We waren afgelopen weekend in Delft. En precies in dat weekend werd Delft getroffen door een stroomstoring. Ik lag in bed een mooi kort verhaal van John Cheever te lezen, sloeg de laatste pagina om en toen werd het donker. Buiten hoorde ik wat jongeren schreeuwen, mijn vriendin lag te slapen, alles donker. Ik dacht aan de kroegen om de hoek, waar de muziek was opgehouden en het ook donker was. Hoe zal dat gaan, dacht ik, met al die dronken mensen in zo’n donkere ruimte, met onbetaalde rekeningen en drank dat niet meer gekoeld kan worden. Nou ja, ik trok aan het touwtje van de lamp naast mijn bed. Want anders springt ie straks na de stroomstoring weer aan, midden in de nacht. Ik trok en hoorde geen klik, toen nog een keer en weer geen klik. En toen nog een paar keer en ik had geen idee of ie nou aan of uit stond.
Een paar uur later werd ik wakker van het felle licht.
De dag erna gingen we naar het Prinsenhof en zag ik de kogelgaten in de hal waar Willem van Oranje was vermoord. Delft lijkt erg veel op Alkmaar. De grachtjes, de bouwstijl, de terrasjes, rondvaartboten, grote kerken en kebabtenten. En allebei, eeuwen geleden, het decor van een heroïsche strijd tegen de Spanjaarden.
Altijd weer die Spanjaarden.