Rechts
30 maart 2010
Maandagavond had ik een afspraak in een dorp aan de A4. Het is prettig rijden, zo ’s avonds, met mijn onsportieve rijstijl lekker relaxed op rechterbaan. Ik moet vaak uitkijken dat ik niet onder de 90 kilometer per uur kom. Het gaat er vaak allemaal erg gemoedelijk aan toe daar op die rechterbaan. Voordat ik de auto instapte had ik goed nagedacht over welke muziek ik ging luisteren en het werd weer The Temper Trap, fijne muziek van een band uit Melbourne. Hoog stemmetje heeft die zanger. Terugweg gooide ik hem op shuffle en dat was ook lekker. Intussen was het donker en daar krijg ik altijd zo’n Collateral gevoel van, donkere wegen met haast spookachtige oranje verlichting. Ach, ik reed soms wat harder dan 90 kilometer per uur en dat is nou niet echt iets voor mij. Als ik hard ga rijden dan heeft het allemaal iets onbeholpens, dat rijgedrag van mij. Ik ben gemaakt voor rustig rijden. Daar kwam ik pas achter toen ik een Volkswagen T2 had gekocht. Toen kon ik niets anders dan rechts rijden en harder dan 90 ging ie niet. Dat was nog eens relaxed: rustig rijden met mijn handen op het grote platte stuur. Mensen die naar mij zwaaiden en lachten.
Een oud, oranje busje op de rechterbaan, daar werd iedereen blij van.

Het was de grootste zaal van het theater en wij zaten op het balkon, recht voor de cabaretier. Goede plekken dus, want prima zicht en geen enkele kans dat hij ons eruit zou pikken en de gehele show voor lul kon te zetten.
Ik kijk graag naar Factotum. Een film uit 2005, naar de roman van Bukowski met Matt Dillon als Henry Chinaski. Op internet krijgt Dillon nog wel eens de kritiek niet genoeg Bukowski uit te stralen maar dat is juist wel het geval. De licht naar voren geschoven onderkaak, lage stem, de uitgerekte uitspraak, dat is Charles Bukowski. Misschien wil ik het zien, dat kan ook. In veel scènes wordt niet veel gezegd en juist dat zegt veel. Als er wat wordt gezegd dan is het raak. Net als in zijn boeken geen woord teveel en daar houd ik van. De manier waarop hij drinkt aan de bar, met een sigaret en verder niemand in de kroeg. Dat fascineert mij. Soms is er niets mooiers dan drinken aan een bar met een sigaret en niemand om je heen, alleen de muziek. En dan nadenken.
De bedden in hotel Blooming te Bergen (NH) zijn de allerbeste bedden van de wereld en ze staan in prachtige kamers. Vanaf kamer 1306 heb je uitzicht over de duinen. Ik houd van de duinen en dennenbomen, het duingras, het geraas van de zee in de verte. Het bed was zo groot dat het niet uitmaakte of we met ons hoofd richting de schuifpui gingen liggen, of naar de twee kantelramen, of de flatscreen televisie of gewoon met ons hoofd op de enorm grote kussens. Het maakte allemaal niet uit, in geen van alle gevallen staken mijn benen en voeten over de rand van het bed zoals wel vaak het geval is in hotels of pensions. De hoofdkussens waren tachtig bij tachtig centimeter groot. Als we het bed uitstapten hoefden we geen licht aan te doen, dat knipte automatisch aan. Indirecte verlichting vanonder het bed.