Geluk
9 november 2009Eerst wilden we met die jongens naar Nemo, maar met dit weer moet je eigenlijk buiten zijn dus haalden we de jongens bij hun opa en oma op en reden we naar het bos. Het was koud, eigenlijk te koud voor de kleren die ik droeg. En mijn mooie nieuwe schoenen waren te mooi om mee door een vochtig bos te lopen. Maar de zon scheen en de lichtstralen die als gouden slingers tussen de bomen hingen gaven het bos een paradijselijk aanzicht.
We bouwden een hut en de jongste vond een motje dat op de grond zat. Het motje trilde heel erg en volgens hem was ie erg bang. Hij tilde hem voorzichtig op en legde hem een stuk verder in het bos. Waar geen grote mensen rondliepen en waar ie nooit meer bang zou zijn. Intussen bouwde de oudste gestaag verder aan zijn hut. Maar na een tijdje was dat ook niet meer zo leuk en toen liepen we verder.
We gingen eten in een restaurant. In het midden stond een houtkachel en het was er lekker warm. Ik haalde appeltaart, Fristie, water en patat en toen ik terug kwam vroeg de jongste of wij ook verdrietig waren als we aan Mama moesten denken.
“Ja”, zeiden we.
“Ik ook”, zei hij en hij draaide aan de armbandjes om zijn pols. Die waren van zijn moeder geweest, er hingen steentjes aan met afbeeldingen van Boeddha.
“Mama zei dat Boeddha geluk brengt”, zei hij en slurpte zijn flesje Fristie leeg.
“Wil je met mij trouwen”, vroeg hij toen aan mijn vriendin.


.jpg)