Blog

10
nov

Vieux-cola

We zaten op een milde herfstavond op een terras aan de Prinsengracht, we dronken Amstel-bier. Binnen in het café zaten een paar luidruchtige mannen. Ze waren dronken, spraken met een heel Amsterdams accent, kwamen waarschijnlijk uit Purmerend. Ze hadden het over Ajax.
Er kwam een grote groep kerels langs, veelal Marokkanen of Turken, ook van buiten de stad. Ze discussieerden hoe ze op de Utrechtsestraat moesten komen en of ze een taxi moesten bellen.
‘Bestel even wat te drinken,’ zei één van hen tegen de jongen met het korte baardje, en hij knikte naar het café waar wij zaten.
Hij bestelde vijf whisky door de deuropening.
‘Sorry man, de laatste ronde is net geweest,’ zei de barkeeper.
‘Geloof je het zelf,’ riep de jongen met het korte baardje.
Er ontstond een vreemd sfeertje, er hing iets in de lucht en wij zaten er precies tussenin. Wij bleven maar gewoon kletsen, over een film. Twee meiden fietsen langs en de groep begon te joelen.
‘Hindoestanen! Hindoestanen!’
Daarna liepen ze de verkeerde kant op, op zoek naar de Utrechtsestraat.
Rond middernacht kwam de barkeeper naar buiten, hij vloekte, we moesten snel naar binnen, het terras moest worden opgeruimd. Binnen stonden twee controleurs, de één schreef de boete uit, de ander had zijn handen diep in zijn jaszakken gestoken. Iedereen in het café keek zwijgend naar buiten, naar de barkeeper die tierend zijn terras opruimde, hoe een asbak van een tafel viel.
‘Waar gaan we in dit land nou toch heen met z’n allen,’ riep iemand die waarschijnlijk vieux-cola dronk.

02
nov

Twee

Twee weken terug was het precies twee jaar geleden dat mijn tweede roman verscheen. Om dat te vieren heb ik deze website wat versoberd: geen roze meer, maar alles zwart en grijs.
Laatst kwam mijn zoontje terug van school en hij vertelde dat roze niet meer zijn favoriete kleur is, omdat de meisjes in zijn klas ‘moesten lachen’. Ik ben solidair met mijn zoon.

Ik schrijf al ruim een jaar aan mijn derde roman. Het gaat goed, maar het is ook zwaar, eerlijk gezegd. Ik lees veel, luister naar muziek, lees opnieuw, schrijf, doe research, praat met mensen. Probeer me het moment voor de geest te halen dat ik langs het klooster in Valldemossa liep, hoe het daar voelde. Dat klooster kreeg vorige week ineens een belangrijke rol in mijn verhaal. Het koppelde twee verhaallijnen aan elkaar, liet dingen in elkaar overlopen. Altijd mooi als zoiets gebeurt.
Dit boek wordt dikker dan mijn vorige twee. Dikke boeken zijn momenteel in de mode. Ik snap niet dat sommige schrijvers persé dikke boeken willen schrijven. Ik kan me er niets bij voorstellen dat ze het aantal pagina’s leidend laten zijn als ze schrijven, dat ze zich niet gewoon laat leiden door het verhaal.

Afgelopen weekend kwam ik in de berging een doos exemplaren van De Nacht van Lolita tegen. Ze liggen in de weg. Ik wil er vanaf en moet ruimte maken, ook in mijn hoofd.
Ik verkoop ze voor een tientje, exclusief verzendkosten. Mail me als je interesse hebt. Je mag me ook mailen als je geen interesse hebt, trouwens.

30
mrt

Kubus

De bus naar het Centraal Station zat helemaal vol, veel mensen moesten staan, net als ik. Er werden geen gesprekken gevoerd, alleen de bus maakte geluid. Bijna iedereen keek op z’n telefoon. Ik las een boek. Een heel goed boek, misschien wel het beste boek van 2015. Bij het Centraal Station stapten alle passagiers uit en losten op in de massa. Een groep splitste zich en stroomde naar beneden, het metrostation in.
Halverwege de trap stond een jongen, hij draaide aan een Rubiks Kubus.

27
mrt

Administratiekosten

Bij de kassa van het Scheepvaartmuseum bestelde ik twee museumjaarkaarten. Ze kosten tegenwoordig € 59,90 per stuk. €4,95 daarvan zijn administratiekosten. Het enige wat de vrouw achter de balie deed was twee keer een pasje pakken en die in een envelop stoppen. Mijn naam moest ik er zelf op zetten.
Ik overweeg om zelf ook administratiekosten door te berekenen aan bedrijven waar ik zaken mee doe. 5 euro administratiekosten voor opdrachtgevers, supermarkten, kroegen en verzekeringsmaatschappijen. Dat zou wat zijn zeg. Zomaar onduidelijke kosten rekenen aan mensen en bedrijven die geen idee hebben waar ze voor moeten betalen.

