Blog

05
nov

Marken

We stonden in Marken in een winkel waar klompen werden gemaakt. Er stonden toeristen om de machine heen, waar een blonde vrouw een verhaal vertelde over klompen. Een verhaal uit het hoofd, met hier en daar een voorgeprogrammeerd geintje. Japanners, Amerikanen, Spanjaarden, Nederlanders. Rijen dik. In de winkel stond een houten kar waar stroopwafels werden gebakken en in blauw-witte trommeltjes werden verkocht voor 5 euro. Achter de kar stond een Aziatisch meisje gekleed in Markense klederdracht. Ik voelde mij een toerist in eigen land en werd er enthousiast van. Ik stond voor de enorme verzameling koelkastmagneten en had er bijna eentje gekocht maar realiseerde mij op tijd dat mijn koelkastdeur een houten front heeft.
We liepen een rondje door het dorp. Ik dacht aan al die keren dat wij vroeger tegen Marken moesten voetballen en dat we zelden wonnen. En aan die keer dat onze verdediger tegen zijn hoofd werd geschopt door een spits die ze niet helemaal op een rijtje had.

04
nov

Haar

Ik was op een festival in Paradiso en toen the Mispers speelde, stond er een groepje achter ons – twee kerels een vrouw – waarvan één van die gasten een paar keer heel hard begon te schreeuwen. De vrouw en de man die naast hem stonden moesten er om lachen, de rest van de mensen niet.
Het was een man van een jaar of veertig, misschien wat ouder, en hij leek me een type dat er sinds lange tijd weer eens uit was en zich gedroeg zoals hij dat vroeger deed, in de veronderstelling dat dat nog steeds grappig was. Hij ging maar door met dat geschreeuw en hysterische gelach.
Het bandje dat dwars door zijn geschreeuw heen speelde, was jong en kwam uit London en de zanger ging voortdurend met zijn handen door z’n haar. Een paar uur later speelde Spoon. Het geluid was bij de eerste drie nummers niet heel goed, de zanger maakte zich daar erg kwaad over en ik kreeg het idee dat hij zich daar niet meer over heen kon zetten.
’s Nachts, toen ik naar huis fietste vanaf de pont, reed ik door het parkje, langs het verlaten benzinestation en ik hoorde een merel zingen alsof het lente was.

03
nov

Ongewoon

De klep ging omhoog, de pont maakte zich los van de kade en we voeren een paar meter richting Noord. Ik keek op mijn telefoon, las een e-mail, schudde mijn hoofd. Vanuit mijn ooghoek zag ik iets ongewoons en ik keek op. Het cruiseschip voer tussen ons en de overkant in, traag, log en indrukwekkend, als een walvis. Althans, dat kan ik me zo voorstellen, ik bedoel, ik heb nog nooit een walvis in z’n natuurlijke omgeving gezien. Wel een dolfijn. En ook een krokodil.
Op het dek leunden passagiers op de reling en zwaaiden naar ons. Vanaf de pont zwaaide alleen een wat oudere vrouw terug, ze glimlachte erbij.
Op een van de hoogste etages van het schip bevond zich een fitnessruimte. Een man stond op een loopmachine waarbij je van die meebewegende handvaten vasthoudt. Terwijl hij liep zonder vooruit te gaan, keek hij strak voor zich uit, waarschijnlijk over het Centraal Station in de richting van de Dam waar toen een kermis stond met een vrij hoog reuzenrad en waarschijnlijk vreselijke rotmuziek.

