Geluk

9 november 2009

Eerst wilden we met die jongens naar Nemo, maar met dit weer moet je eigenlijk buiten zijn dus haalden we de jongens bij hun opa en oma op en reden we naar het bos. Het was koud, eigenlijk te koud voor de kleren die ik droeg. En mijn mooie nieuwe schoenen waren te mooi om mee door een vochtig bos te lopen. Maar de zon scheen en de lichtstralen die als gouden slingers tussen de bomen hingen gaven het bos een paradijselijk aanzicht.

We bouwden een hut en de jongste vond een motje dat op de grond zat. Het motje trilde heel erg en volgens hem was ie erg bang. Hij tilde hem voorzichtig op en legde hem een stuk verder in het bos. Waar geen grote mensen rondliepen en waar ie nooit meer bang zou zijn. Intussen bouwde de oudste gestaag verder aan zijn hut. Maar na een tijdje was dat ook niet meer zo leuk en toen liepen we verder.
We gingen eten in een restaurant. In het midden stond een houtkachel en het was er lekker warm. Ik haalde appeltaart, Fristie, water en patat en toen ik terug kwam vroeg de jongste of wij ook verdrietig waren als we aan Mama moesten denken.
“Ja”, zeiden we.
“Ik ook”, zei hij en hij draaide aan de armbandjes om zijn pols. Die waren van zijn moeder geweest, er hingen steentjes aan met afbeeldingen van Boeddha.
“Mama zei dat Boeddha geluk brengt”, zei hij en slurpte zijn flesje Fristie leeg.
“Wil je met mij trouwen”, vroeg hij toen aan mijn vriendin.

Meneer van Duin

6 november 2009

Op het bruggetje bij de Prinsengracht zag ik Andre van Duin. Hij had geen scheve bakkes maar keek vrij normaal de wereld in. Hij liep op de stoep en er kwamen twee mensen achter hem aangerend. Een man en een vrouw.
“Meneer van Duin, meneer van Duin”, riep de vrouw luid.
Meneer van Duin keek om en lachte vriendelijk. De vrouw vroeg om een handtekening, of eigenlijk vroeg de man het, maar zij gaf de pen en het papiertje.
De man en de vrouw hadden allebei grijze haren. De man droeg een blauw zeiljack en had zijn rits open. De vrouw droeg een dikke, witte trui.
Meneer van Duin lachte erg vriendelijk maar zijn ogen lachten niet mee. Hij baalde en had geen zin in handtekeningen en verhalen over dat ze hem vroeger zo leuk vonden met die revue en Corrie van Gorp en die gekke bekken van hem. Hij had daar geen zin in. Hij wilde koffie drinken om de hoek, krantje erbij, een koekje in plastic. Beetje nadenken over hoe leuk het vroeger was met die revue en Corrie van Gorp. Dat ie toen heel grappig was en de laatste jaren niet zo heel erg meer. Dat moet ie weten, dat kan niet anders.
Meneer van Duin krabbelde zijn handtekening op het papiertje. Het was een half afgescheurde envelop, er liep een gele rand overheen. Het leek op een envelop van de Nuon. Ik begreep heel goed waarom hij er de pest in had.

