Verlaten

27 januari 2012

Ik zat vorige week in een verlaten bungalowpark te schrijven aan mijn tweede roman. Overdag schreef ik wat, wandelde ik over de heide en door bossen en zorgde voor genoeg brandhout voor de open haard. Na vijf uur mocht ik pas een borrel. Dan stak ik eerst de open haard aan en als ie goed brandde nam ik een biertje en dan begon ik pas echt. Rond half acht eten, daarna koffie en weer door. Als ik ‘s avonds buiten een sigaret stond te roken, luisterde ik naar de stilte en dacht na over mijn verhaal. Telkens als ik daar stond, ontstond er ineens weer een scène in mijn hoofd, rookte ik snel mijn sigaret op, ging ik weer aan het te lage tafeltje zitten en schreef ik verder. Het ging maar door en ik werd er zo verdomd gelukkig van. Soms zaten er konijnen naast mij in het gras, heel dichtbij. ‘s Nachts in bed werd ik wakker gehouden door muizen die over het plafond liepen. Ook heel dichtbij.

Gedicht

25 januari 2012

Altijd
is Kortjakje

Ziek

Midden in de week
maar
Zondags
Niet

Zondags
Gaat zij
Naar de kerk
Met
Een boek
Vol zilverwerk

Altijd
Is
Kortjakje

Ziek

Grijs

23 december 2011

Ik was op een begrafenis in Oostzaan. Mijn collega lag in de kist en zijn vrouw en dochters zaten er volledig verslagen bij. Ik vroeg me af hoe de man die hem had doodgereden er bij zat en hoe belangrijk het nu voor hem was om door rood te rijden. Ik voelde veel woede. Ik ben beter in staat om woede te voelen dan verdriet toe te laten, realiseerde ik me daar, op het oncomfortabele houten kerkbankje.
Er waren meer boze mensen maar nog veel meer intens verdrietige mensen.
Ik dacht eraan dat wij straks weer in de auto zouden stappen, er van weg konden rijden, het achter ons konden laten. Alsof je wakker wordt en je je realiseert dat het maar een droom was. De opluchting. En straks kerst vieren met geliefden en vrienden.
De dienst duurde ongeveer een uur. Er werden mooie dingen gezegd en natuurlijk muziek gedraaid. Daarna werd de kist door vrienden en familie naar de begraafplaats gedragen. Daar wierp de vrouw van mijn collega zich op de kist. Ik keek in de verte, naar de kale bomen en de grijze lucht. De kou was tot in mijn botten doorgedrongen. Ik rilde en dacht aan thuis.

Academica Literatuurprijs

20 december 2011

Als je de stad binnenrijdt staat samen met 9 andere titels op de longlist van de Academica Literatuurprijs 2012.

Ongezond

9 december 2011

Het was zomer en we werkten voor twee gulden vijftig per uur op het land. Bollen rapen in de polder. We lagen in lange, omgeploegde greppels en graaiden met onze handen in de aarde naar de bollen. Sommige bloembollen waren beschadigd. Het rottingsproces zorgde voor een ondraaglijke stank. Een geur die aan je handen bleef plakken als lijm. De boer rookte aan het eind van de greppel een shagje. Wij rookten ook, tijdens het werk, voorovergebogen, kruipend door de aarde. Toen we aan het eind van de greppel naast de boer stonden, vertelde hij dat niet gezond was om in voorovergebogen positie een sigaret te roken. Hij boog voorover, wees naar zijn borstpartij en zei dat met deze houding de rook in je longen bleef hangen. ‘Da’s ongezond,’ riep ie. Over de gevolgen van de voorovergebogen werkhouding, het tillen van te zware bollenkisten en de voortdurende belasting van onze jonge ruggen heeft ie het nooit gehad. Op vrijdag reden we na het werk naar de boerderij en kregen ons zakje met geld. ‘Tot maandag,’ zei de boer. ‘Tot maandag,’ zeiden mijn vrienden. Thuis stond ik lang onder de douche, rook de lucht van rotte bloembollen, kokhalsde en beloofde mezelf nooit meer op het land te gaan werken.

Stam

8 december 2011

Toen ik thuiskwam zag ik dat de grote boom in de binnentuin onder handen werd genomen. Er stond een man in de boom met een gordel, een veiligheidskabel en een kettingzaag. De hoogste takken waren al verwijderd, ik zag alleen nog een kale stam. Hij zaagde stukken stam af, omarmde het afgezaagde stuk, draaide zijn bovenlichaam en liet ze vallen. De stukken hout kwamen met een doffe bons achter de schutting terecht, uit het zicht. De boom was binnen een middag verdwenen. Nooit meer gezien.

Geluidjes

7 december 2011

Elf maanden geleden lag mijn zoon in het bedje, zijn huid gaaf en nog wit van het huidsmeer. Hij droeg een mutsje van het ziekenhuis. We keken elkaar aan. Ik had 48 uur niet geslapen maar voelde geen vermoeidheid. Ik zat twee uur lang naast hem, hij huilde geen moment en we keken naar elkaar. Hij maakte geluidjes. Ik maakte geluidjes.

Ian

6 december 2011

In de eerste scène van de film Control zie je een jonge Ian Curtis van rechts het beeld binnenlopen. Handen in zijn zakken, hoofd gebogen. Op de achtergrond een depressieve, grijze wijk. Even verderop spelen een paar jongens een pot voetbal. Iemand schiet de bal het veld uit en de bal rolt in de richting van Ian. ‘Schiet de bal, Ian! Schiet de bal eens terug, wil je?’ roepen de jongens. Maar Ian reageert niet, de bal rolt voor hem langs en hij sloft het beeld uit. Eén van de beste openingsscènes ooit.

Vriendin

5 december 2011

Het meisje sprak met haar vriendin, rookte onhandig een sigaret, korte haaltjes. Ze had een dun gezicht, met lang, stijl haar en ook haar lichaam was dun. Ze lachte veel en keek naar niemand anders dan de vriendin waar ze mee sprak. Die vriendin dronk bier uit een flesje. Ze zei iets tegen het dunne meisje en ze moesten allebei lachen. Toen ging ze naar de wc en het dunne meisje keek haar na en glimlachte.

Dicht

2 december 2011

We liepen het café binnen, deden onze jassen uit, hingen ze over de stoel. Er zaten een paar mensen aan de bar en even verderop nog twee aan een tafeltje. ‘We zijn dicht hoor,’ zei de barman. Ik keek hem aan, daarna naar de mensen aan de bar, die heel samenzweerderig terugkeken. ‘We zijn dicht hoor,’ zei hij weer, nu met een nog irritanter gezicht dan net. Hij leunde tegen de tap, met zijn linkerhand in zijn zij.
‘Maar hoe ben ik dan in godsnaam binnengekomen?’ vroeg een vriend. En ik vond dat een goede vraag.