31
okt

Ze doet moeilijk

Gisterochtend zag ik een Roemeense straatmuzikant bij de bushalte staan. Hij had zijn zwarte gitaartas tegen de bushalte gezet. Bijna iedereen moet ’s ochtends naar zijn of haar werk en Roemeense straatmuzikanten vormen hierin geen uitzondering.
Hij stond aan de overkant van de weg, we stonden lijnrecht tegenover elkaar. Er schoof een bus tussen ons in aan zijn kant van de straat. Hij was even aan het zicht onttrokken. Toen de bus wegreed, kwam de man weer tevoorschijn.
Ooit schreef ik eens een Nederlandstalig liedje, het heette ‘Ze doet moeilijk’. Het bestond uit vier akkoorden. De tekst was niet slecht, al zeg ik het zelf. Op een zomernacht stonden er eens een paar vrienden onder mijn raam te roepen dat ik het nummer moest spelen. Ik was nog wakker, schoof het raam open, pakte mijn gitaar en speelde het nummer voor de jongens die beneden op straat als ware het een omgekeerde serenade. Er kwamen steeds meer mensen langs, tientallen, honderden, ze bleven allemaal staan en luisterden. De jongens zongen het refrein mee. Toen ik klaar was klonk er applaus. Daarna klommen enkele aantrekkelijke, schaarsgeklede vrouwen via de regenpijp omhoog en drongen mijn woning binnen, waarna ik hen een drankje aanbood terwijl het publiek beneden om een toegift smeekte.
Of nou ja, zo ongeveer moet het gegaan zijn, min of meer. Wellicht komen bepaalde details niet helemaal overeen met de werkelijkheid, maar wat is de werkelijkheid waard als het om herinneringen gaat?
Intussen stopte er aan de overkant van de straat een bestelbusje met een wit kenteken. Toen ‘ie weer vertrok was de Roemeense straatmuzikant verdwenen.

30
okt

Amed

Soms kan ik onnoemelijk veel terugverlangen naar een heel specifiek moment. Gisterochtend had ik dat naar dat moment dat ik in Amed op het strand lag. Het was half tien in de ochtend. De zon glinsterde op het water, rechts rees de rotswand op uit de zee. Ik lag op het zwarte zand, zo nu en dan kwam er een visser terug van de zee, stuurde zijn boot op het strand, sprong er vanaf en trok hem op het droge.
Ik keek uit over de rustige, kalme zee. Vissen sprongen uit het water. Af en toe zwom ik wat om af te koelen. Ik dacht na. Ik snorkelde. Er was niets aan de hand. Twee uur later zou ik een Bintang drinken. Alles was perfect.
Gisterochtend dacht ik dus aan dat moment en de melancholie sneed dwars door mijn lichaam en ik heb geen idee waarom, want zo perfect was alles toen nou ook weer niet.

29
okt

Roots

Toen ik een jaar of tien was, zat ik tijdens het speelkwartier bij een klasgenootje op z’n nek. Dat was grappig totdat ik er vanaf donderde, met mijn gezicht plat op de grond. Mijn linker voortand brak af, ik liep wekenlang met een halve tand rond en daarna kreeg ik een wortelkanaalbehandeling.
Nu, zo’n 27 jaar later, heb ik opnieuw last van die tand. Het lijkt erop dat de wortel is gebroken. De tandarts stuurde me door naar een implantoloog. De implantoloog keek erg moeilijk, gaf me complimenten over de rest van mijn gebit, begon over een behandelplan en liet mij allerlei dingen zien, waaronder een titanium wortel die hij in mijn bovenkaak wil schroeven.
‘Wat kost dat?’ vroeg ik.
‘Dat komt bij elkaar op zo’n vierendertighonderd euro,’ zei hij.
Ik heb in mijn leven slechts drie keer meer dan drieduizend euro aan iets uitgegeven. Twee keer aan een huis en één keer aan een oranje Volkswagen T2 camperbusje.
Mijn wettelijk verplichte zorgverzekering met aanvullende dekking vergoedt slechts tweehonderdvijftig euro per jaar. Dat betekent dat ik ruim drieduizend euro uit eigen zak moet betalen voor een nieuwe tand. Als ik te lang wacht met deze ingreep zal de ontsteking mijn bot wegvreten waardoor over enkele jaren mijn voortand eruit valt. Of meerdere tanden.
Ik beschik niet over drieduizend euro. Ik heb niet eens de helft. Ik kan de ingreep niet laten uitvoeren. Ik heb dit jaar driehonderdzestig euro wettelijk verplichte eigen risico aan mijn zorgverzekeraar moeten betalen. Soms lees ik berichten dat zorgverzekeraars per jaar miljarden euro’s winst maken.
Mij bekruipt het gevoel dat dit systeem niet helemaal klopt.

