Geheugenbankje

29 juli 2008

Films zijn de bom. Daarom kijk ik ze vaak, ik huur me een breuk. Vol verwachting frommel ik de dvd uit hoesjes. Schuif hem in de dvd-speler. Ik prepareer wat lekkers (borrelnootjes), schenk een drankje in (water) en zetel mezelf in mijn riante tweepersoonsbank. Zo gaan die dingen.

Ik neem alles in me op. De leaders, de logo’s van de filmmaatschappijen. Alles. Helaas staan er steeds minder trailers op de dvd’s, maar anders keek ik die ook. Voorpret is belangrijk.

Maar de laatste tijd gaat er iets mis. De eerste minuten gaat het vaak nog goed. Maar na een minuut of tien, vijftien hooguit, frons ik mijn wenkbrauwen. Ik herken de conversaties, de personages.

De hersenkwab die verantwoordelijk is voor het koppelen van filmnamen aan scenario’s is niet scherp meer. Ik heb eergisteren drie films gehuurd die ik allemaal al heb gezien.

Balen hè.
.

Je Voudrais Un Carte Postal. Et un timbre

28 juli 2008

De hamburgers in Parijs waren klein. Minuscuul bijna. Net als de bekers cola. Drie keer slurpen en ze waren leeg.

Airco hadden ze nergens.

In de hotelkamer was geen HBO en honkbal op tv. Wel stonden er hele kleine bedjes, dicht op elkaar gepakt. Zodat ik vlak naast mijn vrienden lag. Heel dichtbij.

Op terrasjes moesten we heel lang wachten tot iemand ons hielp. En ze zeiden niet “Hi, I’m Tom, your waiter for today”. Ze zeiden eigenlijk helemaal niets. In de restaurants waren de menukaarten uitgebreider. Van alles hadden ze, ook gezonde dingen. Met vitaminen enzo. Ik rilde.

Er waren veel oude gebouwen. Gebouwd in een ver verleden. De infrastructuur was gebouwd op een basis van oudheid. Niet logisch en handig. Of praktisch. Maar op dikke lagen geschiedenis.

Niemand sprak engels.

Er werd niet hard gefietst. Alleen op het laatst, toen de sprintploegen zich lieten zien.

Maar toch. Het was weer fantastisch.
.

Slaap

27 juli 2008

Yo.
Ik typ met één hand. Met de ander hou ik mijn ogen open. Ik word altijd moe van slapeloze vluchten. Ik ben te lang wakker. Maar er is geen tijd om te rusten. Tas moet worden uitgepakt en de andere ingepakt. Morgen peer ik hem naar Parijs. Want daar vindt de finish van de Tour de France plaats. En daar moeten we bij zijn.

O ja. In California was het nog erg leuk. We zijn via Santa Barbara omhoog gereden, naar Santa Cruz (hang loose!) en weer terug naar San Francisco. Mijn meisje toog naar Alcatraz. Ik ging shoppen. Klinkt vreemd, maar het was wel zo.
’s Avonds namen we plaats op onze geweldig seats in het Giants stadion. Als een ware afsluiter. Intussen hadden we heel veel verstand van honkbal: we boe’den en juichten we precies op de juiste momenten.

Het afscheid was pijnlijk. Want oh oh oh, wat was het daar leuk.
Geen Starbucks meer. Geen Coors. Geen GO Giants.

En, dat dan weer wel – gelukkig, geen Hamburgers meer.
.

Later

25 juli 2008

We hebben net de Pacific Highway gedaan. En daar vertel ik je graag meer over. Maar niet nu. Want we zijn weer in San Francisco en ik wil koffie. Dus. Later.
.

Viva Las Vegas & Viva La Vida

24 juli 2008

We togen naar Las Vegas. En mijn schone had een hotelkamer geboekt zo groot als een eengezinswoning. Ik wist werkelijk niet waar ik moest kijken. Zo mooi en groot dat ie was. Alles erop en eraan. Dus ook een Jaccuzi (of is het Jacuzzi?).

Duur. Het zag er allemaal heel duur uit. Zeker toen we later met champagne in de Jaccuzi (of is het Jacuzzi) zaten.

‘s Avonds wandelde ik in mijn H&M-broekie en Espagnol-shirt door het appartement. Dat kon – wandelen. Een grote spiegel liet zien hoe ik erbij liep. Ik keek nog eens goed.
De korte broek van H&M was ineens veranderd in een luxe Armani-short. Mijn Espagnol-tricot in een design overhemd, met een soccerish touch. Mijn slippers in krokodillen-lederen instappers.

Dat doen luxe hotels met je, mentally.

De volgende dag moesten we ons in MGM melden. Voor Coldplay. Het MGM Grand hotel is zo groot als Terschelling. Tenminste, zo leek het.
We waren in ieder geval verdwaald en wisten totaal niet meer waar we waren. Dat is mij zelfs op Terschelling nog nooit gelukt. Maar ik ben ook nog nooit op Terschelling geweest.

