Blog

23
dec

Niets

Ik lag eens in het ziekenhuis en naast mij lag een man van een jaar of zeventig. Hij kreeg altijd veel bezoek. Zijn vrouw kwam iedere dag langs en ook zijn kinderen waren er vaak, samen met de kleinkinderen. Hij deed altijd erg stoer tegenover zijn vrouw en kinderen. De kleinkinderen waren dol op hem.
Maar als ze allemaal weg waren, zei hij niet veel en keek hij de hele dag maar wat uit het raam en soms snotterde hij wat en kwamen er piepende geluiden uit zijn keel. Het leek op huilen wat hij daar deed. Een huilbui van iemand die niet gewend was om te huilen en het al heel lang niet meer had gedaan en niet meer wist hoe het moest. Regelmatig kwam de dokter bij hem langs. Op een ochtend vertelde die dokter dat ze vermoedden dat hij een tumor in zijn slokdarm had. Hij zei niets terug, hij knikte alleen maar. Toen die middag zijn vrouw op bezoek kwam zei hij er niets over. En ook de volgende dag zei hij niets tegen haar, en ook niet tegen zijn kinderen.

22
dec

Meer

Ik had geen idee waar we waren. We hadden al een paar uur gewandeld, het was heerlijk, maar ik begon hongerig te worden en als er íets onplezierig is, dan is het bij mij in de buurt zijn als ik hongerig ben.
We kwamen langs een duinmeer en daar stond een groot bord. ‘Hier ben u’ stond er linksboven, daarnaast een rode pijl die naar een zwarte stip wees. Ik keek naar de plattegrond en zag over het hele vlak nummers staan, zoals op plattegronden van een vakantiepark, en toen pas zag ik dat we aan de rand van camping Bakkum stonden.
We liepen over de grindpaadjes. Alle plekken waren leeg. Ik zag aansluitpunten voor elektra, bordjes met plaatsnummers, het toilet-gebouw, speeltuintjes. Ik dacht aan de zomer, aan drukte, schreeuwende kinderen, de geur van zonnebrandcrème, rosé drinkende mannen, rode ruggen, zinderende nachten en stokbroden bij het ontbijt.
Als ik ‘zinderende nachten’ schrijf, dan denk ik aan die week in Salou ergens in de jaren negentig, in een jaar waarin alles nog nét zorgeloos en overzichtelijk was en in die week werd ik voor een nacht verliefd op een meisje dat vijf jaar ouder was dan ik. Ik weet niet meer wat haar naam was, maar ze had het lichaam van een fotomodel en het kapsel van Madonna.

17
dec

Platform

Tot vorige week stopte de bus vanuit Noord aan de voorkant van het Centraal Station, aan de Prins Hendrikkade, op zo’n vijftig meter van het metrostation. Sinds zondag is het busstation verplaatst naar de IJ-zijde, zo’n vijfhonderd meter van het metrostation. Terug naar Noord rijdt de bus nu om het station heen, langs stoplichten en drukke fietsroutes. Het betekent voor mij in totaal tien minuten extra reistijd, een toename van 50%.
Maandagavond stond ik op dat nieuwe busplatform, het was een chaos. Iedereen liep met verwilderde blikken rond, op zoek naar de juiste bus. Nergens waren informatie-borden opgehangen waarop stond welke bus van welke halte vertrok. Wel had de verantwoordelijke afdeling van de Gemeente Amsterdam de tijd gevonden om bij wijze van feestelijke opening een Surinaamse drumband uit te nodigen. Het geluid van de drumband weerkaatste tegen de nieuwe overkapping waardoor het galmde en het getrommel aanzwol tot een oorverdovende herrie. Raketinslagen, bommen, explosies. Ik stond even stil en keek naar al die gestresste mensen op het busplatform, allemaal opgefokt door die herrie van die drumband, allemaal op zoek naar een bus die hen naar huis zou brengen op het ritme van de trommelslagers. En ik dacht aan de bedenkers van dit project. Hebben ze ooit zelf gebruik gemaakt van het openbaar vervoer? En waar waren ze nu?