28
okt

Gekweekt

Zondag zaten we te lunchen in De Ceuvel. Die plek is zo hip dat je bijna tegen de pretentie kunt aanleunen. Je zit daar op autobanden en eet omeletten met champignons die speciaal zijn gekweekt in containers. Dat zeggen ze. Het valt niet te controleren. Je luistert ernaar, je knikt en gaat er vanuit dat het klopt.
Iedereen die daar werkt, heeft warrig haar en ziet er ongewassen uit; het is allemaal onderdeel van het concept. Ik kom er graag.
Terwijl ik de omelet met speciaal in containers gekweekte champignons at, viel er een meisje in het water. Ze moest huilen en rende naar haar moeder. Vijf minuten later viel er nog een meisje in het water en ook zij moest huilen en rende ook naar haar moeder. Het bleek dezelfde moeder te zijn. Zij was tien minuten geleden met haar kinderen gearriveerd en had inmiddels twee drijfnatte dochters naast haar tafel staan. De lol was er zogezegd wel vanaf. Ze vertrokken.
Niet lang erna vertrokken wij ook. We gingen naar de supermarkt en kochten daar voor precies €11,11 diverse producten.

24
okt

Gebouw

Alle inwoners van het nieuwe gebouw waarin ik woon, worden vanaf de oplevering geteisterd door het afgrijselijke geluid van een boor. Het gaat hier niet over iemand die een schilderijtje ophangt, nee, het is een zwaar, diep boorgeluid, dat vanaf een uur of half acht ochtends tot ’s avonds laat met tussenpozen weerklinkt, door merg en been gaat, vooral op die momenten dat mijn jongste zoon een middagslaapje doet, of – minstens net zo vervelend – als ík een middagslaapje doe.
Het geluid drijft me tot razernij.
Niemand weet waar het vandaan komt. Laatst stond de onderbuurman met een wild gezicht voor mijn deur. Hij dacht dat ik de veroorzaker was. Samen gingen we op zoek naar de bron van het geluid, tot vijf verdiepingen boven de mijne, maar we vonden niets, alleen bewoners die er ook last van hadden en ook niet wisten waar het vandaan kwam.
De verhuurmaatschappij weet ook van niets en reageren traag op mijn klachten en die van anderen. Terwijl overduidelijk de huisregels worden overtreden, die door hen zijn opgesteld en door hen gehandhaafd dienen te worden.
Waarschijnlijk zal dit passieve, arrogante gedrag onmiddellijk omslaan in een assertieve houding, inclusief effectieve maatregelen en dreigementen, als ik binnenkort – als een signaal – de huur niet betaal.

Woensdagavond zagen we de film ‘The One I Love’ waarin het verhaal wordt verteld van een stel die een weekend verblijven in een schitterend landhuis, om daar aan hun relatie te werken. Al snel komen ze op dat landgoed dubbelgangers tegen van hun eigen partner. Maar dan dus wel de perfecte versie van hun eigen partner. Heel verwarrend en geinig allemaal, zeker als je het zo op het scherm ziet. Maar ‘s nachts lag ik wakker van die aanhoudende hoest – die nu al voor de vierde keer binnen een half jaar is teruggekeerd, trouwens – maar dat niet alleen, ik zag ook allerlei verschillende uitvoeringen van mijn vriendin. Perfecte, niet perfecte, gewone, bloedirritante, romantische, onaantrekkelijke en extreem mooie versies van haar. Erg verwarrend allemaal, zeker als het gebeurt in dat vage gebied tussen wakker zijn en slaap, waardoor het geen droom is maar ook geen realiteit. Nou ja, je zult begrijpen, ik werd nogal verward wakker, de volgende ochtend.

22
okt

Perfecte kunst

1. Zaterdagavond fietste ik naar het Concertgebouw. Het was warm. Er stond een rij voor de ingang, links en rechts drongen oudere mensen voor. Eenmaal binnen liet ik niemand meer voordringen en dat leverde verontwaardigde blikken op.
Augustin Hadelich (30) speelde Mendelssohns Vioolconcert. Rillingen over mijn lichaam. Schitterend.

2. Zondag waren we op het strand. Het waaide hard, er waren veel kytesurfers op zee. We lunchten in een hotel waar een expositie met 47 kunstwerken plaats had. Er hingen prachtige werken, maar ze deden mij niets. Ik werd er niet boos van, niet blij, niet geirriteerd, niet verdrietig. Perfecte kunst zonder emotie; waardeloos vind ik dat.

