Ring of Fire

31 augustus 2009

Vrijdag hadden we een bruiloft van twee hele leuke mensen. We waren er de hele dag en alles was mooi en romantisch. Toen ze elkaar de hand gaven en Ja zeiden kreeg ik natte ogen want ik ken ze al erg lang en dat vond ik bijzonder. Een bruiloft is altijd mooier als je zelf ook weet en voelt waarom een stel trouwt. We dronken wat en nog iets en toen gingen we eten. Mijn goede vriend gedroeg zich in feite exact hetzelfde als op andere dagen. De cameraman vroeg met een camera in zijn hand wat hij aan het eten was en hij deed zijn mond open. Dat was een duidelijk antwoord, want je kon de gamba’s nog op zijn tong zien liggen.
De bruiloft vond plaats in Bergen aan Zee. In de duinen. Even verderop woedde een duinbrand en er vlogen helikopters over. Er werden mensen geëvacueerd en je kon vanaf Schoorl Bergen niet meer in, want het leger stond de boel tegen te houden. En wij dronken prosecco en bier. De band speelde geweldige muziek. Toen de band klaar was nam de DJ het over. Hij draaide een Happy Hardcore liedje. Als vanzelf dromden wij – de oude vrienden – samen op de dansvloer. We stonden te hakken. Het was een vreselijk gezicht. Life’s Like, Life’s like a Dance klonk het. We hakten harder en harder en iedereen zweette zich rot. Ik vroeg me af waarom we dat deden. We waren vroeger geen gabbers en niemand heeft vroeger ooit staan hakken zoals nu. Waarschijnlijk had het met vroeger te maken. Dat deze muziek ons aan die tijd deed denken toen er weinig was om zorgen over te maken, en dat dansen was dan een soort rituele dans waarmee we kleine beetjes van vroeger probeerden terug te toveren. Maar dat is niet nodig, want ook nu is het leven goed. Niet altijd even mooi. Maar soms wel, zoals vrijdag.
Life’s like,
Life’s like a dance
.

2

25 augustus 2009

Wij kregen gisteren bezoek van twee wandelaars die naar Santiago de Compostella gaan lopen. Da’s helemaal in Spanje. Die twee wandelaars zijn mijn ouders en ik ben heel erg trots op ze. Ze zijn al erg lang met dit project bezig en ik geniet van de passie en de liefde waarmee ze dat doen.
We hadden vannacht ons bed beschikbaar gesteld en wij sliepen op een luchtbed in de huiskamer. Elke ruimte in een huis heeft andere geluiden maar ik had niet het vermoeden dat ik op verrassingen zou stuiten. We lagen in bed en op een gegeven moment sliep ik bijna en toen hoorde ik blub, blub. Heel even dacht ik aan onze twee vissen. Maar het leek me toch stug dat die vissen zoveel geluid zaten te maken.
Toen hoorde ik weer blub, blub. En later bluberdeblub. Het waren dus de vissen die zoveel geluid zaten te maken. ‘s Nachts werd ik even wakker en weer hoorde ik dat geblub. Wat waren ze aan het doen? Ik zag voor me dat ze elkaar aan het achtervolgen waren of misschien wel een polonaise zwommen. Ze leken het erg fijn te hebben met z’n tweeën. In ieder geval weet ik nu dat vissen een manspersoon uit z’n slaap kunnen houden. En dat mijn ouders nu ergens tussen Amsterdam en Aalsmeer lopen met een vreselijk zware rugtas. Ik ben heel erg trots op mijn ouders en ik hoop dat ze het nog heel lang erg fijn hebben met z’n tweeën.

Reep

20 augustus 2009

Soms rook ik een sigaretje naast het gebouw waar ik werk. Dan zit ik daar op een paaltje en tegenover me staat een huizenblok. Op de tweede verdieping woont een oude vrouw met een Indische uiterlijk. Ze is al vrij oud – als ik moet schatten een jaar of tachtig. Telkens als ze mij ziet zitten doet ze het raam open en zegt ze “hee!” Ze wenkt me dan met haar dunne hand. Als ik haar hand van dichtbij zou kunnen zien, zou ik het zien bibberen.
Ze blijft net zolang “hee”, roepen totdat ik onder haar raam ga staan. Ze loopt dan even weg en komt altijd terug met een chocoladereep. Met stukjes karamel erin, van de Kruidvat. Tot nu toe heb ik hem nog elke keer gevangen. Er liggen al drie repen op mijn bureau. De laatste was houdbaar tot juni 2010, de vorige tot februari 2010. Het lijkt erop dat ze steeds nieuwe koopt.

Uitverkocht

19 augustus 2009

Mensen zijn desperaat aan het worden als het om het uitverkochte Lowlands gaat. Er zijn mensen zo desperaat aan het worden dat ze bij google ‘gratis binnenkomen op lowlands’ intikken en dan – het moet niet gekker worden – op mijn site terechtkomen. Blijf zoeken, wanhopige lezer. Want ja, er staat ergens op mijn site hoe een vriend tot twee keer aan toe gratis naar Lowlands is geweest. Zonder prijsvraag of ander gesodemieter. Gewoon door zijn tas over het hek te gooien en er zelf achteraan te klimmen. Zwaar verboden natuurlijk, laat dat duidelijk zijn, geachte potentiële illegale lowlands-bezoeker. Evengoed succes gewenst.

