Blog

27
nov

Tanker

Als ik ’s avonds naar de pont fiets, neem ik altijd de route langs de roze tanker, het voormalig tankstation aan de Nieuwe Leeuwarderweg. De overkapping, de pilaren en het gebouwtje waar voorheen het winkeltje zat, zijn roze geschilderd. Dat is een mooie heldere kleur. Dat vindt mijn oudste zoontje ook, tenminste, dat zegt hij bijna iedere dag. Roze is mijn lievelingskleur, zegt ‘ie dan, als we bijvoorbeeld een appel eten.
Maar goed, dat voormalig tankstation is dus roze, en het gebouwtje dat voorheen het winkeltje was, is nu een ruimte dat je kunt afhuren voor een feestje ofzo. Aan de onderkant van de overkapping zijn over de hele oppervlakte grote platen met led-lampjes bevestigd die ’s avonds prachtig licht geven. Die lampjes veranderen voortdurend van kleur, het beweegt, het golft als het ware; mooi om te zien.
Op de plek waar voorheen de pompen stonden, zijn betonnen ligstoelen neergezet zodat je min of meer ontspannen naar dat mooie led-plafond kunt kijken.
Om er te komen moet je over een vreemd, donker paadje fietsen waar nooit iemand komt. Ik heb er één keer iemand z’n hond zien uitlaten maar verder heb ik daar nog nooit iemand gezien. De laatste keer dat ik daar fietste was het drie uur ‘s nachts en ik voelde me niet helemaal op m’n gemak. Ik zag in gedachten iemand uit de bosjes springen en mij volledig in elkaar meppen, of – waarom ook niet – op brute wijze afslachten. Maar ik kalmeerde mijzelf met de gedachte dat geen mens dat in zijn hoofd zou halen als even verderop de mogelijkheid bestaat om in een betonnen ligstoel naar een plafond met led-lampjes te staren.

26
nov

Katoomba

Dertieneneenhalf jaar geleden ging ik met een vriend naar Australië. We begonnen in Sydney, bleven daar een paar dagen en reden daarna naar Katoomba in de Blue Mountains. We boekten een kamer in een guesthouse dat was gevestigd in een groot, wit, houten pand dat koloniaal aandeed, met krakende planken op de vloer en zo’n grote veranda. We dronken bier op onze kamer, rookten sigaretten en keken naar Aussie rules op tv. We maakten plannen voor de komende weken: hierna wilden we omhoog naar Byron Bay en Cairns, maar eerst naar Fraser Island en natuurlijk ook nog zeilen bij de Whitsundays en daarna met ons autootje door de outback naar Darwin. Ik weet nog dat ik vreselijk gelukkig was, daar aan de andere kant van de wereld en dat ik later die avond op de grote veranda naar mijn vriendinnetje in Nederland belde en dat ze heel erg moest huilen omdat ze mij zo miste. Ik zei dat ik haar ook miste maar dat was niet waar. Ik was vooral zielsgelukkig.

25
nov

Hustler

In het café stond de televisie aan en mijn maat vroeg aan de barman of we even naar Ajax konden kijken. De barman zei dat het mocht maar dat hij niet wist hoe het allemaal werkte en gaf mij de afstandbediening.
Ik drukte op de P+ knop en begon te zappen. Linksboven verscheen eerst de naam van het kanaal en een seconde daarna pas het beeld.
Het café zat lekker vol. Naast mij aan de bar zaten twee kerels, een stel, en die langste draaide zich naar ons toe en gaf een knipoog.
Ik keek naar de titels van de kanalen linksboven in beeld, wachtend op Fox, maar ineens verscheen daar Hustler TV en ik drukte snel verder naar de volgende, dat bleek Teen XXX te zijn en ik probeerde vóórdat het beeld verscheen naar de volgende zender te schakelen. Er is in feite niets mis met porno kijken, zeker niet in een café, maar het zweet brak mij toch een beetje uit, want ik had op een of andere manier de aandacht getrokken van zowat alle aanwezigen, hier en daar giechelde een vrouw, en ook mijn maat lachte zich rot om dat gehannes van mij met die afstandsbediening.
De café-eigenaar bleek geabonneerd te zijn op een vrij uitgebreid porno-pakket, ik blééf zappen. Intussen zat iedereen in het café naar de televisie te kijken, naar al die titels van die porno-kanalen en er hing ineens een heel raar sfeertje in die tent.