3. Als ‘s ochtends de wekker gaat, snooze ik heel vaak een paar keer. Mijn vriendin rekende uit hoeveel uur slaap ik daarmee misloop. Als ik de wekker iets later zou zetten en dan gelijk mijn bed uit stap, pak ik per week vier uur slaap extra.
Kijk, daar heb ik wat aan.

4. Ik twitterde laatst dat ik drie boeken tegelijk aan het lezen was. En terwijl ik daar over nadacht kwam ik erachter dat ik vijf (5) boeken tegelijk aan het lezen ben. Dat is te veel. Er moet iets gebeuren, want zo kan het echt niet langer.

17
okt

Ouderen

1. Een paar weken geleden waren we bij een optreden van Asaf Avidan, een talentvolle Israëlische gozer, klein van stuk en met een opmerkelijk Amerikaans accent.
We luisterden veel naar zijn muziek op Bali en op de Gili’s. Op de Gili’s verbleven we in een guesthouse die Woodstock heette en waar de bungalows waren vernoemd naar bands uit de line-up van Woodstock ’69. Wij zaten in Joe Cocker.
Het optreden van Asaf Aidan vond plaats in de schouwburg van Den Haag. De hele zaal zat vol maar naast ons bleven twee stoelen onbezet. Ik bedacht dat als Asaf Avidan zou beginnen en de stoelen nog leeg zouden blijven, wij ons naar die twee stoelen zouden verplaatsen. Dus toen hij begon, schoof ik langzaam naar links, en precies op dat moment schoot de oude vrouw van rond de zeventig naar voren en riep: ‘Niks daarvan! Deze plekken blijven vrij. Dát zijn jullie stoelen!.’ En ze wees naar onze stoelen, met felle, boze, Duitse gebaren.
‘Zo is het,’ zei haar buurvrouw, ook zo rond de zeventig.
‘Omdat u het zo vriendelijke vraagt, asociaal mens,’ zei ik vriendelijk en ik schoof weer terug op mijn eigen plaats.

2. Het valt me de laatste tijd op dat veel oude mensen zich erg ontevreden gedragen. Zoals die twee vrouwtjes hierboven. Laatst had ik ook zoiets in de Xenox. Er stond een rij van vier mensen voor de kassa en iedereen stond geduldig te wachten, maar de mensen achter mij, een stel zestigplussers, sisten tegen elkaar:’Hebben ze verdomme maar één kassa open, terwijl ze achterin de winkel met elkaar zitten te ouwehoeren. Het is toch niet te geloven.’

3. In de supermarkt rijden ouderen mij vaak aan met hun winkelkarretjes.

4. In de flat waar ik woon, wonen heel veel lieve, aardige oude mensen. De oude vrouwtjes zijn helemaal gek van mijn kinderen. Als mijn jongste zoon van anderhalf hen ziet, zegt ‘ie altijd: ‘Hoi!’ Dat vinden ze prachtig. Als we uit de lift stappen, zegt ‘ie: ‘Doei!’ En dat vinden ze ook schitterend.

16
okt

Sindsdien

1. Vandaag precies een jaar geleden kwam mijn tweede roman uit, De nacht van Lolita, en er is sindsdien veel gebeurd. We zijn verhuisd, uit elkaar gegaan, hebben de verjaardag van onze zoons gevierd, ik ben een maand naar Bali geweest en ben – voor de zevende keer in zes jaar – weer verhuisd.
Sinds de verhuizing: heb ik mijn tafel geschilderd alsmede mijn lage kast waarop vroeger een TV stond; heb ik een groot Ganesh-beeld gekocht omdat het me zo aan Bali deed denken; stond ik vaak in gedachten verzonken op het balkon; rookte ik de ene sigaret na de andere; maakte ik me kwaad over het leven; sliep ik diepe slapen; droomde ik levendige dromen en kocht ik een Oosters tapijt waar ik heel erg aan gehecht ben geraakt.
Intussen drink ik weer rode wijn, terwijl ik daar toch wel een aantal jaren mee was gestopt, uit principiële overwegingen.