26
mrt

1990

Ik heb een Game Boy Classic gekocht op Marktplaats, samen met Tetris en Mario Land. Een brok grijze nostalgie met twee rode knoppen. Als ik het deuntje van Mario Land hoor, door de werelden wandel en op schildpadden en spinnen spring, zit ik weer op de achterbank onderweg naar Zuid-Frankrijk. Dan hoor ik Hijo de la Luna van Mecano op het krakende cassettebandje.
Dan denk ik weer aan de speelhal waar ik voetbalspellen speelde en dat ik dat jaar op die camping geen vrienden had gemaakt en ook niet verliefd was geworden.

25
mrt

Nyepi

Afgelopen weekend was het Nyepi Day op Bali. Dag van de Stilte. Een dag en twee nachten lang mag niemand zich op straat vertonen. Geen geluid. Geen licht.
Vorig jaar sliep ik op Nyepi Day twee nachten op de vloer van een bar in Ubud. Het was óf twee nachten met tien vreemde mensen in een bar doorbrengen óf alleen in een hotelkamer zitten.
In de eerste nacht lag ik op de vloer en terwijl iedereen sliep, dacht ik aan mijn leven en hoe het allemaal was gelopen.
Die avond had ik whisky, wodka en bier gedronken. We hadden Shisha gerookt. Nu was het donker en er snurkte iemand. De hond vocht met een rat. Naast mij lag een vrouw die later mijn geliefde werd.

24
mrt

Polonaise

Ik had een fles rum gekocht en liep langs een houten bankje waarop twee zwervers zaten. Ze dronken bier. De ene zwerver boog zich naar de ander en zong zacht en op onvaste toon:
‘Wij vieren feest, dus weg met de malaise.’
De ander reageerde niet terwijl het nagenoeg onmogelijk was om niet voluit ‘Want nu is het tijd voor de polonaise!’ te zingen. Maar goed, sommige mensen kunnen zich blijkbaar altíjd beheersen.

23
mrt

Figuranten

Ik zat voor café ’t Smalle een sigaretje te roken en raakte aan de praat met de moeder van de one-woman showband van Waumans & Victoria’s Groot Literair Variété Spektakel. Precies een jaar geleden verbleef ik een week in haar huis op de Egelantiersgracht en ook toen was het heel aardig lenteweer. We spraken over Bakkum, Praag, yoga en haar dochter. Er liep een jongen voorbij, hij vroeg of ik een sigaret voor hem had. Ik zei dat mijn sigaretten binnen lagen.
‘Zeg dan gewoon Nee,’ zei hij.
‘Nee,’ zei ik.
Hij liep scheldend verder.
De moeder van onze one-woman showband en ik keken elkaar aan en schudden onze hoofden terwijl op de achtergrond een toerist vanaf de brug een foto maakte van het café en daarmee van ons twee figuranten maakte.

20
mrt

Lelie

Ik las Birk van Jaap Robben en ik het is een verdomd goed boek. Het is lang geleden dat ik zo’n beklemmend verhaal heb gelezen. Of nee, dat is niet waar. Ik las onlangs The Free van Willy Vlautin en die was nóg beklemmender. Literatuur is geen wedstrijd maar als dat het wel was dan had Willy gewonnen.
Ik las vorige week voor op een literaire middag en na afloop kregen we een lelie van de organisatie.
‘Die stinken,’ zei iemand. ’Ze geven lastige vlekken,’ zei iemand anders. Rob van Essen vertrok naar huis en liet zijn lelie achter. Ik nam zijn lelie mee. Bij ons staan nu twee lelies in een oranje vaas en ja, ze stinken. Ook die van Rob van Essen.

19
mrt

Jumbo

Ik rekende mijn boodschappen af en naast mij stonden twee jongens en een meisje met een zwarte bomberjack. De langste van die gasten stonk naar zweet en shag. De andere jongen zei gedag tegen een kassa-medewerker. Die lange, stinkende jongen draaide zich naar hem toe en zei:
‘Zo. Ahmed werkt ook nog steeds als kassa-medewerker bij de Jumbo. Beetje vakken vullen. Nou knap hoor.’
Ahmed zei niets terug.
‘We betalen hier niet,’ zei die lange stinkende jongen, tegen niemand in het bijzonder. ‘Daarom heet het ook Jumbo. Jat Het Maar Bij Ons.’
Ik keek de jongen even kort aan. Dat was voldoende.

18
mrt

Thai

We gingen naar een Thais restaurant en, daar moet ik eerlijk in zijn, we hadden al aardig wat biertjes op. We moesten even wachten totdat er een tafeltje vrij was, dus we stonden daar met z’n vieren een beetje aan de bar te hangen, aangeschoten en luidruchtig, waarschijnlijk tot grote irritatie van alle gasten. Maar goed. Het eten was prima maar toen we naar huis gingen en in de bus zaten werden we allebei een beetje misselijk.
De volgende ochtend pakte ik de stofzuiger uit de berging en heb ik het hele balkon gestofzuigd. Heerlijk. 