16
dec

Gesprek

Ik stond buiten een sigaret te roken, op de stoep voor een café in Noord. Het was koud, mijn jas hing nog binnen over mijn kruk, naast Nyk de Vries, die niet rookt maar wel graag een biertje drinkt en de volgende dag overigens kerst ging vieren met familie in Friesland omdat ‘dat nou eenmaal beter uitkwam’.
We hadden allebei voorgedragen tijdens de literaire pubcrawl en we waren hier geëindigd. We dronken bier uit klassieke bierglazen die je in de jaren tachtig overal zag. Glazen waar je net zo goed cola in kunt schenken, zonder dat iemand je gek aankijkt.
Eerder die avond droeg een schrijfster een heel mooi verhaal voor over een voormalig galgenveld hier in Noord, waar nu de Shell-toren staat, werkelijk een mooi verhaal, waar ik op zondag nog regelmatig over nadacht. Haar voordracht werd een aantal keer onderbroken door een vrouw die ze niet helemaal op een rijtje had. Vlak na de voordracht begon die vrouw te dansen als een hippie, langs de tafeltjes waar mensen haar met grote, bange ogen aankeken.
En nu stond die vreemde vrouw ineens naast me, terwijl ik lekker op mijn gemak een sigaretje stond te roken.
Ze keek me aan, haalde een pakje shag uit haar jaszak en zei:
‘Ik ga zo de stad in. Ga je mee of heb je het lef niet?
‘Waar ga je heen,’ vroeg ik.
‘Daar kan ik niets over zeggen,’ zei de vrouw, en toen: ‘Val je op negers?’

15
dec

Hits

Vorige week luisterde ik naar ‘Regulate’ van Warren G uit 1994, het jaar waarin ik in een rozenkwekerij werkte. De zomer was warm en in de kas was het nog warmer. De rozen knipten we af met een snoeischaar, de rozen op de linkerarm, kijk uit voor de doorns, altijd lange mouwen dragen.
Er werkte een man die Frank heette en om hem heen hing altijd een zoute zweetgeur.
We werkten wekenlang, iedere dag, en op zondag werkten we alleen in de ochtend en fietsten we ‘s middags naar de McDonalds in Alkmaar en aten we hamburgers en franse frites tot de dag voorbij was. Aan het eind van die zomer ging ik met een paar vrienden op vakantie naar Zeeland. Twee weken lang liet de zon zich niet zien. We fietsten iedere avond naar een discotheek in Cadzand, we dronken Bavaria-bier en rookten sigaretten. Een andere grote hit uit die zomer was ‘Love is all around me’ van Wet Wet Wet, maar in die twee weken kuste ik geen enkel meisje. In wezen had ik al twaalf maanden geen meisje meer gekust. Dat kwam natuurlijk allemaal omdat de liefde van mijn leven mij een jaar eerder had verlaten. Ik was zestien en als ik aan haar denk kan ik het radeloze gevoel nog voelen en ik weet nog dat ik het niet kon geloven dat ze was verdwenen en ik kon alleen nog maar huilen, dag en nacht, terwijl al mijn vrienden op vakantie waren en ik met niemand kon praten over mijn hart dat uit mijn lichaam was gerukt.

12
dec

Boom

We hadden een kerstboom uitgezocht en ik vroeg aan de vrouw die een net over de boom trok of er ook een kruis onder gespijkerd kon worden. Ze keek naar haar collega en die knikte. Geen probleem. Ik rekende binnen in de winkel af en mijn oudste zoon legde zijn autootje op de band bij de kassa. De caissière zei dat hij het autootje wel even moest omdraaien want zo stond ‘ie achterstevoren. Maar hij schudde zijn hoofd en zei dat ‘ie achteruit moest omdat het autootje dat gewoon zo wilde. Aha, zei de caissière.
Buiten zag ik twee bomen met een net eromheen tegen het hek staan, onder geen van beiden was een kruis gespijkerd. Ik vroeg welke boom van ons was, de vrouw wist het niet meer, we kozen de rechtse en ik vroeg of het nog gelukt was met het kruis. Ze begreep niet wat ik bedoelde en ik begon over dat kruis waar ik eerder om gevraagd had. O, zei de vrouw, ik dacht dat je wilde weten óf er een kruis onder gespijkerd kon worden. Dat kan dus, maar wíj doen dat niet. Ze begon te lachen.
We gingen maar weer naar binnen om in de winkel voor een tientje een standaard te kopen.
‘s Avonds versierden we met z’n allen de boom en mijn oudste zoon hing telkens drie of vier kerstballen bij elkaar want hij wilde niet dat de ballen helemaal alleen aan een takje zouden hangen.

