Belangrijk

28 juli 2009

Er gebeuren de laatste tijd veel dingen in mijn leven maar ik kom er niet aan toe om het allemaal op te schrijven. Sommige dingen zijn belangrijk, andere wat minder.

Een week geleden was er het jonge hondje die op straat liep en mij in het vizier kreeg. Hij huppelde naar me toe en ik hurkte neer. Hij likte en beet in mijn vinger en ik voelde hele kleine puntige tanden. Z’n ogen waren helderblauw en we keken elkaar aan. Er was liefde, daar op de Wilhelminastraat. Ik gaf hem snel een naam: Sonny heette ie ineens. De eigenaar werd jaloers en begon aan de riem te trekken. Maar het hondje wilde helemaal niet bij me weg. Ik wilde ook niet bij het hondje weg en even was ik van plan om achter de man en het hondje aan te lopen en op een onbewaakt ogenblik de man te beroven van zijn puppy. Het leek me allemaal wat overdreven agressief . En daarnaast moet je je afvragen of Sonny dat erg zou waarderen, zo’n ontvoering.

Door een plas

20 juli 2009

We sliepen in een tentje. Buiten waaide het hard en vlak voordat ik in slaap viel, liepen er mensen schreeuwend langs de tent. Ze bleven een tijdje staan en praatten hard over niets. Ze liepen door. Ik was bang dat ik moest plassen, want dat betekende een hoop gedoe. Ik moest nog niet echt nodig en ik dacht dat red ik wel tot morgen. Ik werd die nacht vaak wakker. Elke keer als ik even wakker was checkte ik hoe het met mijn blaas was gesteld. Ik wilde naar het toilet maar het regende hard. Uiteindelijk ben ik toch maar de tent uitgekropen. Toen ik naar de toiletten wandelde was het droog. Ik liep op slippers en overal lagen plassen. Mijn blote voeten werden vies. Het was erg vroeg in de ochtend en de lucht was mooi gekleurd. Op de camping was het stil. Iedereen sliep nog en op dat soort momenten vind ik de wereld het mooist. Ik rook de geur van regen en gras en de vroege zon scheen door een wolk heen. Even dacht ik eraan om wakker te blijven en een wandeling te maken. Maar het begon weer zachtjes te spetteren. Ik liep snel naar de tent. Door het getik van de regendruppels op het tentdoek viel ik snel in slaap. Het bleef de hele dag regenen.

Elbow

16 juli 2009

Ik zag Elbow op Rock Werchter en ze fascineerden mij. Ze speelden hun muziek zonder poespas en heel relaxed. De zanger was vrij fors en zweetdruppels gleden van zijn voorhoofd naar zijn ongeschoren wangen en daarna in één moeite door naar de ongeschoren kin. Het was lastig te zien waar zijn gezicht ophield en zijn hals begon. Hij had een erg symphatiek hoofd wat mij betreft. Ik bleef lang naar het scherm kijken. Ik zag dat ze plezier hadden met het maken van muziek. Het is geen band waarop het publiek uit zijn dak gaat. Het is luistermuziek en daar was het te warm voor. We wilden bier drinken en wijn. Thuis luisterde ik mijn enige cd van Elbow nog eens en ik vond hem erg goed. Daarvoor vond ik hem minder maar dat heb ik vaker met cd’s. Achteraf heb ik spijt dat ik de cd niet vóór Rock Werchter goed beluisterd. Maar ik moet het ook niet overdrijven. Want toen we bier en wijn aan het drinken waren heb ik geen seconde meer aan Elbow gedacht.

Wegschieten

14 juli 2009

Ik was vroeger uitermate geïnteresseerd in elastiekjes. Niet van die dunne, maar die bredere. Daar kon ik een katapult van maken. Of die dingen naar klasgenoten schieten tijdens de les. Het richten en met grote vaart wegschieten, daar was ik goed in. Er was vast nog wel iets wat ik met die dingen deed, maar dat weet ik niet meer. In ieder geval vond ik elastiekjes erg kuuks.
Elastiekjes kocht ik niet, die kreeg ik van de postbode. Die had ze aan zijn stuur hangen of om zijn pols. Ik zag vandaag een postbode lopen en als vanzelf begonnen mijn ogen zijn armen af te scannen. Hij had behoorlijk veel post in zijn handen. Om zijn rechterarm bungelden zeker dertig elastiekjes. Ik voelde een sensatie door mijn lichaam trekken. Het waren er heel veel. De postbode zag mij kijken. Ik liep snel door en ik dacht naar wie ik zo’n elastiekje zou schieten. Als ik er eentje had.