Het concert was mees-ter-lijk.
Je kunt een hoop over die amerikanen zeggen, maar meezingen kunnen ze wel.

Vreemd, het was zó goed, dat ik niet weet hoe ik het op moet schrijven. Ik zit met mijn pen vol tanden.
.

Groots

23 juli 2008

Het was ochtend. We hadden koffie gedronken en hadden er zin in. In die Grand Canyon. Ik reed en het was nog vroeg. Zo’n uur of half twaalf. Ik naderde een kruispunt. Ik dagdroomde over cowboys en indianen die al vredespijp rokend zich tegoed deden aan heerlijke spijzen en dranken. Vanuit mijn dagdroom zag ik dat het kruispunt rustig was. Er reed niemand. Ik minderde licht vaart en stak over. Langs het STOP-bord.

Ik dagdroomde verder.

Toen zag ik in mijn achteruitkijkspiegel zwaailichten. Heel veel zwaailichten. Het leek wel een discotheek, zoveel zwaailichten zag ik. Allemaal afkomstig van een enkele politiewagen die achter me reed.

Ik stuurde onze foeilelijke wagen (we noemen hem trouwens Gary, het afzichtelijke maar trouwe karretje) naar de zijkant van de weg, zodat de Officer ons kon passeren.

Hij passeerde niet.

Ik begon zowaar te denken dat hij het op ons gemunt had.
En dat had hij ook.

In mijn dagdroom spatte het cowboy en indianentafereel als een zeepbel uiteen. En maakte plaats voor het volgende:
“Put your hands against the car, sir!”
“But I..”
“I repeat: Put your hands on the car, SIR!”
Ik zou mijn handen op de auto leggen. Hij zou mijn benen uit elkaar trappen en me in de boeien slaan. Het zou allemaal gefilmd worden met de surveillance-camera vanuit zijn wagen.

In werkelijkheid was de agent best aardig. Hij vroeg of wij geen STOP-borden hadden. Daar in Holland.
“Inderdaad”, zei ik, „We hebben alleen rotondes en stoplichten.”
Ik wilde ook over het fileprobleem, Ajax, tulpen en molens beginnen, maar ik deed het niet.

Hij stak een preek af. Ik zei steeds Yes en Thank You. Zodat ik liet zien dat ik zijn les serieus nam.

Hij gaf ons geen boete. Hij zag blijkbaar dat ik zijn les serieus nam.

Verder was de Grand Canyon gewéldig.
.

Pompiedom

16 juli 2008

We zitten in een hotel in Page. Ze hebben er internet. Dus het leek me een uitgelezen mogelijkheid om eens wat te tikken. Niet dat ik veel te melden heb, maar zoals ik zei: ze hebben hier Internet. In Budget Inn.

Er gebeurde zojuist iets vervelends. Ik wilde de koffers uit onze foeilelijke auto halen. Dus dat deed ik ook. Maar de koffer van mijn liefje is heel groot en zwaar. En voordat ik het wist zat mijn wijsvinger klem tussen het handvat. Man man, wat deed dat pijn. Tot overmaat van ramp zet ik het zwaargewicht pardoes op mijn grote teen. Man man, wat deed dat pijn.

Ik wist kalm te blijven.

Toen wilde ik een plastic tasje van de achterbank pakken. Er zat bier in. Dus je begrijpt dat ik zorgvuldig te werk ging. Verdomd dat het niet waar was: het tasje scheurde en het bier pleurde op de grond. Man man, wat deed dat pijn.

Ik wist niet kalm te blijven.

En toen brak ik – geheel per ongeluk, heus – mijn fokking dure Oakley-zonnebril. Wat nu dus een Broakley is (bedankt Ron).

Dus, ik denk dat ik nu maar eens een biertje ga pakken. In de bar.
.

Wild

11 juli 2008

Welnu, we zijn nog steeds in de states. Inmiddels zijn we vijftienhonderd kilometer westwaards getrokken. Het Wilde Westen. Tussendoor hebben we Yosemite (VET!), Bryce Canyon (Paradijs!), Zion (Ook paradijs) en Stripje van Las Vegas aangetikt. Nu in Glen Canyon. Aan de Colorado River. En ik zeg het je: het is hier mooi!

Ons autootje houdt het goed. Die kleine, lelijke Hyundai. En dus zijn we weer eens omgereden. Goed omgereden. En gaaf omgereden. Door een gebied van vijfenzestig miljoen jaar oud. Capitol Reef National Park. Je gelooft je ogen niet, werkelijk.

Het lukt me niet om alcohol of sigaretten te kopen zonder mijn ID te laten zien. Ze denken dat ik onder de 21 ben. Ik take that als een compliment. Je moet toch wat?

Ja, Amerikanen hebben dikke reten.
Ja, Amerikanen hebben geen stijl.
Ja, Amerikanen hebben dikke reten.

We draaien cd’s in de auto. Dat mag duidelijk zijn. Onze top drie:
- Garden State, the soundtrack
- Coldplay – Viva la Vida
- The Shins (Annelot! Shit!)

