Duim

28 april 2008

Er zaten niet veel mensen in de bus. Helemaal voorin zat een stel van rond de vijfenzestig jaar. De vrouw drukte op het knopje, zodat de buschauffeur wist dat ze heel graag uit de bus wilde stappen.

“Gaan jullie neuken?”, vroeg iemand die teveel gedronken had. Gegeneerd keek ik snel door het raam naar buiten. Ik zag een ouderwetse kinderwagen in een grasveld staan. Te Koop, stond op een bordje gekalkt.

“Als het even zou kunnen?”, zei de vrouw. Ze stapten de bus uit. De man met de grote snor keek nog even naar binnen. Hij stak zijn duim op.

Er Was

27 april 2008

Er was iemand die vond dat ik altijd wel mijn woordje klaar had. En dat hij daar ook wel om moest lachen.

Er was iemand die een foto gaf, waarop hij en Kluun waren te zien. Boven Kluun stond een tekstwolkje met de woorden “Who the fuck is Rob Waumans?” De foto zit in een mooie lijst met aan de achterkant z’n dingetje dat je uit kunt klappen zodat je het lijstje kunt neerzetten.

Er was iemand die mij een boekje gaf van Tjitske Jansen. In het boekje begint elke alinea met Er Was. Zoals je merkt heb ik het boekje vandaag best veel gelezen.

Er was iemand die mijn columns van het personeelsblad had gebundeld in een mooie bundel. Ze heeft er ook een voorwoord bij geschreven die mij diep raakte.

Er was een bepaald iemand die de moeite had genomen om een speech van zeker anderhalf A-4’tje voor mij te schrijven. Ook dat liet me niet koud.

Er was iemand die een hele middag fotootjes en teksten heeft uitgeknipt en dat op een grote kaart heeft geplakt.

Er was iemand die had gezegd dat ‘hij zeker niet op mijn afscheidsborrel wilde komen’. Ik wist niet eens dat ik hem had uitgenodigd.

Er was iemand die zei dat hij veel van me geleerd had. Ik vond dat heel mooi. Het zat de hele avond in mijn hoofd. En vanochtend nog.

Bedankt dat je dat zei.

Er was iemand die zei dat het beter was zo. Dat het allemaal jammer is dat dingen eindig zijn maar als je je hart volgt, er eigenlijk niets mis gaan. Ik had heel hard geknikt en zei “Ja, absoluut!”

Er zei iemand dat ie van me hield.

Er was iemand die het jammer vond dat ze mijn verhalen niet meer kon lezen. Ze gaf me briefpapier en haar adres. Zodat ik mijn verhalen naar haar op kon sturen. Ik zei dat ik zeker zou schrijven, maar dat ze dat ook gewoon op mijn site kon bekijken. Dat zou ze zo snel mogelijk doen, had ze gezegd.

Er was een heel lief iemand die me een kaartje had gestuurd. Toen ik thuiskwam las ik: ‘Het zal wel lastig zijn, lief. Na acht jaar afscheid nemen van al je collega’s’

Toen ik naar bed ging, wilde ik de wekker zetten. Maar ik bedacht me toen, dat ik dat voorlopig niet meer hoef te doen.

Jesus

25 april 2008

Gelezen op toiletdeur in London:

In het rood: “Jesus Saves!”
Daaronder, in het zwart: “And Giggs scores in rebound”

Bij Mij

22 april 2008

“Er staan enkele juweeltjes van liedjes op de nieuwe cd van Acda en De Munnik”, zei vriend J. Zal wel meevallen, dacht ik. Hij zette de stereo aan. Propte de cd in een de speler en selecteerde nummertje drie.

Als ik weer wakker word in diepe nacht
En weer de droom de dag niet heeft verzacht
Kijk ik in halfslaap stiekem toch opzij
En denk je hier bij mij

Ik kreeg kippenvel.

Of als ik wakker word, nat van paniek
Dat ik niet weet meer waar ik ben zo ziek
Dan denk ik hoe het was, het was toen jij
En ik denk je hier bij mij

“Ik kreeg tranen in mijn ogen toen ik het voor eerste hoorde”, zie J.
“Ow”, zei ik.
En dacht aan mijn laatste tranen.