Geld in Rook op

17 augustus 2009

De dag voordat Eddie Vedder en ik vrienden werden, liep ik op het perron. Ik wilde een sigaret roken. Tegenwoordig moet je voor paal staan als je een sigaretje wilt opsteken. Maar waar ik ook keek, ik zag geen rookpaal. Ik steek er daar wel eentje op, dacht ik, doelend op het lege stukje perron verderop. Ik slenterde verder, in gedachten verzonken. Ik dacht even aan mijn vriendin, toen aan een mooie zin en daarna dacht ik even aan niets.
Ik zag een grote groep toeristen staan. Het leek me wat asosciaal om daar een sigaretje te gaan roken. Weet je wat, dacht ik, ik ga gewoon hier staan. Er staat helemaal niemand en ik ben die aardige toeristen ook niet tot last.
Ik stak mijn sigaret aan.
Het was erg stil om mij heen.
Ik zag nergens een paal.
Wel zag ik een musje over het spoor wippen.
Na mijn vierde trekje zag ik een man en een vrouw. Ze liepen naar mij toe.
Het leken mij mensen die hier niet vaak kwamen. Ze zagen er gestresst uit.
“Spreek je Nederlands”, vroeg ze.
“Jazeker”, zei ik, klaar om deze hulpbehoevende provinciaal te woord te staan.
Zij stelde geen vraag. Ze vroeg niet naar de weg.
Ze liet een pasje zien.
“Spoorwegpolitie”, zei ze, “ik ga je een bon geven”

Nee, er was hier inderdaad geen paal, maar daar konden zij niets aan doen maar het openbaar ministerie en ja natuurlijk was zij de spreekbuis van het openbaar ministerie maar ik weet verder ook niet wat ik er aan kan doen en ik begon de mensheid te haten en toen dacht ik aan wat dit te betekenen had en wat dit over mijn actie zei en dat ik er iets van kon leren en dat was ook vast wel zo maar daar was ik op dat moment niet echt aan toe het kost trouwens maar zestig euro terwijl mijn bedoelingen toch nog zo zuiver waren maar aan de andere kant snap ik wel dat ze mij niet geloofden want iedereen komt met zo’n rotsmoes aanzetten dus wat moet je er mee het is gewoon jammer en Eddie Vedder zou er een liedje over geschreven hebben.

Hij

14 augustus 2009

Ik heb één held en dat is Eddie Vedder. Er is niets aan Eddie dat ik niet leuk vind. Ik houd van zijn muziek, moraal, integriteit, poëtiek, haren, baard, politieke standpunten, fles rode wijn, alles. Mijn idolate houding ten opzichte van Eddie neemt soms sentimentele vormen aan. Grenzend aan pathetisch.
Gisteravond speelde Pearl Jam in Rotterdam en van alle shows die ik van ze heb gezien was dit de beste. Ze speelden zelfs Black en ik hield het niet droog. Zoals ik zei, het neemt allemaal soms wat sentimentele vormen aan.

Ik heb eens gedroomd dat ik Eddie Vedder tegenkwam, en dat we met elkaar spraken, en dat we vrienden werden.

Vandaag liepen we door Rotterdam. We hadden een kater maar dat kon ons euforisch gevoel niet verdrukken. We liepen langs een hotel. Er stonden vier mensen, ze droegen Pearl Jam shirts.
“Waarom staat daar zo’n grote Amerikaanse auto”, vroeg mijn grote vriend.
“Misschien zit Pearl Jam in dit hotel”, zei ik.
“Hahahahahaha”, zie mijn vriend.
“Ja, hahahaha”, zei ik, “hahahaha”.
Toen zag ik Stone Gossard lopen. En Stone Gossard is de gitarist van Pearl Jam. Mijn hart stopte even met kloppen, toen begon ie heel snel te kloppen en op een gegeven moment deed mijn hart heel veel dingen die een hart niet moet doen. Ik keek door de ramen naar binnen. In de lobby van het hotel zag ik Boom, de pianist van de band. Toen zag ik Mike McCready, Matt Cameron en later ook Jeff Ament. Ik gaf mezelf een paar seconden om het geheel in mijn op te nemen.
We stonden daar en ik checkte mijn telefoon. De accu was nog vol. Ik kon duizend foto’s nemen als ik wilde. Ik leefde nog.  Ik sloot mijn ogen, en toen ik ze weer opende stond het hotel er nog steeds.

Er kwam een hele grote afro-amerikaanse bodyguard naar buiten en hij zei dat ze vandaag niet uitgebreid met ons konden praten want ze hadden….ehm….haast.
Ik keek nog eens naar binnen. Stone Gossard zag er verwilderd uit. Zijn haar zag eruit zoals haar eruit ziet als je heel veel gezopen hebt. Eddie was in geen velden of wegen te bekennen.