Big Step

28 oktober 2009

De schoen stond ongeveer halverwege de winkel op een plankje. Er stond nog een schoen naast maar die was lelijk en daarnaast lag een opgerolde broekriem. Alles in de winkel werd wat donkerder en een felle lichtbundel wees naar de schoen. Daar staat ie, zei de lichtbundel.
Ik pakte hem op. Het voelde goed.
Een man kwam op mij af lopen. Hij zag er vreselijk hip uit en dat zag ik aan allerlei accesoires op en aan zijn lichaam. In feite zag hij er vreemd uit, maar vreemd = hip.
Ik zei dat ik verliefd was op die schoen en ik vroeg of ik maat 45 even mocht passen. Dat mocht en hij liep naar beneden en kwam terug met een doos.
Hij haalde de schoen eruit en zette hem zorgvuldig voor mijn voet. Dat was goed. Hij had respect voor mijn aanstaande schoen.
“Heb je nog wat leuks gedaan gisteravond?”, vroeg ie.
“Ja, best wel”, zei ik.
De schoen zat als gegoten.
Ik liep met de doos in mijn handen naar de kassa en hij huppelde erachteraan.
Wat kosten ze eigenlijk, dacht ik toen ik mijn pinpas door de automaat haalde.
Er verscheen een bedrag op het display.
De paniek kwam in de vorm van warmte en zweet.
Ik dacht aan alle andere dingen die ik met dat bedrag kon doen. Ik zag Barcelona, het strand, de palmbomen op de boulevard. De wijkfeesten in Barceloneta, de oude straatjes van El Born en ons restaurant op Tibidabo. Het bakkertje en de avondwinkel waar je goede wijn kunt kopen.
En ik drukte op Ja.

Leugens

22 oktober 2009

Ik was in Paradiso en White Lies kwam op. De jongens zijn erg jong en voor het eerst viel me dat ook echt op. Dat ze gewoon nog jochies waren, van een jaar of twintig.
Toen ik twintig was studeerde ik in Leeuwarden en had ik een prachtige tijd. We woonden op de Annie Westlandsingel in de Vrijheidswijk en daar woonden voornamelijk allochtonen en studenten. Vanaf ons balkon kon je de Bonkevaart zien liggen en keek je uit over de weilanden en Snakkerburen. Mooi plekje eigenlijk.
In het eerste jaar dat ik in Leeuwarden woonde, werd de Elfstedentocht gereden. Het was op een zaterdag. Ik weet nog goed dat ik er niet heen ging. De hele stad stond op zijn kop en ik ging niet heen. Ik dacht, ik ga de volgende keer wel. Volgens mij was ik toen een jaar of negentien. Ik was nog erg jong en nog niet zo slim als nu. Ook droeg ik lang niet zulke leuke kleren als vandaag de dag.
White Lies speelde erg sterk. Bijna elk nummer van die band ging over dood en teleurstelling.

Elfstedentocht, begrafenissen, dood, bonkevaart, studenten, paradiso, leuke kleren, weilanden, leugens; het is allemaal hetzelfde.

Balkje

21 oktober 2009

De vrouw voor mij. Ze had toast, een tijdschrift (Libelle), Franse kaas, aardappelen, bananen, een aansteker, gepureerde tomaten, spinazie, flesje wijn, een halfje wit en een tube tandpasta op de band gelegd. Ze droeg een rode jas.
Ik had aardappelen, een stronkje broccoli, een halfje bruin, jonge kaas en een zak borrelnootjes in mijn handen. Ik had geen mandje gepakt. Dat was wel handig geweest.
Ik kreeg kramp in mijn hand.
De vrouw legde geen balkje achter haar boodschappen. Het zegt iets over mensen als ze geen balkje achter hun boodschappen leggen, dacht ik. Of het zegt iets over mij dat ik denk dat het iets zegt over die mensen, dacht ik daarna.
Zo bleef ik nog een tijdje door denken en toen viel mijn zak aardappelen uit mijn hand.
Toen ik alle boodschappen op de band had gelegd, begonnen de jongens achter mij heel hard te praten en elkaar te stompen. Ze duwden tegen mij aan en probeerden voor te dringen. Ze waren nog niet zo oud maar wel erg vervelend. Er zat een jong Surinaams meisje achter de kassa. Ze wist precies hoe ze dit soort jongens aan moest pakken.
Ze zei een aantal dingen tegen de ventjes en dat zei ze op zó’n toon dat ze gelijk stopten met klieren.
Knap vond ik dat, van zo’n jonge meid.
Buiten stonden vier mannen bier te drinken.
“hee”, zei er eentje, “daar heb je die voetballer”.
Hij wees naar mij.
“Hoe heet je ook alweer?”
“Rob”, zei ik.
“Ik heet Rob”.
“O ja”, zei hij toen, en hij nam snel een slok van zijn bier.

