Schaduw
We zochten onze toevlucht tot een schaduwrijke plek. Aan de zijkant van het festivalterrein stonden grote picknicktafels onder gespannen zeildoeken. Het was er erg druk, de schaduw was populair. Ik zag een vrije tafel, we liepen er in een drafje op af, en ja, verrek, we hadden een plekje veroverd. Toen we gingen zitten, zakte het bankje door tot op de grond. We stonden op, en het ding veerde weer omhoog. De mensen om ons heen, die op andere, overvolle banken en op de grond zaten, moesten lachen, en dat begreep ik. Waarschijnlijk was het door bankjes zakken van nietsvermoedende festivalbezoekers hier al enige tijd een attractie.
We probeerden het zaakje te repareren, maar dat lukte niet. We gingen op het tafelblad zitten, met onze voeten op de doorgezakte bank. Het kon. Het zaakje was instabiel, maar het kon. De mensen die op de grond zaten lachten nu niet meer, maar keken ons jaloers aan. En ook dat begreep ik.
We zaten prima. We dronken bier. Regelmatig kwamen er medewerkers met een emmer, een spons en een wisser de tafels schoonmaken.
Na ons derde biertje ging een andere jongen naast ons op de tafel zitten. De kwetsbare constructie hield het niet langer en de tafel stortte in.
Niet lang daarna kwam het schoonmaakteam weer langs, met de emmer, spons en de wisser. Toen ze bij kapotte tafel kwamen, die er verfomfaaid bij lag, deden ze wat ze al die keren daarvoor ook hadden gedaan: De jongen boende de tafel met de spons en het meisje nam het met de wisser af.
