Gijs
10 april 2008Zondag zat ik in de kroeg bij mij om de hoek. Zo’n typisch Jordanees café met een oude man achter de bar, een klein hondje bij de kachel en een lapjeskat in de vensterbank. De oude man stelde zich voor als Gijs. En dat we elkaar vast nog wel vaker zouden tegenkomen, had hij er aan toegevoegd. Het was niet druk. Aan de bar zaten drie oude mannen. Eentje met een witte baard. Het jarenlange roken had zijn snor geel gekleurd. Een vrouw van rond de vijftig las een krant aan een tafeltje.
Ik voelde me heel rustig en ontspannen. Sinds jaren zat ik in mijn eentje in de kroeg zonder me druk te maken over mijn houding. Of me te ergeren aan de muziek. Of de mensen om me heen.
Er hing een lucht van sigaren en sigaretten. Vermengd met de geur van een echte kroeg.
De oude man ging rond met een zilverkleurige schaal. Het kleine hondje trippelde achter hem aan. Gijs hield in zijn andere hand een glas met servetten. Op de schaal lagen toastjes met paté, blokjes kaas en plakken worst. Ik koos voor een blokje kaas. Samen met een zilveruitje op een prikkertje gestoken.
Met gebogen rug schuifelde hij terug naar de bar.
“Ksssjt!”, riep hij. En maakte een slaande beweging naar het hondje. Het dook verschrikt onder een tafeltje. Voor de drie oude mannen stonden lege jeneverglaasjes. Daarnaast lagen twee sigarendoosjes. De mannen staakten het gesprek toen Gijs achter de bar plaatsnam. Behoedzaam pakte hij een groene fles. Hij draaide de dop eraf en schonk de drie glaasjes – zonder te vragen – vol, precies tot het randje. De oude mannen knikten om de beurt. Zonder elkaar aan te kijken, vervolgden de mannen hun gesprek. Nippend aan het glaasje.
En toen kreeg ik zomaar, uit het niets, het donkerbruine vermoeden dat Gijs het rookverbod van 1 juli ontzettend aan zijn laars gaat lappen.
(eerder geplaatst op viva.nl)
