Rare Vogel
12 januari 2009Ik stond buiten en keek naar een vogel. Het was een merel. De merel stond voor een stalen trap. Ik telde een treedje of twaalf. De merel leek ze ook te tellen en toen sprong ie op de eerste trede. Hij hupte één hupje naar voren en sprong toen naar de tweede. En vervolgens naar de derde.
Zal dat beest niet weten dat ie kan vliegen, dacht ik. Het was per slot van rekening koud. En kou doet soms rare dingen met je. De vogel leek echter goed in zijn vel te zitten. Hij maakte op mij derhalve geen depressieve of verwarde indruk.
De vogel hupte en sprong zich helemaal naar de bovenste trede. Na het laatste sprongetje stond ie bovenaan, op het terras. Hij keek achterom, naar mij, want er was niemand anders. En toen vloog ie weg.
“Ik kan wel wat jij kunt, maar jij niet wat ik kan. En dat wilde ik er maar even mee zeggen, met al dit vertoon en gehuppel”, leek de vogel te bedoelen.
Tja, dacht ik, waarom ook niet.