26
dec

Zweet

We waren de enige gasten in het Turkse restaurant en er waren wat dingen veranderd sinds de laatste keer dat ik hier was. Ik was met een andere vrouw, er waren wat tafels bijgekomen, de lange muur was wit betegeld en daar hing nu een heftig en tamelijk lelijk kunstwerk. De houten stoelen waren vervangen voor luxe ogende witte lederen exemplaren. Ze leken op de stoelen die we kochten toen we gingen samenwonen, in Heerhugowaard, in een nieuwbouwwijk waar iedereen nette tuintjes had en in dezelfde dure kleding liep, en waar we voor duizenden euro’s meubels hadden gekocht, die bij nader inzien amper in ons huis paste. Het salontafeltje heb ik nog. Het is een loodzwaar ding, met een leisteen in het midden. Niemand vindt dat tafeltje mooi. Ik heb ‘m deze zomer blauw geverfd en het heeft daarmee een hele andere uitstraling gekregen, zeker wel, maar echt mooier?, nee dat denk ik niet.
We kochten toen dus zes eetstoelen met wit-lederen bekleding. De stoelen waren zwaar en duur. Anders dan de stoelen waar we in dit restaurant op zaten, die waren licht en een stuk minder duur maar op deze stoelen kreeg je tenminste geen zweet-reet. Zo noemden we dat. Dat was ons geintje.

25
dec

Jaren

We hadden bier, champagne en wijn in onze rugtassen en begonnen de avond in een café op Nieuwmarkt. Om tien uur gingen we naar buiten, het was een milde winternacht, we dronken flesjes Amstel. Het was druk op het plein, ik praatte met wildvreemden, keek om me heen, naar de stad zoals ik die nog nooit had gezien en toen was het twaalf uur. Ik weet nog dat ik op een paaltje stond, leunend tegen mijn vrienden, en bij iedere vuurpijl die in de hemel explodeerde, spatte een stukje van dat vreselijke jaar kapot en hoe meer pijlen in al die kleuren uit elkaar spatten, hoe beter ik me voelde en na een tijdje had ik alleen nog maar zin in het nieuwe jaar, dat uiteindelijk inderdaad nog niet eens zo’n heel slecht jaar bleek te worden.

24
dec

Knopen

Tijdens een wilde nacht in Leeuwarden waren diverse knopen van mijn overhemd verdwenen. Het was vrijdagmiddag, we hadden een kater en zaten in de Interliner naar Alkmaar. Mijn huisgenoot zei dat zijn moeder die knopen er wel weer aan kon naaien. Hij schepte op over wat zijn moeder allemaal met naald en draad kon. Het was een mooi overhemd, ik baalde van die verdwenen knopen, wat mij betreft zaten er sowieso te weinig knopen op. Er zat teveel ruimte tussen.
Misschien kan je moeder er wel een paar extra knopen aannaaien, zei ik tegen mijn huisgenoot en hij knikte, dat kon ze vast, jazeker, dat behoorde absoluut tot de mogelijkheden.
Die middag zaten wij bij zijn moeder in de keuken. Mijn overhemd lag op de keukentafel. Ik vertelde over de knopen en dat ze wat mij betreft net even te ver van elkaar af stonden en of ze er misschien een paar extra tussen kon zetten. Ze keek haar zoon en mij beurtelings aan, schudde haar hoofd en liep naar de bijkeuken, waar haar echtgenoot met twee dode kippen in zijn handen in de deuropening stond.

23
dec

Niets

Ik lag eens in het ziekenhuis en naast mij lag een man van een jaar of zeventig. Hij kreeg altijd veel bezoek. Zijn vrouw kwam iedere dag langs en ook zijn kinderen waren er vaak, samen met de kleinkinderen. Hij deed altijd erg stoer tegenover zijn vrouw en kinderen. De kleinkinderen waren dol op hem.
Maar als ze allemaal weg waren, zei hij niet veel en keek hij de hele dag maar wat uit het raam en soms snotterde hij wat en kwamen er piepende geluiden uit zijn keel. Het leek op huilen wat hij daar deed. Een huilbui van iemand die niet gewend was om te huilen en het al heel lang niet meer had gedaan en niet meer wist hoe het moest. Regelmatig kwam de dokter bij hem langs. Op een ochtend vertelde die dokter dat ze vermoedden dat hij een tumor in zijn slokdarm had. Hij zei niets terug, hij knikte alleen maar. Toen die middag zijn vrouw op bezoek kwam zei hij er niets over. En ook de volgende dag zei hij niets tegen haar, en ook niet tegen zijn kinderen.