24
nov

Hazes

De enige volkszanger waar ik naar kan luisteren is André Hazes. Ik houd van André Hazes, ik geloof hem. Als ik zijn muziek hoor, denk ik aan toen en aan die vriend die als enige een eigen flat had, waar we in het weekend bier dronken, naar Hazes luisterden en frikadellen aten voordat we naar het café gingen. En als we in het café waren wilden we opnieuw zijn muziek horen en vroegen we aan de barkeeper of hij hem wilde draaien, ah kom op nou man, maakt niet uit welk nummer.
Het Voorcafé. Ik kuste er meisjes, vocht met sukkels en maakte slechte plannen.
Vaak hoorden we aan het eind van de avond ‘Het laatste rondje’, het enige nummer van Hazes dat ik haat omdat het die avonden een halt toeriep. Tot op de dag van vandaag krimpt mijn maag ineen als ik dat nummer hoor. Die soundtrack van al dat moois dat eindigde.

20
nov

Salinger

De documentaire ‘Salinger’ is mooi, zeker als je van zijn werk houdt en van literair New York in de vorige eeuw. Het is een typisch Amerikaanse documentaire met veel dramatische interviews met oude vrienden en bekenden van Salinger, van wie enkelen hard hun best deden om tranen op te wekken op de juiste momenten en als dat niet lukte, monteerden de makers wel een handig muziekje onder een tragisch shot. Wat vooral Amerikaans is, is dat moment in de film waarop de relatie tussen Salinger en Oona O’Neill wordt besproken en het feit dat Oona in 1943 trouwde met Charlie Chaplin terwijl Salinger in het leger zat. Een vrouw vertelt dat het voor Salinger vreselijk moet zijn geweest om via de kranten het bericht te moeten vernemen, het bericht dat volgens haar wereldnieuws was. Natuurlijk. Ik kan me goed voorstellen dat de Nederlandse verzetskrantjes in 1943 uitgebreid verslag hebben gedaan van dit huwelijk tussen een ex van een volstrekt onbekende schrijver en een acteur met een hitler-snor. Net als de talloze kranten en tijdschriften in Italië, de Filipijnen, Rusland en Egypte.
Gezinnen doken ’s avonds massaal in de kast om op illegale radio’s op Londen af te stemmen en te luisteren naar het allerlaatste nieuws uit Hollywood.
Maar goed, Amerikaans of niet, het was een vermakelijke film.

19
nov

Bus

Ik zag de bus aankomen toen ik nog een flink stuk van de halte was verwijderd, een meter of honderd ongeveer, en eigenlijk zou
ik moeten rennenmaar dat deed ik niet want het was druk op straat en – laat ik het maar eerlijk zeggen – ik ren niet graag voor iets, tenzij het een bal is en ik mogelijkheden zie om een goal te scoren. En dus wandelde ik rustig de trap op naar het platform. Toen ik uiteindelijk dan toch maar een beetje begon te versnellen omdat ik me realiseerde dat ik eigenlijk wel heel graag deze bus wilde halen aangezien deze nóg sneller op Centraal Station is dan de 33, begon de richtingaanwijzer te knipperen en gaf de chauffeur gas. Ik hield in. Dat bedoel ik dus, dacht ik, daarom ren ik nooit voor iets tenzij het een bal is.
En ik had het nog niet gedacht of de bus stopte en het knipperlicht doofde. Ik kwam weer in beweging, weifelend, vertrekt hij nou of niet? en toen seinde de chauffeur eventjes kort met groot licht waarmee hij zei: ‘Ren nou maar gewoon even een stukje, gozer, dan wacht ik op je.’
En dus begon ik te rennen, ook al viel er met de grootst mogelijke fantasie geen doelpunt te scoren.

 

18
nov

Zwerm

Ik zag een zwerm duiven vliegen met daartussen één witte. De zwerm vloog in ronde, vloeiende bewegingen alle kanten op zonder uiteen te vallen.Links, rechts, omhoog, omlaag en uiteindelijk scheerde hij met een scherpe bocht vlak langs de flat in de richting van het Buikslotermeerplein.
Beneden, op het terrein waar midden in het veld een zeilboot op het droge staat en sinds kort ook een caravan inclusief voortent waarnaast bijna iedere avond een houtvuurtje brandt – liep een bruine hond. Een mannetje, vond ik. Hij leek ergens naar op zoek, speurde in het hoge gras. Ik nam een slok koffie, een trek van mijn sigaret en zag de hond weglopen met een konijn in z’n bek. Hij liep langs het hek, voorbij de composthoop en begon een paar meter naast de moestuin te graven. Daarna legde hij het konijn in de kuil en duwde met zijn neus het zand terug. Ziezo.
Hij liep een stukje langs het water, in gedachten verzonken zo leek het. Toen klonk er een fluitje. Hij hield in, richtte zich op, keerde om en rende in een drafje naar de caravan met de voortent.