Wie in bed stapt met beschadigd hart
Geeft aan zijn droom al snel een slechte start
Maar soms drink ik mezelf zo schadevrij
Dat ik jou denk bij mij

“Dit nummer heeft Thomas geschreven toen hij zijn relatie had verbroken”, zei J.
“Ssssst”, zei ik.

Ik heb dat jij en ik maar aangehouden
Maakt jou het uit, ‘k weet dat dat je ‘t nooit vertrouwde
Maar ik heb jou niet nodig om van jou te houden
Ik denk je hier bij mij

Nummertje drie kwam rechtstreeks bij me binnen.
Ik kuchte binnensmonds een brok uit mijn keel.
“Nog een biertje?”, vroeg J.
“Lekker”, zei ik. En spoelde met bier de rest van mijn brok weg.

Veilig

20 april 2008

Ik wil graag een paar beveiligers in dienst nemen. Niet dat ik veel ellende verwacht, maar het lijkt me wel zo netjes als dat even geregeld wordt. Er gebeurt tegenwoordig van alles op straat. Marokaantjes die mijn vriendin uitschelden, omdat ze een vrouw is. De Amsterdammer van vijftig die vriend M. toeschreeuwt dat ‘ie hem wel effe op z’n bek zal timmeren’.

Het gebeurt zo vaak dat ik vind dat wij, de burgers, recht hebben op beveiliging. We kunnen inmiddels wel concluderen dat de beleidsmakers het niet voor elkaar hebben gekregen de onderlinge verstandshoudingen wat te verbeteren. Maar beveiliging hebben ze wél. Terwijl ze óns oproepen om elkaar aan te spreken op zaken die niet door de beugel kunnen.

Maar goed. Beveiliging dus. Mijn voorkeur gaat uit naar een gezellig team security-dudes. Sterk, stoer en meedogenloos, maar wel gezellig. Zo’n clubje waar je vrijdagmiddag een borrel mee gaat drinken. Die je thuis laat mee-eten. Ik gok op een vriendschap met de beveiligers.

Heerlijk moet dat zijn. Altijd iemand die naast je staat en helpt als het fout gaat. Zonder angst zou ik dan mensen aanspreken. Als die klere lijertjes weer zo grote mond hebben, zou ik ze grijpen. Samen met mijn maatjes natuurlijk. Die Amsterdammer zou ik vertellen dat ie effe snel normaal moet doen en zich als een volwassene moet gaan gedragen.
Ik zou om acht uur ’s avonds op straat gaan lopen. En elke kind dat jonger dan veertien jaar is naar huis sturen. Bij een grote mond draai ik z’n oor om. Zoals het hoort.

Maar helaas. Dure beveiliging is alleen weggelegd voor mensen die domme, domme dingen zeggen. Dus ik zeg – samen met de rest – maar niets.

Lokfiets

16 april 2008

Het was niet de makkelijkste periode uit zijn relatief jonge leven. Zo van het vertrouwde Alkmaar naar de Grote Stad. Daar stond ie lekker droog en beschut in de berging. En hier werd hij in één keer dakloos. Dat is heftig, daar heeft een fiets last van. Precies zestien nachtjes heeft ie het volgehouden.

De eerste tien keer dat ik van het station naar de fietsenstalling liep, was ik zichtbaar gespannen. Staat hij er nog? Zit alles er nog op? Een Gazelle Orange HN8 met gekoelde remschijven is immers een opvallende fiets. Zeer in het oog springend en dus een vandalisten-magneet.

Elke dag stond hij nog steeds keurig op zijn plekje. Dus na twee weken groeide mijn vertrouwen. “Die dieven denken blijkbaar dat het lokfiets is”, grapte ik eergisteren nog tegen een vriend. Zo’n mooie fiets tussen al die rommel, dat kan niet kloppen. Daar zit de politie achter, moeten ze gedacht hebben. ‘Ze’ zijn in dit geval de eencelligen die zich doorgaans bezig houden met het stelen van andermans eigendommen. De low-lifes. De triestelingen. De sukkeltjes.

