Suarez
31 augustus 2010
Foto: ANP
Ik keek naar de wedstrijd De Graafschap – Ajax. Het is altijd opmerkelijk om te zien dat het publiek bij dit soort wedstrijden altijd tegen Ajax is, maar niet op een overtuigende manier. Ze vinden dat ze tegen Ajax moeten zijn, omdat ze dat zien bij bijvoorbeeld de supporters van FC Utrecht of Feyenoord. Maar ze zijn het helemaal niet. Diep van binnen vinden ze Ajax een geweldige club. Hier en daar zag ik op de tribune wat jonge kinderen met Ajax-shirts. Samen met hun vaders die zestien jaar geleden naar Ajax – AC Milan in het Olympisch Stadion waren geweest. Daar vette hamburgers met grote uienringen hadden gegeten, bij zo’n karretje, in de regen.
Eén van de camera’s schoot een mooi beeld: Van der Wiel gaf een puntgave voorzet op Suarez, die de bal onberispelijk in de verre hoek kopte. Op het moment dat Suarez samen met Van der Wiel het doelpunt vierde, was goed te zien hoe een Doetinchemse supporter van een jaar of zestien zijn hoofd schudde. Ook zijn vriend of broer die naast hem zat probeerde teleurgesteld te kijken. Maar de hoofdschuddende jongen was niet zo goed in anti-Ajax doen. Hij schudde wel zijn hoofd, maar zijn glimlach was veelzeggend. Suarez stond zes meter van hem vandaan. Hij wilde het liefst opstaan, over de reclameborden hangen, hem aanraken, zijn geur opsnuiven, schreeuwen dat ie van hem hield, desnoods. Maar dat deed hij allemaal niet.

In Parijs waren we afgelopen weekend, in de wijk Le Marais om precies te zijn, om de hoek bij metrostation Republique. Het is een prettige wijk. Er zijn veel restaurants en bars en onze vrienden hadden er een appartement gehuurd, vlakbij Le Café Rouge. Ik had mijn goede vriend al heel lang niet gezien. Hij werkt in een ver land waar niets normaal is en je in supermarkten alleen wortels en komkommers kunt krijgen. Inderdaad, ik heb het over Turkmenistan. Een land waar je niet zou moeten wonen. En zeker niet als je die vriend van mij bent, want dan hoor je in een land gestationeerd te worden waar lekker eten en drinken als het ware gratis wordt uitgedeeld. In Café Le Rouge aten we vrijdagavond wat, terwijl er muizen over vloer liepen. Op zich wel interessant.
Later dat weekend stonden we op een feestje bij ene John uit Amerika. Er waren Australiërs, Engelsen en Fransen. Er was warm bier en Havana Rum. Ik vond het een prettige samenstelling, voelde me daar erg goed tussen die lui. Ik wilde voorlopig niet weg en dat is ook precies wat ik deed. Met mijn telefoon maakte ik een paar foto’s van ons en telkens stond er een kerel met een grote baard op. Ik had hem die hele avond nog niet gezien, maar op elke foto die ik nam stond hij ook. Op de eerste foto keek hij ons aan, erg onderzoekend, beetje fronsend. Op de andere foto kijkt hij over zijn schouder, recht in de lens.
We wonen sinds vorige week in de Pijp. Het is er niet erg groot, we wonen met z’n tweeën op iets meer dan veertig vierkante meter. En over vijf maanden wonen we er met z’n drieën. De verhuizing was een hel. Meer wil ik er niet over kwijt.
Ik kom graag in bouwmarkten. Het ruikt er lekker, het is er ruim. Meestal loop ik door alle gangpaden en kijk dan wat naar al die artikelen. Sommige dingen ken ik niet, nooit eerder gezien. Ik verbaas me ook over de prijzen. Zoals verlichting. Het is nog niet zo eenvoudig om een beetje knappe lamp van onder een tientje te vinden. Voor een frame met drie spotjes betaal je zo veertig euro. Vorige week kocht ik een aantal dingen, zonder dat ik het echt van plan was, maar toen ik er langs liep dacht ik dat het slim was. Het was een douchekraan, een slang en een nieuwe douchkop-houder. Want de houder die we nu hebben is lam. Dus valt telkens dat ding naar beneden, met een klap. Het is elke keer weer schrikken en ik word er strontchagrijnig van, zo in de ochtend.