17
nov

Thamel

Ongeveer zeven jaar geleden arriveerde ik op het vliegveld van Kathmandu. De aankomsthal was klein. Overal krioelden mensen, ik torende boven alles en iedereen uit, Nepalezen klampten mij aan en keken mij na, kijk die gekke, lange man. Ik zocht een bagageband waar ik mijn rugtas kon terugvinden. In mijn herinnering was er één bagageband. Er stonden honderden mensen omheen. Kleine vrouwtjes tilden dozen zo groot als koelkasten van de band en droegen het op de rug naar de uitgang. Ik heb de neiging mij in dit soort situaties ernstig zorgen te maken over van alles en nog wat. Maar in dit geval haalde ik even diep adem, zocht een plek aan de rand van de hal, nam plaats op een hek en stak een sigaret op. Ik overzag de chaos en bleef rustig. Een man kwam naar mij toegelopen en vroeg waar ik op wachtte. Ik zei dat ik mijn rugtas zocht. Hij vroeg naar mijn vluchtnummer, waar ik vandaan kwam en hoe mijn tas eruit zag. Vijf minuten later kwam hij terug met mijn bagage. Daarna stapte ik bij die lieve man in de taxi. We reden door de chaos van toeterende autootjes naar mijn hostel in Thamel, ik keek naar buiten en zag een hond en een aap elkaar recht in de ogen aankijken.

14
nov

V.v. vroeger

Vanaf mijn balkon heb ik uitzicht over het terrein waar voorheen voetbalvereniging DWV zat. Ik loop er vaak langs, soms helemaal om het terrein heen. Veel populieren, de doelen op het veld staan er verloren bij, het gras is hoog, hier en daar houten reservebankjes. En die geur; een combinatie van nat gras en bomen en bladeren.
Om het hoofdveld staan hoge houten tribunes. Ik zie reclameborden van onbekende bouwbedrijfjes, hoge hekken bij de ingang en naast de poort een heel klein hokje met een venster waar toegangskaartjes werden verkocht voor de wedstrijden van het 1e elftal.
Het doet me denken aan Reiger Boys, mijn oude voetbalvereniging in Heerhugowaard, die tot een jaar of vijftien geleden ook op zo’n schitterend complex voetbalde.
Als ik langs het oude terrein van DWV loop en de geur van gras, bomen en bladeren ruik, denk ik aan jaren geleden, dat ik bij mijn vader ging kijken die keeper was in een elftal van allemaal oude mannen die toen de leeftijd hadden die ik nu heb. De hele dag voetballen, vriendjes om me heen, iedereen blij, de warme kantine, de barkeeper die twee vingers miste.
Veel mensen zijn er niet meer, de vereniging is verhuisd, op het terrein staat nu een zwembad. Laatst was ik weer even bij Reiger Boys, op het nieuwe terrein, en daar kwam ik in die moderne, nieuwe kantine een informatieboekje tegen waarin het technische beleid en toekomstvisie van de vereniging uiteen werd gezet.

Deze zomer kreeg ik een brief van Stadsdeel Noord. Het terrein van DWV wordt de komende anderhalf jaar niet gebruikt, dus als wij, de omwonenden, die velden wilden gebruiken voor interessante alternatieven, dan konden we daarvoor een plan indienen.
Ik heb niets ingediend. Andere mensen wel. Eén van de velden wordt een cricketveld, een ander veld wordt een speelterrein voor honden. De kantine wordt een anti-kraak woning. Kun je nog geweldiger wonen dan in een oude voetbalkantine? Het lijkt me onmogelijk.
Ik heb spijt. Ik had ook een plan moeten indienen. Een A4’tje met maar één woord erop: Vroeger.
Oftewel, we houden één veld volledig intact. De doelen blijven staan, de netten laten we hangen. Iedere zaterdag wordt er op vers gemaaid gras een wedstrijdje gespeeld en staan er shag-rokende oude mannetjes langs de hekken. Al mijn vriendjes zijn er ook, en ik loop met een bal onder mijn arm langs het veld, ruik de geur van gras, bladeren en shag, kijk naar mijn vader die tussen de palen staat en vraag me af wat we vanavond zullen gaan eten.

