Dublin
25 juni 2010We gi
ngen naar Pearl Jam in Dublin. En ik heb het al zo vaak gezegd: Pearl Jam is de allerbeste live-band. Geen opsmuk, videowalls of andere onzin dat niet bij rockmuziek past. Mensen beseffen dat niet en denken altijd maar weer aan het album Ten waar de hits opstaan. Alive en Jeremy. Gerust prima nummers. Maar als ik zeg dat Ten een van hun mindere albums is, dan zeg ik geen gekke dingen. Eddie Vedder is een poëet.
Enfin. We zaten ‘s middag in zo’n pub en het was er prima toeven. De zon scheen nogal hard en dat komt daar niet vaak voor. De vrouw bij de receptie in ons hotel sprak over extreme hitte. Onze hotelkamer was een sauna. In de pub waar we zaten, stond een barkeeper zoals ik ze graag zie. Vreselijk aardig en betrokken. Geïnteresseerd in wat wij in Dublin kwamen doen. Goede gesprekken. De pub sloot maar wij mochten blijven zitten, zelfs toen alles was schoongemaakt en de lichten waren gedoofd bleef hij vriendelijk. Hij werd wel wat boos toen we fooi wilden geven. Gouwe kerel.
Later. We spraken over het leven en Pearl Jam en ik dacht aan Elderly Woman Behind the Counter in a Small Town. Een nummer met poëtische teksten waar veel van die dichters een puntje aan kunnen zuigen.
Vrij vertaald:
Ik lijk je gezicht te herkennen
Rondspokend, bekend, maar ik kom er niet op
Ik kan de kaars niet vinden, die mijn gedachten verlicht
op zoek naar jouw naam
verschillende levens dringen zich aan mij op
al die veranderingen, ik zou willen dat ik die plek weer zie
maar er is niemand die mij daar ooit nog mee naar toe neemt
Harten en gedachten vervagen, blijven vervagen.
Maar goed, ik draaf door, ik weet het. Zondag gaan we weer.

Gisteren weer een prima overwinning op Japan. Zonder opsmuk, maar gewoon de wedstrijd controleren en een beetje mazzel hebben. Oranje begint steeds meer op een wereldkampioen te lijken. Maar dan moet die Wesley Sneijder niet meer zo bijdehand doen tijdens die interviews. ‘Ik moest toch die kant op,’ zei hij, over dat doelpunt. Als ie nou een wereldgoal maakt, dan mag het, zo’n geintje. Maar het is dat die keeper loopt te schutteren, anders was het een zuur dagje geworden. Nog iets wat mij opvalt als Sneijder voor de camera staat: Hij kijkt voortdurend om zich heen en soms glimlacht hij zogenaamd naar iemand of zwaait hij naar een imaginaire voorbijganger. Hij kan zich geen houding geven en dat vind ik wel weer grappig. Enfin, nog even over die keepers: keeper van Futsal-oranje, Peter Rozenbeek, schrijft op
We waren bij Deftones, het was druk en warm. Ik zag veel mensen met issues. Gelukkig was er geen voorprogramma. Op het podium stond een DJ en hij draaide harde kutmuziek. Op het kaartje stond aanvang: 20:00 uur en dat is ook weer zoiets. Wat is aanvang? Ik worstel er al tien jaar mee. Nooit wordt er aangegeven hoe laat het optreden begint. Dus we stonden er om 20:00 uur en pas een uur later begonnen ze. Kneiterhard hoor, die Deftones. Geluid vol open. Mijn oren deden pijn. Ik wachtte nog even op een goed nummer maar na een half uur ging ik naar buiten. Ook hier veel mensen met issues. Ik rookte een sigaret, keuvelde met mijn maat over ‘dat we er te oud voor waren’. Daarna weer naar binnen, toen speelden ze vier lekkere nummers. Het ging er hard aan toe op de vloer. Niet lang daarna wurmde een drijfnat joch zich tussen mijn maat en mij door. Mijn arm was helemaal nat. We gingen weg. Buiten was het nog licht, we dronken nog een borrel en gingen naar huis.
Ik zag afgelopen maandag een voetbalwedstrijd zoals ik die de afgelopen jaren vaak zag als Italië of Brazilië speelde. Een team dat beter was maar dat op één of andere manier niet heel erg liet zien. Er vielen weinig doelpunten en als er één viel was het een beetje gelukkig allemaal. Wat mij bij dat soort landen altijd opviel, was dat als ze dan met 1-0 wonnen ze ontzettend blij waren en juichten en sprongen alsof ze al wereldkampioen waren. Ik zag het vorige week ook bij Argentinië. Afgelopen maandag zag ik geen springende en huilerig juichende oranjehemden natuurlijk (doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg) maar blije gezichten, omhelzingen. Helaas gaat de pers er nog allemaal een beetje krampachtig mee om, met dat wel winnen maar niet mooi voetballen. Maar goed. Duitsland speelt de sterren van de hemel, die komen niet verder dan de kwartfinale. Cliché, maar zo gaat dat.
Als je het heel nuchter bekijkt, stelt het allemaal natuurlijk niet zo veel voor. Met acht vrienden in een Spaanse villa zitten, beetje bij het zwembad hangen, rum-cola’s drinken, gitaartje erbij. Maar onder die laag van oppervlakkigheid zit kameraadschap en daar gaat het allemaal om. Er werd gekaart en gelachen. Gezopen en getreurd.
Een dagje rechercheur zijn. Dat lijkt me wel wat. Een beetje met mijn politie-id gaan zwaaien, in winkels en bars. Met mijn toffe laarzen en ongeschoren harses een lunchroom binnenlopen met in mijn handen een portretfoto van een mooie, donkere vrouw van rond de twintig. Aan de eigenaar vragen of hij haar kent. Grote kans dat hij daar geen antwoord op wil geven. Ik zal hem erg bijdehand aankijken. Beetje manipuleren.
Aan de bar was geen plek en ook de tafels waren bezet. Ik kende niemand en stond er een beetje verloren bij, bestelde een rum-cola, keek wat om me heen en ging toen buiten op een stoel zitten wachten.