2. Zoals u kunt zien neem ik hier de zaken puntsgewijs met u door, wederom, zoals ik eerder deed, zo ongeveer een jaar geleden. Het is makkelijker, ik hoef niet overal een afgerond verhaaltje van te maken. Het is een beetje lui, dat geef ik toe, maar als íemand lui mag zijn, ben ik het wel, heb ik besloten. Ik ben namelijk drukbezet. Ik schrijf aan een roman, er moet een show voorbereid worden, ik wil graag tijd doorbrengen met mijn kinderen en mijn vriendin, ik werk in loondienst, tussendoor maak ik graag tekeningen en schilderijen, ‘s avonds werk ik aan schrijf-opdrachten en in de nachten probeer ik wat te slapen.

3. Er is ingebroken bij de onderburen in onze flat. Het gebouw is nog geen half jaar geleden opgeleverd en het ontbreekt hier en daar aan inbraak-preventieve maatregelen. Er stonden laatst drie agenten in de lift. Ze spraken over Almere:
‘Ja, het is niet ideaal,’ zei de mannelijke agent, ‘en het zal wel wennen zijn, maar ik ben met de trein zó in de stad.’
De vrouwelijke agenten knikten instemmend. Zo is het.

22
sep

Knopen

Een week geleden verloor ik de knoop van mijn spijkerbroek. Het weekend erna was ik in de V&D en vroeg ik aan een heel klein mannetje of ze knopen en garen verkochten en hij zei hard en boos dat ‘ze daar niet meer aan begonnen’, op zo’n manier dat ik het gevoel kreeg dat de knopen onlangs iets onbehoorlijks hadden uitgevreten, waardoor de inkopers van V&D na spoedberaad definitief hadden besloten de knopen voor eens en voor altijd uit het assortiment te weren.
Bij M&S-mode wist het meisje achter de kassa het ook niet, Francis – haar collega – had ook geen flauw idee waar ze die dingen nog verkochten, en Sandra – haar andere collega – liep met mij mee naar de uitgang van de winkel, keek onderzoekend over het winkelplein en deelde hardop haar gedachten:
‘Daar zit de Halfords,’ zei ze.
Ik knikte.
‘Daar de HEMA.’
Ik knikte opnieuw, dat was inderdaad de HEMA, het viel niet te ontkennen.
‘Ja, en daar,’ ze knikte in de richting van het hoekje van het plein, ‘daar zit Dr. Shoe, maar of die knopen heeft, dát weet ik niet.’
Ook daar hadden ze geen knopen. Maar wel heel veel sleutelhangers en diverse veters in allerlei geinige kleuren.

18
sep

Prik. Prik.

Ik moest voor een zalfje bij de apotheek in het BovenIJ-ziekenhuis zijn. Het duurde vijfenzestig minuten voordat ik aan de beurt was. De appotheek-assistent werd erg onrustig van mijn zoontje die met een autootje speelde. Het moet erg zwaar voor haar zijn geweest om een kind van 3,5 jaar zo geduldig te zien spelen tijdens een uur wachten.
Ze voerde heel veel gegevens in, in haar computer, waarbij kan worden opgemerkt dat er een direct verband leek te bestaan tussen de lange wachttijd en de snelheid waarmee ze al die gegevens in haar computer invoerde.
Een man met een grote snor kwam met woeste gebaren aan de balie staan, duwde mij en mijn zoontje opzij en propte de apotheek-assistent een formulier in haar handen.
‘Prik. prik.’ zei hij.
‘Ik prik niet, dat doen ze daar,’ zei ze, en wees naar de andere kant van hal, voorbij het restaurant, in de richting van het bordje ‘Bloedafname’.
De man werd boos en wees naar de vrouw en zei: ‘Prik. prik!’
Ik dacht aan mijn vriendin die nu drie weken in Nederland woont, alreeds haar eerste Nederlandse les achter de rug heeft en al meer Nederlandse woorden en beleefdheden kent – zoals ‘Goedenmorgen’ – dan deze boze meneer met z’n grote snor.
De vrouw wees weer naar de andere kant van de hal, de man liep boos weg, mijn zoontje wees naar de spoiler op z’n nieuwe autootje en zei: ‘Dit is een spoiler.’
De vrouw gaf ons uiteindelijk een tubetje, 3 maal daags smeren, daarna handen wassen. We gingen er vandoor en ik zag de man met de grote snor bij het restaurant staan. Hij wapperde met zijn formulier, maakte wilde gebaren naar de vrouw die daar achter de ijsmachine stond en riep ‘Prik! Prik!’