13
nov

Show

Ik droomde vannacht dat ik in de Jordaan Stone Gossard – de gitarist van Pearl Jam – tegen het lijf liep. ‘Hey Rob,’ zei hij, ‘we spelen vanavond in de Ziggo Dome, heb je wellicht zin om een paar nummers mee te spelen?’
Ja, daar had ik wel oren naar. We dronken wat in een café om de hoek en we bespraken de show van die avond. Stone Gossard deed er nogal luchtig over. Na een paar biertjes stond hij op en gaf me het adres van het hotel waar zij verbleven, plus kamernummer, en hij zei: ‘Tot vanavond.’
Een paar uur later meldde ik mij in het hotel en ging op zoek naar het kamernummer. Nergens te vinden. Ik werd nerveus, rende alle verdiepingen af. Verdomme. Verdomme! Ik sloeg met mijn vuisten op de muren en deuren.
Zal je altijd zien. Kún je een keer met je favoriete band optreden in de Ziggo Dome, kun je het kamernummer niet vinden.
Nou ja, het was al met al een tamelijk onrustige nacht. Mijn vriendin maakte me uiteindelijk wakker omdat ik draaide en woelde en hardop praatte, het was rond een uur of half vijf. En ik kon de slaap natuurlijk niet meer vatten omdat ik nadacht over de frustratie en woede in die hotelgang en als vanzelf daalde ik af naar die vreselijke zwarte pieten-discussie, die begint te ontaarden in de grootste ontmaskering van intelligente volwassenen ooit. En waarbij de kinderen zich opstellen zoals de volwassenen dat zouden moeten doen; flexibel, schouderophalend en iedere nieuwe situatie accepterend alsof er niets aan de hand is.
Dit is zo’n voorbeeld van een stampvoetende volwassene, een man die last heeft van een houding die ik bij veel mensen zie, vooral bij jongeren denk ik soms; ik wil iets en wel nú en op míjn voorwaarden en als dat niet gebeurt, word ik gek! Zelfs als het gaat om het veranderen van eeuwenoude tradities die zich niet binnen een jaar laat wegvagen, omdat tradities nou juist bekend staan om hun blijvende, vastgeroeste karakter, de belangrijkste reden dat het überhaupt een traditie geworden is, per slot van rekening.

12
nov

Politie

In Arnhem hebben een paar buurgenoten vorige week twee kerels in elkaar gemept omdat ze dachten dat zij de daders waren van een poging tot inbraak. Toen de politie de twee hadden ontzet, bleken de buurgenoten de verkeerden te grazen te hebben genomen.
Mensen zijn het gesodemieter zat en lossen het zelf op, zo gaat dat. Een paar weken geleden werd er bij ons in het gebouw ook ingebroken. Ik kwam vroeg in de ochtend een paar agenten tegen in de lift, ze kletsten over de verhuizing van de mannelijke agent. Het was allemaal zo koddig. Je krijgt niet het gevoel dat die agenten bezig zijn met het oplossen van een probleem. Ze waren vooral bezig met hun eigen dagelijkse sores.
Beneden in de hal zat de buurman waar was ingebroken te wachten op een bankje. In zijn handen had hij een hockeystick. Hij keek vragend naar de agenten, zij haalden hun schouders op en schudden het hoofd. Niemand gevonden.
Een aantal jaar geleden zag ik eens vanaf mijn balkon twee politiebusjes in de fik staan en niet lang daarna iemand met een trainingsbroek en t-shirt in de richting van het park rennen. Het was middernacht en het vroor. In het park reed een politiewagen met zoeklicht. Die gozer zag de politiewagen en rende de andere kant op. Ik belde de politie. Ik kon de agenten zo in de richting van dat verdachte mannetje sturen. Oké, zei de telefoniste, bedankt voor je telefoontje. Nooit meer wat gehoord.

