Martin Bril

23 april 2009

Ik las hoe hij door een straatje liep en dat ie hem daar zag liggen. Een leeg blikje. En hoe hij dan al licht opgewonden werd en zijn looppas aanpaste zodat ie dan precies met zijn stappen uitkwam. Hij schreef hoe hij het blikje wilde raken. Dat je hem gewoon kunt wegtrappen, maar dat het allermooiste zou zijn als ie met een half boogje door de lucht zou vliegen. En wat hij dan zou voelen. 
Toen ik dat las dacht ik, als je zo kunt schrijven, dan ben je een held. En toen begon ik met boeken kopen, de Volkskrant lezen, naar Bob Dylan en Tom Waits luisteren, observeren, mijmeren, schrijven.

Zand

20 april 2009

Toen we de wintersportvakantie gingen bespreken zaten we bij Aloha’s in Wijk aan Zee en de zon scheen. Mensen dronken Rosé en ik rook zonnebrandcrème. We hadden het over de sneeuwhoogte en het huren van een snowboard. Even verderop trokken twee gespierde mannen een surfpak aan. Hun lange haren wapperden in de wind en daar waren ze zich dondersgoed van bewust. Vrouwen keken naar hen. Sommige mannen mompelden iets over uitslovers en namen een trekje van hun sigaret. Anderen keken op het schermpje van hun mobiel. Voor de tijd of gewoon, om zich een houding te geven. Binnen bestelde ik een koffie verkeerd en een cola-light. Achter de bar zag ik hele mooie groene flesjes Heineken. Ze maken die flesjes zo mooi, dat je er zin in krijgt om eruit te gaan drinken. Ik wilde zo’n flesje maar het was nog best vroeg en mijn lichaam wilde het helemaal niet. Ik ging weer zitten bij de rest en toen ik de suiker in mijn koffie wilde gooien waaide het ernaast. Wel vloog er zand in.
Ik vroeg aan één van de jongetjes op de bank voor welke club ie was.
“Voor AC Milan, AZ, Feyenoord en Ajax”, zei ie.
Ja, dacht ik. Zo kan het dus ook. En ik voelde dat er zand tussen mijn kiezen knarste.

Schuiven

16 april 2009

Iemand zei laatst dat ik een spelletje moest kopen voor de iPhone. Bejeweled heette het en het kost maar € 2,39. Ik vond het spelletje en kocht hem. Het spel is heel simpel, je moet ervoor zorgen dat je minimaal drie vergelijkbare figuurtjes naast elkaar schuift en dan krijg je punten.
Soms speel ik het spel een half uur achter elkaar en dan zijn mijn hersenen helemaal van slag. Dan wil ik alles dat ik zie in logisch volgorde naast elkaar hebben. Dus de vier glazen gestapeld. Maar ook de drie rode kussens precies naast elkaar op de bank. Of de lonely planets van dezelfde dikte op alfabetische volgorde gesorteerd. Het gaat allemaal heel ver, mijn hoofd wil sinds dit spelletje simpelweg alles gestructureerd hebben. Als ik over straat loop en ik zie een rij auto’s staan, dan begin ik in gedachten al te schuiven met die auto’s. Die daar, die eroverheen, die zus en hup, drie zwarte auto’s naast elkaar en dus punten. Ik schuif met bomen, mensen en fietsen. Winkelpuien, reclameborden en schoenen. Alles schuif ik op kleur en vorm. Ik schuif voor punten. Het is vreselijk. Koop hem niet, dat rukspel.

Naam

8 april 2009

Gisteravond keek ik naar Manchester United tegen FC Porto en ik zag een voetballer die Hulk heette. Zijn echte naam was Givanildo Vieira de Souza, dus het was een bijnaam. En als ik hoor dat iemand een bijnaam heeft dan trekt er een vlammende pijn door mijn lichaam. Want ik wil al heel erg lang een bijnaam, maar ik heb hem nooit gekregen. Dus dat ene dat ze zeggen over als je iets heel graag wilt dat je het dan juist niet krijgt, klopt wel aardig. Sommigen zeiden soms weleens hee lange, maar dat deden ze niet consequent. En consequentie is van groot belang bij een bijnaam. Je kunt niet de ene keer wél en de andere keer niet lange gaan zeggen. Dan raak ik verward en reageer ik er niet meer op. En dan gaat niemand het meer zeggen natuurlijk. Ik vind lange trouwens ook helemaal geen leuke bijnaam. Je zal maar Givanildo Vieira de Souza genoemd worden.
Wat moet dat mooi zijn.

Shit

7 april 2009

We stonden ergens in Utrecht en keuvelden over dingen die er niet toe deden. Het was al donker. Een zwerver kwam naar ons toe gelopen en begon heel naturel met ons mee te keuvelen. Dat deed ie heel relaxed en we hadden allemaal het gevoel dat het goed was. Toen er een kleine stilte viel, deed ie een stap naar voren.
“Hee”, zei ie “hebben jullie shit?”
“Shit?”
“Ja. Hebben jullie shit?”
Even verderop liep een antiliaanse jongen met een grote koptelefoon in swingende tred.
“Wat is shit?”, vroegen wij.
De koptelefoonjongen passeerde ons en schoof de koptelefoon een stukje van zijn oor. Hij kneep zijn rechteroog een beetje dicht en zei “The shit is the shit! Damn!”
Bij het woord Damn maakte hij met zijn hand een schuddende beweging, met uitgestoken wijsvinger en duim. Het ging allemaal heel vloeiend. Het leek geregiseerd, het tafereel trok aan mij voorbij als een film.
We hadden geen shit.

Mosterd

1 april 2009

We gingen naar een pubquiz en toen ik binnenkwam zag ik het al gelijk: het wordt vanavond gezellig irriteren. Er zat een groepje naast ons die er allemaal uitzagen alsof ze iets serieus gestudeerd hadden. Ik ken veel mensen die gestudeerd hebben, maar die zien er niet zo uit. Mensen die er uitzien zoals zij, daar moet ik ver vanuit de buurt blijven. Ik bedoel niet de corpsballen. Ik bedoel die typetjes met wollen truien en dunne, ronde brillen.
Oke. Ze zaten daar, een tafel verder, en het leek er sterk op dat de ouders van deze universitaire kinderen vakkundig elke vorm van humor uit het lichaam hadden verdreven. Of het heeft er nooit gezeten, dat zou ook goed kunnen. Ze dronken trouwens wel bier, maar ze zorgden er allemaal voor dat ze een verschillend (verantwoord!) flesje bier bestelden. Toen de vragen werden gesteld zeiden ze heel veel ssst en overlegden ze erg overdreven.

Intussen irriteerde ik me ook mateloos aan degene die de vragen stelde. Het was zo’n meisje dat een Lowlands-armbandje uit 2005 om haar pols had hangen en bitterballen ging eten terwijl ze de vraag moest voorlezen. Het was allemaal vreselijk vervelend en ik dacht waarom moeten ze altijd mij hebben?

Intussen gingen we als een speer en hadden we heel veel vragen fout. En dat terwijl we eigenlijk heel goed waren. Het journalistieke gehalte in ons groepje was bijna eng te noemen, maar de gestelde vragen leken niet op onze onuitputtelijke kennis aan te sluiten. Uiteindelijk werden we vierde en meedoen is veel belangrijker dan winnen, zei dat vervelende meisje ook nog. Met mosterd in haar mondhoek.