26
feb

Egelantier

Maandag verscheen er een aalscholver aan de oppervlakte met een vis in zijn snavel.
De achterbuurvrouw roept iedere avond haar kat binnen.
De Westertoren speelt elk kwartier een deuntje, de blauwe bol in de top is van een mooi soort blauw, vind ik.
Om de hoek zit een fijn cafe, waar ik graag kom, waar je als je buiten op het bankje zit zo bij het huisje ertegenover naar binnen kunt kijken. Een paar maanden geleden zat ik er ook en toen had de vrouw een dikke buik. Nu is er een baby, zag ik zondag. En aan tafel zat een peutermeisje. Ze zwaaide en trok een gek gezicht.

Gisteren werd er aangebeld. Niemand reageerde op mijn ’Hallo’ en ik kon via het schermpje niet zien wie er voor de deur stond. Later hoorde ik de buurman met iemand praten.
’Bedankt hè.’
’Ja joh, geen probleem.’

Aan de overkant van de gracht woont op de tweede verdieping een onrustige jongen. Hij loopt veel heen en weer, stapt zo nu en dan op het kleine balkon, maakt foto’s met z’n telefoon. Hij kijkt veel op z’n horloge en soms danst ’ie. Er komt regelmatig een man bij hem over de vloer.
Als ik op het balkon zit, kijkt de achterbuurvrouw me vaak vanachter het glas aan. Ze heeft lange grijze haren, ze lijkt op de hippie-vrouw uit Into The Wild en telkens als ik haar zie kijken, hoor ik haar denken: Wat rookt die jongen toch veel. En waar denkt hij nou toch de hele tijd over na?

Reacties ( 0 )

    Leave A Comment

    Your email address will not be published. Required fields are marked *