10
nov

Kramp

In de bus zat ik naast een man die krampachtig probeerde te voorkomen dat onze benen elkaar zouden raken. Zelfs bij de meest scherpe bochten hield hij zich stevig vast en bleef bewegingloos op zijn plek zitten, wat nogal onnatuurlijk overkwam. Toen ik in de andere bocht zijn kant opschoof, liet ik me lekker gaan. Mijn been drukte tegen de zijne, mijn arm tegen die van hem.
Bij de eerstvolgende halte na de IJtunnel stapte hij uit. Ik stelde me voor dat hij nog lang niet op de plaats van bestemming was gearriveerd en alleen maar was uitgestapt omdat hij mijn aanrakingen niet langer verdragen kon.
Ik kocht bij de Jumbo brood en wilde afrekenen, maar het meisje bij de kassa had een bordje op de rolband gezet waarop stond dat deze kassa ging sluiten.
Het was erg druk. Bij de twee kassa’s die wel open waren stonden lange rijen. Ik legde mijn brood op de band naast het bordje en vroeg aan het meisje of ze wilde afrekenen omdat het nogal druk was en het misschien niet zo’n goed moment was om juist nu een kassa te sluiten.
Ze keek zwijgend naar de rijen bij de andere kassa’s, pakte mijn brood, scande het en zei: ‘één euro zestig.’

07
nov

Sneeuw

Ik luisterde deze week naar de plaat Pink Moon van Nick Drake. Jaren geleden hoorde ik eens een nummer van hem, in de film Garden State, en nu pas ontdekte ik dat die plaat veertig jaar oud is. Hij stierf toen hij zesentwintig jaar was, depressief, liggend in bed in zijn slaapkamer van zijn ouderlijk huis. Pink Moon nam hij in twee dagen op. In het eerste nummer klinkt een piano, bij de andere nummers hoor je alleen zijn stem en gitaar. Heel mooi. Al moet ik zeggen dat dat mompelende zingen soms op mijn zenuwen werkt, maar nu ik weet waarom hij zo zingt en waarom hij zingt waarover hij zingt en hoe hij zich toen voelde, kan ik het ineens meer waarderen. Dat is vreemd en misschien niet eerlijk, maar zo werkt dat soms bij mij. Dat heb ik ook met Layne Staley, de zanger van Alice in Chains. Sinds ik weet dat hij zwaar depressief was en eenzaam stierf op de bank in zijn kleine appartement met de televisie op sneeuwbeeld, begrijp ik zijn teksten beter en vind ik de muziek nog mooier dan voorheen.

06
nov

Passeig del Born

Afgelopen zomer vloog ik met een paar vrienden naar Barcelona om een festival te bezoeken waar Band of Horses speelde. Het festivalterrein bevond zich aan de rand van de stad, aan het eind van de boulevard, op loopafstand zo leek het, en dat was het ook, maar dan wel een loopje van twaalf kilometer. We arriveerden anderhalf uur later dan we hadden gepland, bezweet en moe.
Op het festivalterrein verkochten ze eet- en drankbonnetjes waarbij je van tevoren moest je bepalen wát je wilde eten en drinken. Ze verkochten bonnetjes voor patat, bonnetjes voor hamburgers, bonnetjes voor worsten en bonnetjes voor fruit. Daarnaast verkochten ze bonnetjes voor bier, bonnetjes voor sterke drank, bonnetjes voor wijn en bonnetjes voor water. Het was allemaal niet zo handig, op z’n zachtst gezegd.
De volgende dag zouden we opnieuw naar het festival gaan, John Butler Trio zou spelen die avond, maar we vonden een fijn cocktailbarretje aan Passeig del Born, waar we rum-cola’s dronken en daarna vertrokken we naar een restaurantje waar ik jaren geleden ook was geweest en dat in mijn herinneringen veel lekkerder was dan in de werkelijkheid.

05
nov

Marken

We stonden in Marken in een winkel waar klompen werden gemaakt. Er stonden toeristen om de machine heen, waar een blonde vrouw een verhaal vertelde over klompen. Een verhaal uit het hoofd, met hier en daar een voorgeprogrammeerd geintje. Japanners, Amerikanen, Spanjaarden, Nederlanders. Rijen dik. In de winkel stond een houten kar waar stroopwafels werden gebakken en in blauw-witte trommeltjes werden verkocht voor 5 euro. Achter de kar stond een Aziatisch meisje gekleed in Markense klederdracht. Ik voelde mij een toerist in eigen land en werd er enthousiast van. Ik stond voor de enorme verzameling koelkastmagneten en had er bijna eentje gekocht maar realiseerde mij op tijd dat mijn koelkastdeur een houten front heeft.
We liepen een rondje door het dorp. Ik dacht aan al die keren dat wij vroeger tegen Marken moesten voetballen en dat we zelden wonnen. En aan die keer dat onze verdediger tegen zijn hoofd werd geschopt door een spits die ze niet helemaal op een rijtje had.