Kaatje

13 oktober 2009

Onze lieve vriendin Karin is overleden en ik weet niet hoe ik het normaal kan opschrijven, zonder dat ik haar tekort doe, of dingen vergeet te zeggen. Ik heb vandaag al veel teksten geschreven maar ik krijg geen fatsoenlijk stuk op het scherm.
Eigenlijk was Karin een hele goede vriendin van mijn lief, maar ik was ook gek op haar. Karin was zesendertig jaar en haar kinderen nog maar vijf en zes jaar oud. Kinderen van vijf en zes jaar oud moeten een moeder hebben.

Als ik Karin hoorde praten, door de telefoon of op een film, dan moest ik altijd lachen. Ik kon er niets aan doen, er verscheen gewoon altijd een glimlach op mijn gezicht.

Een jaar geleden kreeg ze kanker. Vier maanden nadat ze haar nieuwe vriend had ontmoet. We schrokken heel erg, maar de artsen hadden veel vertrouwen in het herstel. Karin wist zeker dat ze beter gingen worden. Ze probeerde alles, van chemo tot cytotron, van Reiki tot Helende Reizen.

In april gingen we nog op wintersport want in de bergen was ze gelukkig. Karin stond elke dag heel erg lang op de ski’s. Eigenlijk veel te lang want ze had veel pijn maar ze was daar zo blij, in de sneeuw, de zon, bij haar vrienden.

Karin pakte een keer mijn hand en ze moest huilen en zei dat ze bang was dat ze haar kinderen niet zou zien opgroeien. Ik kreeg tranen in mijn ogen en ik weet niet meer wat ik zei maar wel dat ik mijn hoofd afwendde omdat ik niet wilde laten zien dat ik ook bang was.

Ik ben niet meer bang, want Karin is er niet meer. Maar het voelt zo vreemd, alsof het niet zo had moeten zijn. Dat dit allemaal niet de bedoeling was.

Reis

8 oktober 2009

Omdat dit een blog is, is het natuurlijk wel de bedoeling dat er zo nu en dan een stukje tekst op verschijnt. Bij dezen.
Nu we het toch over Macbooks hebben; mijn Macbook is gearriveerd!
Het lijkt heel simpel, je bestelt iets en een paar dagen later komt het binnen.
Maar da’s nie simpel nie.
Via de site van UPS kun je het pakket volgen en die van mij kwam van de andere kant van de wereld, vanuit Hong Kong. Toen vloog ie naar een andere plek in China en toen door naar weer een andere stad in Azie die ik niet ken. Uiteindelijk is ie in Keulen terecht gekomen en vanuit daar naar Amsterdam. Ik zag het allemaal op het scherm gebeuren en ik dacht, arm macbookje toch, je zal dat vliegen wel een keer zat zijn?
Eigenlijk had ik hem gisteren nog helemaal niet verwacht want volgens UPS bevond mijn pakket zich nog ergens tussen Keulen en Amsterdam. Dus toen gisteren de bel ging en de man met de doos voor de deur stond, voelde ik een golf van vreugde door mijn lichaam stromen.
Het deed me een beetje aan Sinterklaasavond denken. Dat iets een lange reis heeft gemaakt en ineens in jouw handen ligt.