Toen. De deur ging open. De drummer en bassist liepen verlegen naar buiten. Ze liepen langs ons naar de auto. Ze zwaaiden. Mike kwam naar buiten. Hij liep naar ons toe en groette ons. Hij pakte enkele plectrums en gaf mij er eentje. Mike stond erop. Op de andere kant stond McReady. Ik werd opgewonden.
En toen zag ik Hem. Hij lachte verlegen, Hij mompelde iets. Hij keek naar de grond. Eddie had een kater.
Eddie had een kater.
De kater was bij Eddie op audiëntie.
Toen vond de bodyguard dat het tijd was dat Eddie naar de auto ging lopen.
Hij wilde zich omdraaien.
Ik riep zijn naam.
“Eddie!”
De andere mensen stapten opzij.
Hij draaide zich om.
Tussen ons stond niemand meer. Het waren Eddie en ik.
Hij keek me aan, minstens vier seconden, recht in mijn ogen. Hij glimlachte.
“Thanks for playing Black yesterday, zei ik.
Hij lachte weer.
Hij liep naar me toe.
“You’re welcome, man”.
Hij stak zijn hand naar me uit.
Ik stak mijn hand uit.
We drukten onze handpalmen tegen elkaar. Zijn vingers omklemden de mijne.
Drie seconden waren we met elkaar verbonden.
Hij knikte. We keken elkaar aan. We hadden contact. Ik stond daar, hand in hand met Eddie Vedder en ik voelde liefde.
Hij zei dat ie het graag had gedaan. Black zingen voor ons.
Ik zei dat Hij me er gelukkig mee had gemaakt.
Hij zei dat ie daar heel erg blij mee was.

Toen liep Hij weg. Eddie zwaaide nog even, voordat Hij de auto instapte.

De foto.

Water

11 augustus 2009

We waren met een grote groep in de Ardennen. We gingen kanoën. Vreemd genoeg had ik een spijkerbroek en schoenen aangetrokken en geen zwembroek. Ik hoopte van harte dat ik geen water in mijn kano zou krijgen. Ik ging als derde in het water en na vier peddelslagen botste ik tegen een kei. Mijn kano draaide zich dwars op de stroming en hij kantelde. Er kwam heel erg veel water in mijn kano. Een vriend zag het gebeuren en moest hard lachen. Hoe lang moeten we nog, vroeg ik aan de begeleider. Tweeënhalf uur, zei ie.
We waren met vijfentwintig man, maar die heb ik de rest van de kanotocht niet meer gezien. Op één of andere manier ging het allemaal niet zo vlot.
Er vloog een klein geel vogeltje met me mee. Hij sloeg zijn vleugels uit, ging op een tak zitten, wachtte tot ik er bijna was en vloog dan weer verder naar de volgende tak.
Ik probeerde uit alle macht uit de buurt van stroomversnellingen te blijven, omdat daar de meeste stenen en keien lagen. Hoe meer kracht ik gaf, hoe meer ik in de buurt van de problemen kwam. Intussen zat ik al uren in twintig centimeter water. Toen zag ik ineens het kanoën als een metafoor van het leven. Niet dat het daardoor beter ging, maar daardoor kon ik met mijn geklungel in ieder geval lekker filosoferen. Het laatste stuk zat er erg veel water in mijn kano en ik liep voortdurend aan de grond. Ik ben gaan lopen, dwars door het water, met de kano achter mij aan en ik dacht, hee, zo worden mijn schoenen lekker schoon.

Leer

3 augustus 2009

Op de gaypride was het een overspannen toestand. Zo nu en dan houd ik wel van een overspannen toestand. Het was ook erg warm. Er hing een sfeer die er hangt als mannen zich niet voor vrouwen uitsloven. Je kon rustig op iemand z’n tenen gaan staan zonder een beuk te krijgen. Op het podium op de Amstel stond Annie Schilder en ze zag er nog precies zo uit als vroeger. Achter haar stond een man achter het geluid en hij nam zijn klus behoorlijk serieus. Even daarvoor had ie nog samen met een andere zanger een liedje gezongen maar daarna nam hij weer plaats achter de mengtafel. Het was dus geen echte zanger. Het leek me een man die zich via de mengtafel naar een carrière als artiest wilde netwerken. De gearriveerde artiesten gaven hem niet veel aandacht. De zanger waarmee hij een liedje had gezongen, had zelfs halverwege het nummer zijn draadloze microfoon afgepakt en hem die met het draad gegeven. Hij protesteerde niet. Ik had de man van het geluid nog niet op een glimlach kunnen betrappen. Misschien had ie veel aan zijn hoofd.
We stonden vlakbij de boxen en het geluid stond veel te hard. Een grote donkere vrouw kwam op het podium en begon erg uitbundig te zingen. Toen vond ik een bonnetje van de pinautomaat in mijn broekzak. Ik scheurde het in tweeën en stopte de proppen in mijn oren. Het geluid werd draaglijker. Iemand zei dat het er niet erg charmant uitzag. Dat vond ik ook van leren strings, maar daar heb ik niemand over gehoord.