We hebben dieren gezien:
- De Amerikaanse Marmot (nee, grappenmakers, niet in de dierenwinkel);
- Herten, veel herten. Overstekende herten ook. Zodat we heel hard moesten remmen;
- En nog een zooitje.

Tot zover de statistieken.

Morgen karren we door naar verderop. Naar Page, althans dat is de bedoeling. Daarna Grand Canyon. Daarna Las Vegas. Dus.
.

Pimp my Ride

10 juli 2008

Mijn liefje en ik zagen ooit de film Sideways. En dus wilden we ook naar de wijnstreek van California, Napa Valley. We haalden onze huurauto op 10th Street. Weldra reden we vreselijk de verkeerde kant op. Keren op de 580 Highway is geen aanrader, wat ik dus ook niet deed. Wel heel veel schelden, dat deed ik wel.

Gelukkig vonden we de weg – de goede – en reden we dwars door San Francisco. En over de Golden Gate bridge, door de heuvels naar de rest van de VS. Ineens vond iemand het nodig om een ontzettend grote Fohn aan te zetten. Zo’n eentje die een heel land gort en gort droog kan maken. En vijfenveertig graden heet. We hadden een zeldzame hittegolf te pakken.
Driemaal Hoezee voor de uitvinder van de Airco!

Hoezee voor de uitvinder van de Airco!
Hoezee voor de uitvinder van de Airco!
Hoezee voor de uitvinder van de Airco!

In Napa parkeerde ik onze auto naast een winkelcentrum. Onze auto, moet je weten, is van een teleurstellend niveau. Zolang je binnen zit, is het geen probleem, maar als je er vanaf de buitenkant naar moet kijken, is het foute boel. In Napa was het voor het eerst dat ik hem echt zag. En het vervulde mij met afgrijzen.
Enfin, we togen het winkelcentrum in, op zoek naar iets leuks. Na een wandeling van dertig minuten vonden we het welletjes. We drentelden de andere uitgang uit. In de verte zag ik ons foeilelijke wagentje al staan. Ik kon niet geloven dat ie zo lelijk was. Hoofdschuddend vervolgde ik mijn weg, tot ik merkte dat mijn vriendinnetje niet meer naast me liep.

Ik draaide me om en ontwaarde mijn schat midden op de weg. Naast een brute Chrysler. Een zwarte. Net als onze huurauto.
“Wat doe je?”, vroeg ik verbaasd.
“We gaan toch naar het hotel?”, zei ze terug. Met haar bekende non-verbale vanzelfsprekendheid.
“Jazeker”, zei ik.
“Nou dan”, zei ze.
“Zullen we dan maar”,zei ik. En ik wees naar onze auto in de verte.
Ze keek naar de brute Chrysler. En nog een keer. En nog een keer. Ze keek me verschrikt aan.

Ik knikte.
En toen liep ze eindelijk met me mee naar onze auto. Samen met een heel rood hoofd.
.

De Vierde

9 juli 2008

Welnu. De States. Evenals San Francisco zelf, bleek het hotel van wonderlijke schoonheid. Met flatscreens, vloerbedekking en een douchekop met een diameter van achtennegentig centimeter. Ik kan je verklappen: daar werd je goed nat van.

Het was eens the Fourth of July en we gingen naar de San Francisco Giants. Dat zijn geen reuzen maar honkballers. En het stadion was net zo groot als drie Amsterdam Arena’s. Dat was dus wel weer een reus.

We kregen bij de ingang een klein stars ‘n stripes vlaggetje. Die vierde van juli moest gevierd worden. Ze draaiden films van hele grote Oorlogsschepen die door de hele wereld ‘ de Amerikaanse waarden hadden verdedigd’.
“Oorlogsmidaden hebben begaan, zul je bedoelen”, zei ik
“Wil je nog wat drinken?”, zei mijn vriendinnetje.

Ze moesten tegen de Los Angeles Dodgers. Nou, dan weet je het wel. Clash of the Rivals. Dus dat betekende zachtjes Boe roepen als ze een punt scoorden. Nee, nee, het was zeer zeker geen heksenketel.

Ineens riep de speakermevrouw alle veteranen (please, all veterans) op om op te rijzen (please, rise) en hun petje af te doen (and take off your hat). Ik kreeg de sterke neiging te gaan staan. Per slot van rekening heb ik in mijn leven al heel wat battles uitgevochten en noem ik mezelf graag een Veteraan des Levens. Echter, voordat ik dit rustig kon overdenken stond een man op. Pal voor ons, met een stom LA Dodgers-shirt aan. Links en rechts deden andere mannen dat ook. En toen ging het hele stadion een enorm lang applaus geven. Als een soort dankbetuiging.

Ik voelde me oncomfortabel. En de man met het lelijke LA Dodgers-shirt pinkte een traan uit zijn oog.

Golfoorlogje, gokte ik.

We (ja, we) verloren met 10-8 van die losers uit Los Angeles.
.