Geen probleem

30 september 2009

Zondag gaf de zomer haar afscheidsconcert en wij gingen naar het strand. We gingen er vroeg heen. We namen de route door de duinen en het bos en bij de ingang van het bos stond een apparaat van het Staatsbosbeheer. Een man een vrouw zochten kleingeld voor een duinkaart. Ik zocht ook naar geld en we hadden vijftig cent te weinig. De vrouw gaf ons vijftig cent. Ik zei dankuwel. We wandelden en het deed me aan vroeger denken. De geur van de bladeren en de geur van september. Het was warm en we trokken onze jassen uit. We liepen over vier heuvels en toen kwamen we dichtbij het strand. Nog één heuvel moesten we over en toen we bovenop op die heuvel stonden keken we uit over het strand en de zee. De zee was kalm. Ik voelde me ineens heel erg verbonden met de zee en het strand. Ik was er al een tijdje niet meer geweest. Het was eb en de zee had zich ver teruggetrokken. Vanaf de duintop kon je de zandbanken zien liggen. Nog verder zagen we het windmolenpark. En de laatst keer dat ik dat zag was vanuit de lucht.
Dat was twee jaar geleden.
Ik moet vaker naar het strand.
Daarna hebben we gegeten bij een tentje dat vroeger een hooischuur was en zeer smaakvol was gerenoveerd. Het eten is waanzinnig en het uitzicht over de weilanden ook. We zeiden nog tegen elkaar dat we dit maar stil moesten houden, want voor je het weet zit zo’n tent bomvol en gaan ze ineens minder hun best doen en holt de kwaliteit achteruit.
Toen zei ik, “sorry, ik moet even naar de wc.”
“Geen probleem”, zei mijn knappe vriendin.

Buk

23 september 2009

Ik doe al een jaar over Vrouwen van Charles Bukowski. Het boek is te goed om uit te lezen. Met pijn in mijn hart zie ik de bladzijden sneuvelen en dan leg ik hem weer weg en laatst was ik hem zelfs vergeten. Vorig jaar ben ik er in begonnen en nu ben ik op driekwart. Van Charles Bukowski zijn weinig boeken in het Nederlands verkrijgbaar, althans, ik kan ze niet vinden. Ik lees niet graag Engelstalige boeken maar als het zo doorgaat zal ik er aan moeten geloven. Veel werk van Buk gaat over het algemeen over drinken, kotsen, gokken op de renbaan, neuken, schrijven, drinken en kotsen. Dat zijn op zich geen verheffende thema’s maar tussen al dat gezuip en geneuk door zegt hij dingen die mooi zijn. Het is een rookgordijn en af en toe laat hij de zon er even doorheen schijnen.
De afgelopen jaren heb ik heel wat beeldmateriaal van Buk gezien waaronder enkele lezingen. Eén in Vancouver en eentje ergens anders. Tijdens zo’n lezing zuipt hij bizar veel rode wijn, rookt hij aan één stuk door en zeikt ie steevast zijn publiek af, en zij hem. Het is een spel waar hij van geniet. Als je een film wilt zien die gebaseerd is op zijn alter-ego Henry Chinaski, kijk dan Factotum. Een juweeltje.

Londen

22 september 2009

Nu we het toch over Londen hebben: Wij zijn afgelopen weekend in Londen geweest. We gingen eigenlijk niet echt naar Londen voor Londen in de the first place, maar eigenlijk meer naar Coldplay. Mijn vriendin koopt namelijk graag Coldplay-tickets voor concerten die niet in Nederland plaatsvinden. Vorig jaar kocht ze tickets voor een concert in MGM, Las Vegas. We hebben er toen maar een 30 daagse rondreis van gemaakt.

Ons hotel lag vlakbij Notting Hill. De zon scheen en de zon maakt altijd alles mooier. We wandelden over de brede laan langs de statige woningen. We sloegen linksaf en toen weer rechtsaf. We kwamen op Portobello Road terecht. Het bleek een bekend straatje te zijn uit de film Notting Hill, maar ik herkende het niet. Er waren marktkraampjes met antiek en geweldige boeken en platen. Op een gegeven moment vonden we het wel een keer mooi geweest en gingen we wijn drinken. Onze vriend zwaaide naar een voorbijganger. Het was Alfonso Cuarón. (Onze vriend had zijn eigen Eddie Vedder momentje.) Ze babbelden met elkaar over regisseren en films en wij bestelden nog wat wijn. Ruby Wax fietste langs maar daar werd niemand van ons warm of koud van.
Mijn vriendin zei dat ze het wel leuk zou vinden om Chris Martin eens persoonlijk te ontmoeten. Maar daar zijn we door alle drukte niet meer aan toegekomen.

Kabbel en babbel

15 september 2009

Op de momenten dat je bent opgezadeld met nek-, spier, en keelpijn moet je uitkijken dat je niet verzandt in gezeur en negatief geneuzel.
Dus:
Het gaat erg goed met mijn duim! Hij lag er natuurlijk bijna af na het gruwelijke incident met de kaasschaaf, maar inmiddels gaat het beter. Ik kan hem weer gebruiken en zo nu en dan steek ik hem op naar mensen waarvan ik denk dat ze het verdienen.