11
dec

Jong

Een paar jaar geleden woonden we in Amsterdam-West in een flat en daar bleek een buurvrouw van een paar verdiepingen boven ons plotseling te zijn overleden. Een jonge vrouw nog, ze was net zo oud als ik nu ben.
De huismeester was een man met een grijze baard die iedere dag naar de moskee ging om te bidden en altijd trots vertelde over zijn dochter en zoon. Onze oudste zoon noemde hem opa.
We vroegen hem naar de vrouw die was overleden en hij vertelde dat ze een schat van een vrouw was, maar sinds ze een relatie met dat ‘jodenjong’ had gehad, het slechter met haar leek te gaan. Jodenjong, zo zei hij dat.
Een tijdje later zagen we een paar vrienden van de vrouw haar woning leeghalen. Veel meubels werden bij het grofvuil gezet, andere dingen werden in een busje geladen. Ze zeiden niet veel. Ik keek er naar vanaf ons balkon en rookte een sigaret. Na een tijdje keek ik naar links, naar het park, naar het groen. In de zomer zagen we alleen maar groen en vogels en hier en daar hoge gebouwen zoals het Olympisch Stadion en de kantoorpanden van de Zuidas. In de winter, als de bomen kaal waren, zagen we het meertje in het park, daarachter de woningen aan de Postjeskade en daarachter alle lichtjes van de stad.

10
dec

Halte

Tegenwoordig lees ik een boek als ik in de bus of metro zit. Het zijn vaak korte ritjes en ik dacht altijd dat het niet de moeite is om een boek open te slaan voor een paar minuten, maar dat is het wel. Voorheen luisterde ik naar muziek als ik in de bus zat, zodat ik me kon afsluiten. Afsluiten van al die mensen die praten of niezen of hoesten of naar te luide muziek luisteren of hun neus ophalen; al die mensen die zeg maar mens zijn. Het zal wel weer vreemd zijn dat ik dat allemaal niet wil horen, maar zo is het nou eenmaal.
Nu lees ik tegenwoordig dus een boek en hoor ik de mensen niet meer. Behalve gisteren, toen ik in de metro naast een vrouw stond die een telefoongesprek voerde en tegen haar telefoon zei: ‘Het klinkt misschien gek maar soms denk ik dat het makkelijker zou zijn geweest als hij dood was. Dan kan ik het tenminste accepteren en verder gaan met mijn leven.’
Ik dacht nog een tijdje na over wat die vrouw had gezegd en ik fantaseerde over haar leven en de man die uit haar leven was verdwenen zonder te sterven. Later, in de bus, dacht ik na over de mensen die uit mijn leven waren verdwenen zonder te sterven en ik vergat bijna uit te stappen bij mijn halte, zoals ik vorige week mijn halte had gemist omdat ik aan het lezen was en uiteindelijk tien minuten op een bus moest wachten die mij terugbracht naar huis.

09
dec

Tocht

Drie dagen geleden waren we met een stalen sloep uit Alkmaar vertrokken en in een woeste zomerstorm over het Noordhollandsch Kanaal naar het Alkmaardermeer gevaren. Daar meerden we aan en brachten de nacht door in ons tentje op een jachthaven in Akersloot. De dag erna naar het Uitgeestermeer, waar mijn goede vriend aan boord kwam en we saté aten in een restaurant en ‘s nachts veel bier en rum dronken. De volgende ochtend via de Markervaart en de Zaan door de sluis naar De Poel, die we helemaal overstaken in de richting van Wormer, waar we een vriendelijke havenbeheerder spraken die hoofdschuddend naar ons bootje keek en ons de tent lieten opzetten op zijn veengrond. Aan het eind van de middag staken we opnieuw het meer over, legden aan bij de kajakvereniging en aten biefstuk in de avondzon.
Nu was het midden in de nacht en we voeren terug naar onze tent op de veenweide. De volle maan scheen helder, we zetten midden op het meer de motor uit en keken uit over het gladde rimpelloze wateroppervlakte van De Poel. Vissen sprongen uit het water, niemand zei iets. Ik stak een sigaret op en dacht aan de volgende dag, dat we weer naar huis zouden gaan. Mijn vrienden naar Alkmaar, ik naar Amsterdam.

