niet bedoel. En soms bewegen ze helemaal niet, terwijl ik dat wel wil.

Ziezo, u bent weer even op de hoogte.

Detroit

19 december 2008

Ze sprak expres luidruchtig en met veel gebaren. Met regelmaat gooide ze er een perfect Amerikaans-engelse zin doorheen. Ook dàt deed ze bewust, alleen maar om ons haar formidabele engelse spraak te laten horen.

“Het was zo’n vieze vent, I went totally ballistic!”
Ze hield haar handen op schouderhoogte, met de palmen naar ons toe, en spreidde haar vingers bij het woord ballistic.

Ze zoog aan haar sigaret, tot haar wangen bijna hol waren.
“Waar heb je gewoond?”.
Iemand vond haar blijkbaar geen bitch.

“Ik woonde in Detroit, Michigan”.
Nederlanders noemen nooit een Staat na een stad. Wij zeggen gewoon Detroit.

Ik vond haar een bitch.

Toeval

16 december 2008

Het toevalsmysterie is opgelost. Vandaag overkwam me namelijk wederom hetzelfde. En da’s geen toeval meer. Da’s tovenarij. En dat bestaat niet. Ik had geen Shuffle aangetikt, maar een los nummer. En braaf als mijn iPod is, speelde ie vervolgens alle nummers op alfabetische volgorde af.

Zo simpel kan het leven zijn.

Lot

15 december 2008

Stel, je hebt een iPod waar op de kop af 2159 nummers op staan. Je speelt alle nummers met shuffle af, dus dat betekent dat je in theorie dik honderdrieenveertig uur muziek kunt luisteren. Ongebroken. Dan hoor je een nummer van Oasis, laten we zeggen: Don’t Look Back in Anger. Van dat nummer weet je dat ie twee keer op je iPod voorkomt. Eén keer van het album Morning Glory en één keer op Stop the Clock. De kans dat ie gelijk na dat nummer hetzelfde nummer van het andere album afspeelt is precies 0,04%. Volgens mij.

Dan wordt ie gelijk na dat nummer afgespeeld.

Je schudt met je hoofd en tikt het nummer door naar de volgende. Want toeval of niet, twee keer achter elkaar is teveel.

Dan hoor je Alive van Pearl Jam. Van dat nummer weet je dat er één studioversie op staat én een live-versie. De kans dat je gelijk na het nummer die live-versie krijgt te horen is volgens mij wederom 0.04%. Denk ik.

Dan hoor je gelijk na dat nummer dus toch die live-versie.

Je schudt je hoofd weer en uit puur ongeloof tik je hem vijf nummers door.

Dan hoor je weer Oasis. En omdat je vrijdagavond een documentaire van Oasis hebt gekeken, trek je het nummer Acquiesce heel goed. Ook hiervan weet je dat ie één keer op The Masterplan staat en één keer op Stop the Clock. De kans dat ie nu nog een keer komt is nu iets groter geworden, want van de 2159 nummers zijn er inmiddels al een paar afgespeeld.

En dan komt ie gelijk na dat nummer nog een keer.

Stel dat dat allemaal echt gebeurde, op je fiets. Terug naar huis fietsend.
Zou je dan een staatslot kopen?

Wit Licht 2

13 december 2008

Bij ons op kantoor staan twee zwaar lelijke kerstboompjes. De één staat bij mij op het bureau, de ander bij een ander. Ze zijn wit en te overduidelijk niet echt. Het metalen geraamte is niets meer dan een rekje met lichtjes erin. Maar als ie aanstaat, en het plastic engelenhaar het licht van de lampjes heel mooi dempt, dan is ie prachtig. Heel erg Wham!, heel erg Mariah Carey en heel erg Chris Rea.

Dus duik ik elke ochtend, nog voor ik mijn pc aanzet, onder het bureau en druk ik de stekker van het boompje zo snel mogelijk in het stopcontact. En alsof ik jullie daarmee nog niet genoeg heb geïnformeerd, show ik hier ook nog even een foto van het hele tafereeltje. Aardig hè?