04
sep

Geloof

Ik zat op het balkon, rookte een sigaret en keek naar de zon die achter de bomen zakte. Naar de boot in het midden van het veld, de tientallen huppelende konijnen daaromheen. Een absurdistisch beeld waaraan ik de laatste maanden gewend ben geraakt.
Net als aan de dagen zonder mijn kinderen. En de dagen met mijn kinderen, druk en vol. En aan mijn lege bed, waar ik soms naar verlangde maar toen ik er eenmaal in lag maakte het me verdrietig en leeg en dwaalde mijn gedachten telkens weer af naar hoe het vroeger was en hoe het toch zo ver heeft kunnen komen en dan suste ik mezelf in het lege bed weer in slaap met de zalvende werking van de waarheid. De waarheid is soms hard, maar bijna altijd een vriend.

Hoe vaak had ik de laatste maanden op dit balkon gezeten? Op dit werkbankje, rokend en drinkend.
Altijd denken aan Hila. Waar ze zou zijn, zou ze aan mij denken, komt ze ooit naar Nederland?
En ik keek naar binnen, naar mijn bank en hoe ze daar lag. Haar haren over de bank als een waaier en een glimlach op haar lippen en ik kon het eigenlijk nauwelijks geloven.

29
aug

Antisemitisme

Ik liep afgelopen zaterdag per ongeluk langs de ‘pro-Palestijnse’-demonstratie op de Dam en de rillingen liepen over mijn rug. De agressie en haat stroomde van het plein en likten aan de schoenzolen van de tolerante, luie politieagenten die aan de rand van het plein stonden.
Ik verstond weinig van het schelle geschreeuw, maar haat en woede zijn hoorbaar, ook al versta je geen woord.

De laatste tijd wordt er door sommige moslims geklaagd over het feit dat zij de druk voelen zich te moeten uitspreken tégen de daden van IS. Waarom moeten zij zich als moslim er tegen uitspreken? En, wordt gezegd, de moslims spréken zich er ook tegen uit, maar niet-moslims willen daar niet naar luisteren.

Hier op de Dam moest je er wel naar luisteren, ik hoorde het hysterische, schelle geschreeuw al vanaf Nieuwmarkt. Blijkbaar had niemand de spreker geadviseerd over het gebruik van de microfoon, want hij toeterde als een gek récht in dat ding en dat kwam de verstaanbaarheid niet ten goede. De luidsprekers, die naast het monument op de Dam stonden opgesteld, kraakten onder het gekrijs.
De manier waarop er de laatste maanden wordt geprotesteerd tegen Israël is van een fanatisme dat ik niet veel vaker zie. Dergelijke fanatieke demonstraties zie ik niet tegen IS, niet tegen verhoging van de zorgpremie, niet tegen de corrupte bankiers, niet tegen Boko Haram.

Maar laat ik duidelijk zijn: Niemand hoeft zich van mij tegen alle vermeende onrecht uit te spreken. Joden hoeven zich niet te verantwoorden voor het gedrag van andere joden. Moslims hoeven zich niet te verantwoorden voor het gedrag van andere moslims. En katholieken hoeven zich niet te verantwoorden voor het gedrag van andere katholieken.
Maar ik verwacht over het algemeen wél dat áls een groep zich uitbundig uitspreekt tegen een bepaalde zaak, zoals bijvoorbeeld burgerdoden in het Gaza-conflict, zij deze kritische houding ook uitdragen als vergelijkbare drama’s zich in een ander gebied van de wereld voltrekken. Bijvoorbeeld in Irak. Of Syrië. Of Afrika. Of Brussel.
Ongeacht het geloof, ras, kleur of achtergrond van de slachtoffers.
Want anders ligt het antisemitisme er in dit geval wel heel erg dik bovenop. Zeker als mensen, zoals afgelopen zaterdag, de hitlergroet brengen.

Ik heb een advies voor iedereen die zich graag uitspreekt tegen de wandaden van IS en vindt dat niemand naar hen luistert: Spreek je net zo fanatiek uit als de pro-Palestijnse beweging. Dan denk ik dat iedereen luistert. Of ze nou willen of niet.