08
dec

Depressief

We keken Across the Universe, een musicalfilm. Ik geloof dat ik niet zo van musicalfilms houd, maar hier draaide het allemaal om muziek van The Beatles en ik dacht laat ik het maar gewoon proberen. En laat ik nog één keer proberen al die nummers van The Beatles te beluisteren en niet alleen maar I am the Walrus.
De film gaat over een jongen die vanuit Liverpool naar New York vertrekt en op zoek gaat naar zijn vader. Liverpool. Wat een depressieve stad is dat. Ik kan me goed voorstellen dat de leden van The Beatles er alles aan hebben gedaan om die stad te ontvluchten. Manchester schijnt ook zo’n vreselijke stad te zijn, de stad van Oasis en the Smiths. Ik ben een paar keer naar een concert van Oasis geweest en bijna alle keren kreeg ik het aan de stok met dronken Engelsen.
De eerste keer, ik was twintig, gingen we naar de Brabanthallen in Den Bosch. Een vriend van mij reed, wij dronken blikjes bier op de achterbank. We kwamen in een file terecht en we kwamen geen meter vooruit. Ik moest enorm dringend plassen, echt heel dringend. Ik kon het nauwelijks nog ophouden en stapte uit en wilde tegen de vangrail pissen, maar al die mensen die vanuit auto’s naar mij zaten te kijken; het lukt niet. En toen begon het weer te rijden. Mijn maat probeerde nog zo’n goed en kwaad als het kon op mij te wachten, maar na een paar keer toeteren moest ‘ie wel gaan rijden. En nog steeds lukte het mij niet om te pissen en er zat niets anders op dan het op te geven en een sprint te trekken naar die gekke Seat Ibiza waar vanuit de open raampjes de hoofden van mijn vrienden staken en sigarettenrook walmde. Het was allemaal erg onhandig en dom maar eerlijk is eerlijk, daar konden die dronken Engelsen niets aan doen.

05
dec

Gedicht

Volgens mij waren voorheen de chocoladeletters in de rode verpakking puur en die in de blauwe verpakking melk. Ik krijg de indruk dat dat tegenwoordig niet meer zo is. Dingen veranderen, dat staat vast.
Ik heb al jaren geen surprises meer gemaakt, de laatste keer was tijdens mijn studententijd in Leeuwarden. Mijn huisgenoten en ik fietsten over de Gebroeders Wierdastraat en de familie van der Weystraat naar de flat waar die leuke meiden van onze studie woonden. Ik weet niet meer hoe die straat heet, ik heb begrepen dat al die flats inmiddels zijn verdwenen en dat er nu keurige rijtjeshuizen staan.
De meiden hadden gekookt en één van die meiden zag ik behoorlijk zitten, al een paar weken, en ik probeerde dat heel subtiel en tactvol aan te pakken. We dronken bier en aten nasi met saté en na het eten was het tijd voor de surprises en gedichten. Ik was de laatste die een surprise kreeg en ik las het gedicht voor. In de laatste twee regels stond dat ik verliefd was op Evelien, dat had de Sint allang al gezien.
Iedereen lachte, ik ook, maar daarna werd ik knalrood en toen stopte iedereen een beetje met lachen en hing er een hele ongemakkelijke stilte in de huiskamer, totdat Evelien zei: ‘Iemand nog een biertje?’

04
dec

Regulier

De monteur kwam langs omdat de vloerverwarming kapot is. Hij had een gereedschapskist, een iPad en een warmtecamera bij zich. Met de warmtecamera controleerde hij de temperatuur van de vloer en op het schermpje was goed te zien waar warm water door de leidingen stroomde en waar niet. Hij keek op het display van de installatie en draaide met een waterpomptang aan een ventiel.
‘Nu moet het allemaal weer werken,’ zei de monteur, maar toen hij weer op het display keek, zei hij: ‘O nee, toch niet.’
Hij ging weer met de warmtemeter door het huis en op het scherm waren bijzonder weinig leidingen te zien waar warm water doorheen stroomde.
Dat ging een tijdje zo door; op het display kijken, aan het ventiel draaien, met de camera door het huis. Het was een vriendelijke man. Mijn oudste zoon was erg geïnteresseerd en vroeg regelmatig aan de monteur wat hij aan doen was en dan legde hij dat geduldig uit.
‘Nu moet ‘ie het weer doen,’ zei de monteur na een half uur opnieuw, maar vlak daarna zei het display wederom van niet.
Nu werd hij ongeduldig. Hij begreep er niets van, mopperde wat binnensmonds en precies op dat moment vroeg mijn zoon wat hij nu aan doen was en de monteur zei bits: ‘Gewoon, reguliere werkzaamheden.’