Welnu, vertrouwen alom. Tot eergisteren. Vanaf tachtig meter zag ik het al. Ik wist gelijk dat ie weg was. De dubbelwandig aluminium velgen schitterden niet meer in de zon. Zijn geïntegreerde LED koplamp (met naafdynamo) lachte mij niet meer toe. Het AXA-defender slot inclusief ketting, heeft het moeten afleggen tegen laffe dieven met een betonschaar.

Een ander mens neemt vanaf dinsdag plaats op mijn zadel met verende zadelpen. En ik hoop dat hij, op míjn Silver/Blue Limited Edition, snoeihard door een tram wordt aangereden.

Een Jaar

16 april 2008

Meneer begaf zich op de Dag des Heeren richting Egmond. Aan Zee. Het beloofde een mooie dag te worden. Aangezien ik door mijn hardwerkend liefje vroeg mijn bed was uitgejaagd, arriveerde ik er op tijd. Ik positioneerde mijn troon vlak voor de duinen. En zat er, wat je noemt, als een koning bij. Toen ik mijn blauwe handdoekje als een visnet over mijn stoel uitwierp, zag ik een vrouw van rond de tachtig achter haar parasol aanrennen. Topless.

Ik had gegeten en gedronken.

I-podje in de oortjes, colaatje, sigaretje. Anderhalf uur later werd ik wakker. Mijn zojuist nog melkwitte huidje was getransformeerd in iets minder wits. De kleur laat zich nog het beste vergelijken met die van de binnenkant van een medium gebakken biefstukje. Rood, maar niet echt sappig.

Dit stukje schreef ik vandaag precies een jaar geleden. Toen nog niet op VIVA.nl maar op mijn eigen oude, trouwe blog. De temperatuur liep op 15 april 2007 tegen de dertig graden. Vandaag is het andere koek. Ik loop te snotteren en hoest ik als een zeehond. Dat is niet leuk.

Er zijn meer verschillen. Vorig jaar stond ik op het punt te beginnen met schrijven voor VIVA. En nu sta ik op het punt van stoppen. Nog een maand lang kunnen jullie mijn verhaaltjes op VIVA.nl lezen. Daarna hier.

(eerder geplaatst op VIVA.nl)

Jaar

15 april 2008

Meneer begaf zich op de Dag des Heeren richting Egmond. Aan Zee. Het beloofde een mooie dag te worden. Aangezien ik door mijn hardwerkend liefje vroeg mijn bed was uitgejaagd, arriveerde ik er op tijd. Ik positioneerde mijn troon vlak voor de duinen. En zat er, wat je noemt, als een koning bij. Toen ik mijn blauwe handdoekje als een visnet over mijn stoel uitwierp, zag ik een vrouw van rond de tachtig achter haar parasol aanrennen. Topless.

Ik had gegeten en gedronken.

I-podje in de oortjes, colaatje, sigaretje. Anderhalf uur later werd ik wakker. Mijn zojuist nog melkwitte huidje was getransformeerd in iets minder wits. De kleur laat zich nog het beste vergelijken met die van de binnenkant van een medium gebakken biefstukje. Rood, maar niet echt sappig.

Dit stukje schreef ik vandaag precies een jaar geleden. Toen nog niet op VIVA.nl maar op mijn eigen oude, trouwe blog. De temperatuur liep op 15 april 2007 tegen de dertig graden. Vandaag is het andere koek. Ik loop te snotteren en hoest ik als een zeehond. Dat is niet leuk.

Er zijn meer verschillen. Vorig jaar stond ik op het punt te beginnen met schrijven voor VIVA. En nu sta ik op het punt van stoppen. Nog een maand lang kunnen jullie mijn verhaaltjes op VIVA.nl lezen. Daarna hier.

(eerder geplaatst op VIVA.nl)

Grunn. Waar rook is

15 april 2008

“Ekke? Zal je niet tegn die and’re jongns uit ons vak zeggn dat ik tien jaarn geledn een seizoenskaart bij Ajax had?”
Siebe speelde nerveus met een rol wc-papier.
“Sieb, van mijn krijgn ze niets te horn. Je weet hoe ik over die periode denk, maar van mij horn ze niets”