Intussen kabbelt mijn leven voort als een riviertje dat zich na lange droogte langzaam vult met herfstwater. Er komen mooie dingen en het doel is duidelijk. Zo nu en dan gaat het allemaal wat langzamer dan ik wil. En soms komt er weer wat water bij en krijg ik weer snelheid. Ik heb grote stenen neergelegd en het riviertje loopt nèt even anders dan voorheen. Steeds meer in de richting die ik wil.
Heel erg Bram Vermeulen allemaal, dit stukje tekst. En zo is het.

Kaas

10 september 2009

Ik heb er de afgelopen vierentwintig uur niet al te veel ruchtbaarheid aangegeven, maar dat zegt niets over de impact. Gisteren was namelijk de dag die de boeken ingaat als de dag waarop Rob bijna zijn arm verloor. Met dan als ondertitel Een tragisch verhaal over verlies, wanhoop en vechtlust.
Het ging zo: ik werd wakker en dat ging allemaal best goed. Na het douchen trok ik gemakkelijke kleding aan waar ik goed mee voor de dag kon komen. Ik dacht na over het leven en ik verzorgde met liefde mijn planten. Ook gaf ik de vissen wat te eten. Iemand moet het doen.
Toen maakte ik mijn ontbijt klaar. En daar gebeurde het. Ik smeerde eerst boter op mijn brood en toen pakte ik een stuk jonge kaas. Met mijn rechterhand sneed ik twee keurige dikke plakken kaas af. De derde plak kaas is traditioneel mijn mooiste plak. Die is doorgaans dik en recht en zonder half afgebrokkelde randen. Ik zette kracht en het begin was goed. Tot het midden ging het prima, en zelfs tot het eind was er niets aan de hand. In mijn concentratie om de rand niet af te laten brokkelen, vergat ik dat de rand intussen was bereikt. De kaasschaaf schoot door. Mijn duim bevond zich op dat moment op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Het was niet persoonlijk. Als mijn middelvinger daar had gelegen, dan was het mijn middelvinger geworden. Maar het werd dus mijn duim en het mes drong mijn duim binnen. Millimeter na millimeter. Alles op zijn weg verslindende. Er was veel bloed. Er was veel pijn. En er was veel wilskracht, maar vooral voelde ik de wil om te blijven leven. Dat ik dingen nog niet had afgemaakt, hier op aarde. Natuurlijk was er ook een apotheek en gaasjes en tape en een telefoontje dat ik later zou komen.
Vanochtend verschoonde ik de wond en hij viel me een beetje tegen. Gezien de pijn, het bloed en al die andere dingen, leek mij een flinke, indrukwekkende wond wel op zijn plaats. Waar mensen met samengeknepen ogen naar kijken enzo. Maar dat is dus niet het geval. Er zit zelfs geen verband meer omheen. Alleen een pleister.

De Tour

6 september 2009

Je hebt je fiets lekker opgepoetst, ketting helemaal schoon, je vult je bidonnetje. Beetje vet op de billen en huppakee, die berg op. Lekker alleen, even het koppie leegfietsen. En dan beland je ineens in de Tour. Tjsek it

De Zwartvis

5 september 2009

We hebben vissen, een goude en een zwarte en wat mij betreft noemen we die laatste een zwartvis. Die zwartvis heeft een witte neus gekregen. Dus als het donker is (nu dus niet, het is licht) zie ik alleen een witte stip door het water bewegen. Ik denk dat ie verkouden is.
Verder geen mededelingen.

OZ

3 september 2009

Ik kreeg een mail van een oud collega. Hij is op wereldreis en zit nu in Australië. In Sydney was het nog iets te koud en hij had maar één trui meegenomen dus hij had een vliegtuig gepakt naar Darwin. Een jas is goedkoper, dacht ik, maar Darwin is een leuke plek om te zijn dus het leek mij een goede zet.
Toen ik in Darwin was had ik een mooie tijd. Ik was er met een vriend en we hadden daarvoor dagenlang door de outback van Australie gereden. In Sydney had ik een cd gekocht van Richard Ashcroft en die draaiden we heel veel in de auto. Als de snelweg na duizenden kilometers niet meer rechtdoor gaat, dan kun je twee kanten op: naar links, richting Alice Springs, of naar rechts naar Katherine en de hoofdstad van Northern Territory, Darwin. Wij sloegen rechtsaf en na een dag rijden kwamen we bij Katherine. In het hostel hingen foto’s van het hoge water tijdens de regentijd. Het water stond tot aan de balkons van de 1e verdieping.
In het zwembadje lagen twee backpackers te dobberen. Het waren rasechte Amsterdammers. Wij zaten naast het zwembad, we zeiden niet veel en dronken een biertje. Toen zei die ene ineens tegen de ander, in plat amsterdams: Jeesus man, ik zit helemaal aan de andere kant van de wereld. Mijn pa en ma zijn Oost nog nooit uitgeweest”.
We werden vrienden en gingen naar Darwin. Daar trokken we door Kakadu Park en dronken we bier en speelden kaartspelletjes waarvan ik nog steeds niet meer weet welk spelletje dat nou was. Ik zet die cd van Richard Ashcroft nog wel eens op en dan word ik overvallen door weemoed en heimwee. Volgens sommige mensen kun je geen heimwee hebben naar een plek waar je maar even bent geweest. Maar dat heb ik wel, ik heb altijd heimwee naar Australië.