Saai

13 juli 2009

We keken samen naar de etappe. Het was een saaie etappe maar er zat iemand in de kopgroep die wij een overwinning gunden. Het was Luis Leon Sanchez. Ik had hem in mijn tourpoule en mijn vriendin vond hem hard werken. We vonden allebei dat ie een mooie naam had.  In mijn tourpoule ging het niet zo goed. Ik heb veel goede renners geselecteerd, maar op één of andere manier komt het er nog niet helemaal uit. Dat heeft te maken met het feit dat de organisatie van de Tour de France ervoor heeft gekozen de etappes zo saai mogelijk in te delen. Dus in plaats van de hoge bergen aan het eind van een etappe, juist in het midden stoppen. Maar goed, Luis Léon zou voor mij het tij kunnen keren.
Er zat een Rus in de kopgroep en die vonden we gelijk erg vervelend want hij reed niet op kop. Daar had ie een goede reden voor, maar dat maakte ons geen moer uit. Toen besloot ie te demarreren en het maakte ons woedend. Ik pakte wat te drinken. Iets te eten.
De laatste twee kilometer, de Rus reed nog steeds voor de kopgroep uit. Luis Léon kon niet meer, de andere Spanjaard nog wel een beetje. En de Fransman was niets meer waard.
Ze reden het gaatje dicht. Wij joelden en gilden.
De finish kwam dichterbij, nog een kilometer. Vijfhonderd meter, driehonderd meter. De Fransman begon te sprinten.
“De kleine fransman, Casar”, riep de commentator.
“Luis Léon! Harder, harder!!”, schreeuwden wij.
We stonden op.
Luis Léon begon harder te fietsen.
Hij kwam naast Casar.
“Luiiiiiissss!”
Hij haalde hem in.
“Lééééoooon!”
En hij drukte zijn voorwiel als eerste over de streep.
We juichten. Onze hoofden waren rood.

Bloemetje buiten

6 juli 2009

Zaterdag liepen we op de Jan Pieter Heijenstraat. De winkel waar we altijd onze bloemen en planten halen zag er kaal uit. Heel weinig bloemen voor de deur. Er stond een bak met Vlijtige Liesjes en nog een paar bloemen waarvan ik de naam niet weet.
“We gaan op vakantie”, zei de vrouw.
“Wat leuk”, zei ik, “waar ga je heen?”
Ze gingen naar Duitsland en Oostenrijk en zo, via Wenen naar Italie. Ik vroeg of ze daarom zo weinig bloemen had.
“Ja”, zei ze, “je krijgt korting”.
“Da’s mooi, doe mij dan maar een paar van die”, en ik wees naar de bloemen waar ik de naam niet van wist.
“Doe er maar negen”.
“Nou, ik doe niet kinderachtig, je krijgt de hele bak”, zei de vrouw.
Dat was zeker niet kinderachtig, want het waren er zeker een stuk of vijftien. Toen we naar binnen liepen wilde ik nog een kamerplant en we zaten te dubben en moeilijk te doen.
We zochten een plant uit maar die paste niet mooi in onze witte pot op de pilaar. Uiteindelijk namen we een Varen.
“Ja, die is mooi”, zei de vrouw. “Hij kan heel goed binnen staan maar hij vindt het ook heerlijk om lekker buiten te staan. Hmmmmm, lekker in de regen. Vindt ie geweldig!”
Haar stem sloeg over bij geweldig.
Ik kneep mijn ogen dicht en keek de vrouw onderzoekend aan. Ze herstelde zich. Ze kuchte in haar vuistje, schraapte haar keel en zei “Da’s dan 12,95″.
“Fijne vakantie” zei ik.

Stinkventje

1 juli 2009

Vanochtend reed ik met mijn fiets over de Apollolaan en het zonnetje scheen nog niet echt fel. Ik luisterde naar muziek. Ben momenteel verslaafd aan het nummer The Kids are on High Street van Madrugada. Ik reed op het fietspad. Links op de weg scheurde een vuilniswagen voorbij. Ongeveer tien meter voor me sloeg ie rechtsaf, zonder vaart te minderen. De chauffeur knalde de stoep op en parkeerde hem dwars over het fietspad. Ik vond het allemaal erg overdreven en lomp. Niettemin stuurde ik soepeltjes mijn Gazalle Orange Limited (met naafdynamo!) de weg op en maakte een grote boog om de vuilnismannen heen. Ze gooiden zwartgrijze zakken in de laadbak. Het stonk. 
Toen ik de chauffeur zag, wees ik met mijn wijs-en middelvinger naar mijn ogen.
“Kijken”, zeiden mijn vingers.
Hij gooide zijn deur open en schreeuwde “Kom dan, gore klootzak!”
“Maar ik zei alleen maar dat je moest Kijken”, zeiden mijn vingers.
“Gore homo, kom dan! Ik trap je helemaal naar de tering!”
Een minuut later werd het weer wat stiller. Ik hoorde het einde van de gitaarsolo en het stukje waarbij je emotie in de stem van de zanger hoort, dat alles in het nummer op dat moment samenkomt. 

The kids got into a knife fight
We trained them well
They’re gonna be alright