Zwijgend haalden ze de rollen wc-papier uit de plastic verpakking.
In de hoek van de goedkope huurwoning stonden zeker tweehonderd pakken. Met ieder zes rollen. Een roze motiefje maakte de rollen mooier dan andere rollen.
“Noe, Ekke. Ben best n beetje nerveus hor. Straks wordt het net zo mooi als bij Ajax – Athletico Madrid in 1997”.
“Siebe, ik wil niets meer over Ajax horn hoor?!”
“Ow sorry, Ekke. Vorige week kwam ik Jan tegen. We dronken altijd koffie in de Arena. Hij is tegenwoordig voor AZ.”
“Die kaasboern hebbn toch een nieuw stadion?”
“Ja Ekke, ik ben blij dat ik sinds het nieuwe stadion ook Grunn supporter ben gewordn. Ik haat Ajax nu, dat weet je toch wel Ekke?”.
Hij spuugde op de grond, ten teken van walging.
“Ja jongn. Jouw ludiek idee om de Fuck Ajax shirtjes te latn drukkn is echt geweldig”

Alle rollen waren uitgepakt en keurig in dozen gestopt. Ekke en Siebe moesten precies vier keer heen en weer lopen om alle dozen met rollen in de oude Opel Kadet te laden.
Ze reden naar het stadionnetje. Siebe kreeg een sms’je. Line-dancing is verplaatst naar woensdagavond. Groet Anko.

“Drie…twee…één..Nu!”
Precies tegelijk gooiden honderden mannen de rollen wc-papier richting het veld. Veel van de mannen hadden shaggies in hun mondhoek. Ook droegen ze een stoer t-shirt met de tekst Fuck Ajax. Siebe en Ekke glunderden van oor tot oor. Ze gaven elkaar een high-five.

Maar voordat ze het goed en wel een broodje worst konden kopen, stond ineens het stadion blauw van de rook. Siebe wilde eigenlijk een beetje huilen en Ekke z’n hand pakken. Hij trok aan Ekke z’n arm en begon te rennen.
Niet veel later stonden de twee Groningse hooligans buiten het stadion. Er klonken sirenes en mensen met walkie-talkies renden heen en weer.
Siebe stond te trillen op zijn beentjes.
“De wedstrijd gaat niet door”, las Ekke voor van zijn telefoonschermpje. Hij had eindelijk bereik.
“Als het maar niet komende woensdag wordt ingehaald”, zei Siebe met een bibberige stem.

Met een trillend lipje dacht hij aan Anko. En zag hun avondje line-dancen in rook opgaan.

Wat Was

13 april 2008

Net als een biljarttafel, zonnebank en piano, is er in mijn studio geen ruimte voor een wasmachine. En dat vind ik jammer. Want de stapel wasgoed is inmiddels tot ongekende hoogten gestegen. En daar heb ik dan ook weer geen ruimte voor.

Vrijdag was het dus hoog tijd om naar de wasserette te gaan. De eerste en laatste keer dat ik mijn wasgoed naar een wasserette bracht, was in Nepal. Daar geen ronddraaiende wastrommels, maar schrobbende vrouwen. Dat is inmiddels alweer dik drie maanden geleden.

Gister toog ik dus met twee vuilniszakken vol vuile was naar Wasserette ’t Ruime Sop. Ik verwachtte veel wasmachines en hippe mensen die bladerende door een tijdschrift uit 2003 op hun was zaten te wachten.

Ik stapte naar binnen. Een mooie donkere vrouw stond in de hoek was op te vouwen. Ze droeg mooie kleding met prachtige kleuren. In haar oren hingen mooie oorbellen. Om haar nek een bijpassende ketting. Door twee luidsprekers klonk Hindi-muziek. Het viel me in eerste instantie niet eens op. Ik grinnikte toen ik het besefte.
“Wat is er?”, vroeg de vrouw.
“Mooie muziek heb je opstaan”
“Hindi”, zeiden we allebei tegelijk, in koor.
We lachten.

“Kom je uit India?”
“Uit Pakistan”

Ik vertelde over mijn reis naar Nepal en mijn onvergetelijke ervaringen met de prachtige Hindoestaanse cultuur. We spraken over haar land. En weer over Nepal. En India. Ze glunderde van oor tot oor. Ik ook.

Zo zaten gistermiddag, middenin de Jordaan. Twee mensen, heel veel heimwee te hebben. Naar een continent hier heel ver vandaan.

(eerder geplaatst op viva.nl)