03
dec

Vertraging

Ik heb al zes maanden geen televisie meer gekeken en ik kan het iedereen aanraden. Soms kijk ik een voetbalwedstrijd op mijn iPad, zoals afgelopen zomer tijdens het WK. De wedstrijden op de website van de NOS hadden een vertraging van een minuut ofzo en tijdens de wedstrijden van het Nederlands Elftal hoorde ik door het gejuich van de bovenburen al een minuut van tevoren dat Oranje zou gaan scoren. Een geruststellende vorm van geluidsoverlast.
Tegen Mexico klonk vlak voor het einde van de wedstrijd een vreemd ingehouden gejuich van boven, niet het gejuich dat ik eerder had gehoord bij een doelpunt, en ik snapte het niet, maar ik zag Robben aan de rechterkant van het veld het strafschopgebied naderen, twee verdedigers erbij, een passeerbeweging, een sliding van nummer 5, de bal net binnenhouden op de achterlijn, opnieuw een actie en daar was het been van Márquez. Natuurlijk, ze hadden gejuicht voor het been van Márquez.
Niet lang daarna hoorde ik de bovenburen schreeuwen, gillen en stampen. Snel pakte ik een biertje uit de koelkast, stak een sigaret op en keek voor het eerst in mijn leven zonder spanning naar een penalty die door Oranje werd genomen in de kwartfinale van een WK.
In de halve finale tegen Argentinië bleven de bovenburen lang stil, zelfs toen de penaltyreeks al begonnen was. En vreemd genoeg was dat niet de eerste keer dat ik, al voordat ik de penalty’s genomen zag worden, wist dat het fout zou gaan.

02
dec

Dansen

De afgelopen week zag ik op social media foto’s voorbijkomen van slapende mensen in een trein waar dan grappige teksten bij waren bedacht, zoals bij die vrouw die het boek ‘Ontspannen voor Dummies’ in haar hand had. Grappig inderdaad.
Ook wel een beetje opvallend eigenlijk, zeker nu, in een tijd dat iedereen zich vreselijk zit op te winden over de inbreuk op onze privacy door de overheid, Facebook en weet ik veel wie nog meer.
Ik zie die verhitte gesprekken tijdens verjaardagen of vrijdagmiddagborrels voor me, waar altijd wel iemand, met het schuim op de mond en een bitterbal in de hand, loopt te tieren op het recht op onze privacy. En ook zie ik voor me dat diegene op de weg naar huis dit soort lollige foto’s maakt, van zo’n lieve, snurkende vrouw in de stoptrein naar Harderwijk.
Want zélf andermans privacy serieus nemen, daar blijken veel mensen toch behoorlijke moeite mee te hebben.
Ik zie het ook vaak in café’s, trouwens. Als iemand iets grappigs doet of na een paar borrels teveel een beetje gek staat te dansen, duurt het nog geen vier seconden voordat iemand het tafereel staat te fotograferen of te filmen.
Het hóeft niet vastgelegd te worden. Je kunt er ook gewoon naar kijken zonder dat er een mechanisme wordt opgestart dat z’n energie haalt uit Likes en Retweets.
Want straks doet niemand meer iets grappigs in het café en durft niemand meer weg te zakken in een middagslaapje, en zijn we allemaal als de dood om te eindigen in een viral-video en dan hebben we de poppen pas echt aan het dansen.

01
dec

Boek

Een paar weken geleden bestelde ik op een grijze ochtend via internet een tweedehands boek van een Duitse schrijfster en ik haalde het boek ‘s middags op in een winkel in de Utrechtse straat. Achter de toonbank stond een schuchtere, lieve vrouw van ergens voor in de twintig, een meisje nog eigenlijk, en ik zei dat ik het boek kwam ophalen. Ze liep naar achter en kwam terug met een norse man die geen gedag zei. Hij rommelde wat onder de toonbank, vond het boek, legde het naast de kassa en liep weer weg. Het meisje lachte verontschuldigend en ik lachte verontschuldigend terug. Laat je niet gek maken door die ouwe, zeiden we zwijgend tegen elkaar.
De volgende ochtend stapte ik op bus 33 en zei ‘Goedemorgen’ tegen de chauffeur maar hij zei niets terug. Ik hield even in en zei opnieuw ‘Goedemorgen’ maar weer zei hij niets terug. En ik weet natuurlijk zelf ook wel dat ik een volwassen vent ben die z’n ochtend niet moet laten vergallen door zoiets onbenulligs als een buschauffeur die geen goedemorgen zegt, maar dat dreigde toch te gebeuren, natuurlijk enkel en alleen omdat er niemand was die lief naar mij glimlachte en zwijgend zei dat ik me niet zo gek moest laten maken.