Wit Licht 1

12 december 2008

Omdat mijn vriendinnetje hele nobele dingen doet bij War Child, zaten we gisteren bij de pubiekspremière van Wit Licht. We waren niet de enigen. Ik telde zeker zeshonderd anderen (gewoon de mensen op één rij tellen, dan de rijen optellen, vermenigvuldigen. Dan de loges een beetje gokken, en voilá). Onderweg naar Tuschinski was ik natgeregend door een koud decemberbuitje en daar was ik zeer ontstemd over.

Naar aanleiding van Wit Licht doe ik hier een elftal pittige en welgemeende uitspraken. Hier zijn ze:

• Marco Borsato acteert vrij goed;
• Dat jochie, het zoontje van Marco Eduard, speelt echt belabberd. Bah!
• Adu, het ventje dat een War Child wordt, speelt gewéldig!
• Thekla Reuten is bloedje, bloedjemooi;
• Kerels die kids rekruteren zijn geen rebellenleiders, maar teringleiers;
• De film komt moeizaam op gang, maar op een gegeven moment loopt ie;
• Popcorn was vies;
• Afrika is een prachtig continent;
• Je bent al voor 5 eu’tjes een Friend van War Child;
• Ondanks dat Marco een prima acteerprestatie neerzet, had ik toch bij veel scènes het gevoel dat hij ieder moment in de camera ging kijken en “Ik leef niet meer voor jou!”, zou gaan zingen.
• Een natte spijkerbroek zit voor geen meter. Ook niet op een luxe, zachte stoel.

’t Is weekend. En het belooft waterkoud te worden. Houd er rekening mee.

Omfietsen

11 december 2008

Het is vreemd. Als ik ‘s ochtends naar mijn werk fiets, volg ik telkens dezelfde route. Gewoon, Overtoom afrijden, links de Nassaukade op, rechts over de Elandsgracht, tot de Singel en dan links. Simpel, en ik ben er elke ochtend van overtuigd dat dit de allersnelste route is. Vreemd genoeg, ‘s avonds, als ik na een dag noeste arbeid naar ons huisje rijd, kies ik steevast voor een andere route. Gewoon, singel uitrijden, rechts de Raadhuisstraat op, Rozengracht, links de Marnixstraat, rechts Kinkerstraat en dan de Overtoom op.

De ochtendroute lijkt dan ineens omrijden van de bovenste plank.

Spiegel

10 december 2008

Mijn bovenbuurman en ik hebben hetzelfde ritme. Bijna elke ochtend stappen we exact op hetzelfde tijdstip de deur uit. De eerste keer leidde het tot een ongemakkelijk gesprek, waarbij ik engels sprak (?) en hij dus ook, en hij even later tegen mijn vriendinnetje ‘goedemorgen’, zei.

Als snel vond ik onze ochtendontmoetingen niet meer zo leuk.

‘s Ochtends ben ik niet op mijn best. Mijn ochtendhumeur is onmetelijk groot. De bovenbuurman daarentegen lijkt te zijn voorzien van een ochtendeuforie die me doet denken aan een clown. Hij is altijd erg in zijn nopjes.

Deze ochtend was mijn ochtendhumeur wederom fors. De chagrijnigheid stroomde door het huis, over de trap, door de keuken. Ik keek erg uit naar mijn vrije avond. Hij was er ook weer, daar in de trappenhal. Hij vroeg me of we binnenkort een borrel wilden drinken, bij hun thuis, gezellig. Om eens kennis te maken. Vanavond bijvoorbeeld, als het ons schikte. Ik irriteerde me aan zijn vriendelijkheid. Ik voelde me een monster.

“Hmm”, zei ik, met mijn meest bedenkelijke uitdrukking.

Vanavond wil ik met mijn vriendinnetje koffie drinken op onze hoekbank.
En dozen uitpakken.
En voetbal kijken.
En kabels wegwerken.
En de was doen.
En een boek lezen.
En schrijven.
En vroeg naar bed.

Ik zei dat het me leuk leek. Maar mijn gezicht zei heel wat anders.
Dat zag ik, in zijn ogen.