Ik fietste over de Overtoom. Er reed een motorpolitieagent voorbij. Oei, dacht ik, motorpolitieagenten zijn toch altijd typetjes. Als je een keer gewoon normaal voor het stoplicht staat te wachten, gaan ze altijd naast je staan en kijken ze heel bijdehand naar binnen. Alsof het verboden is om achter het stuur te zitten en voor het stoplicht te wachten met twee handen aan het stuur.
Ik stak over en fietste met mijn tiefes-zware boodschappentas verder. In de verte zag ik nog een motoragent. Hij stond op de stoep en die ander reed naar hem toe. Toen zag ik een man hard wegrennen. Dwars over de weg, over de trambaan en recht op mij af. Een motoragent rende achter hem aan en ineens dook een man zonder uniform op.
Hij tackelde de vluchter.
Het leek wel een film en ik vond het wel stoer. (Niet zo stoer natuurlijk, ik ben een angstig hertje, in mijn boodschappentas zat Yogi Tea, als je begrijpt wat ik bedoel).
De motoragent kwam erbij en er ontstond een flinke vechtpartij. Het kostten de twee mannen veel moeite om de vluchter in bedwang te houden.
“Ik doe niks man!”, zei de vluchter, die nu een arrestant was geworden, “hij viel me zo maar aan, ouwe”.
Ik stond er een beetje trillerig bij.
De agent drukte zijn knie in de nek van de arrestant.
De agent keek mij aan en ik wist niet precies of ik mijn duim op moest steken. Het blijft toch een motoragent.
Een Marokkaanse jongen kwam uit het internetcafé gelopen.
“Ha ha”, zei hij, “zo hee”.
Een klant van het internetcafé kwam ook naar buiten. De jongen legde hem uit wat er gebeurd was.
“Het is een Surinamer”, zei de jongen tegen de klant. Hij moest lachen.
De agent riep de arrestantenbus op. Er stonden ineens veel mensen om mij heen.
Een Antilliaanse jongen kwam langsgelopen. Hij bekeek de situatie en liep toen naar de agenten.
“Laat hem eens los”, zei hij, “je doet hem pijn”.
De agenten reageerden niet.
Er kwamen nog meer Antilliaanse mensen bij en allemaal zeiden ze iets tegen de agenten. Het waren geen subtiele bewoordingen.
De enige blanke man in de groep begon te schreeuwen tegen de Antillianen.
Het was één grote racistische vertoning.
De Marokkaan lachte om die Surinamer, de Antillianen scholden de blanke agenten uit, de blanke voorbijganger foeterde tegen de Antillianen.