Geen probleem

30 september 2009

Zondag gaf de zomer haar afscheidsconcert en wij gingen naar het strand. We gingen er vroeg heen. We namen de route door de duinen en het bos en bij de ingang van het bos stond een apparaat van het Staatsbosbeheer. Een man een vrouw zochten kleingeld voor een duinkaart. Ik zocht ook naar geld en we hadden vijftig cent te weinig. De vrouw gaf ons vijftig cent. Ik zei dankuwel. We wandelden en het deed me aan vroeger denken. De geur van de bladeren en de geur van september. Het was warm en we trokken onze jassen uit. We liepen over vier heuvels en toen kwamen we dichtbij het strand. Nog één heuvel moesten we over en toen we bovenop op die heuvel stonden keken we uit over het strand en de zee. De zee was kalm. Ik voelde me ineens heel erg verbonden met de zee en het strand. Ik was er al een tijdje niet meer geweest. Het was eb en de zee had zich ver teruggetrokken. Vanaf de duintop kon je de zandbanken zien liggen. Nog verder zagen we het windmolenpark. En de laatst keer dat ik dat zag was vanuit de lucht.
Dat was twee jaar geleden.
Ik moet vaker naar het strand.
Daarna hebben we gegeten bij een tentje dat vroeger een hooischuur was en zeer smaakvol was gerenoveerd. Het eten is waanzinnig en het uitzicht over de weilanden ook. We zeiden nog tegen elkaar dat we dit maar stil moesten houden, want voor je het weet zit zo’n tent bomvol en gaan ze ineens minder hun best doen en holt de kwaliteit achteruit.
Toen zei ik, “sorry, ik moet even naar de wc.”
“Geen probleem”, zei mijn knappe vriendin.

Buk

23 september 2009

Ik doe al een jaar over Vrouwen van Charles Bukowski. Het boek is te goed om uit te lezen. Met pijn in mijn hart zie ik de bladzijden sneuvelen en dan leg ik hem weer weg en laatst was ik hem zelfs vergeten. Vorig jaar ben ik er in begonnen en nu ben ik op driekwart. Van Charles Bukowski zijn weinig boeken in het Nederlands verkrijgbaar, althans, ik kan ze niet vinden. Ik lees niet graag Engelstalige boeken maar als het zo doorgaat zal ik er aan moeten geloven. Veel werk van Buk gaat over het algemeen over drinken, kotsen, gokken op de renbaan, neuken, schrijven, drinken en kotsen. Dat zijn op zich geen verheffende thema’s maar tussen al dat gezuip en geneuk door zegt hij dingen die mooi zijn. Het is een rookgordijn en af en toe laat hij de zon er even doorheen schijnen.
De afgelopen jaren heb ik heel wat beeldmateriaal van Buk gezien waaronder enkele lezingen. Eén in Vancouver en eentje ergens anders. Tijdens zo’n lezing zuipt hij bizar veel rode wijn, rookt hij aan één stuk door en zeikt ie steevast zijn publiek af, en zij hem. Het is een spel waar hij van geniet. Als je een film wilt zien die gebaseerd is op zijn alter-ego Henry Chinaski, kijk dan Factotum. Een juweeltje.

Londen

22 september 2009

Nu we het toch over Londen hebben: Wij zijn afgelopen weekend in Londen geweest. We gingen eigenlijk niet echt naar Londen voor Londen in de the first place, maar eigenlijk meer naar Coldplay. Mijn vriendin koopt namelijk graag Coldplay-tickets voor concerten die niet in Nederland plaatsvinden. Vorig jaar kocht ze tickets voor een concert in MGM, Las Vegas. We hebben er toen maar een 30 daagse rondreis van gemaakt.

Ons hotel lag vlakbij Notting Hill. De zon scheen en de zon maakt altijd alles mooier. We wandelden over de brede laan langs de statige woningen. We sloegen linksaf en toen weer rechtsaf. We kwamen op Portobello Road terecht. Het bleek een bekend straatje te zijn uit de film Notting Hill, maar ik herkende het niet. Er waren marktkraampjes met antiek en geweldige boeken en platen. Op een gegeven moment vonden we het wel een keer mooi geweest en gingen we wijn drinken. Onze vriend zwaaide naar een voorbijganger. Het was Alfonso Cuarón. (Onze vriend had zijn eigen Eddie Vedder momentje.) Ze babbelden met elkaar over regisseren en films en wij bestelden nog wat wijn. Ruby Wax fietste langs maar daar werd niemand van ons warm of koud van.
Mijn vriendin zei dat ze het wel leuk zou vinden om Chris Martin eens persoonlijk te ontmoeten. Maar daar zijn we door alle drukte niet meer aan toegekomen.