27
nov

38ste minuut

Ik zag de man liggen, plat op zijn gezicht en ik dacht dat het een pop was. Zijn armen lagen in een onnatuurlijke houding naast zijn lichaam. Een fractie van een seconde daarvoor was hij gevallen, een fractie van een seconde daarvoor was ik nog euforisch.
Vrienden van de man schreeuwden naar de stewards die in de hoeken van de gracht stonden. Een steward liep erheen, keek nog eens goed (ligt daar een mens?), zette een paar stappen dichterbij en rende weg. Hij was in paniek, liep de verkeerde kant op, richting het veld. Zijn collega durfde niet dichterbij te komen. Dat snapte ik. Ik zat vijftig meter van de man vandaan en ik zag een vlek bloed waar normaal iemands hoofd zat en ik zou willen dat ik honderden meters verderop had gezeten, dat ik het nooit had gezien.
’Waar is zijn hoofd?’ vroeg mijn maat.
Er kwam iemand van de medische dienst. Hij probeerde man om te draaien. Uit zijn bewegingen sprak twijfel.
Er werd gescoord. Aan onze kant van het stadion juichte bijna niemand.
Dit ga ik nooit meer vergeten, dacht ik telkens. Dit ga ik nooit meer vergeten. Dat beeld van dat lichaam, dat hoofd, die plas bloed.
Ik twitterde er iets over. Waarom?
In de rust kwamen er meer mensen bij, mannen in pak, een ambulance, een arts-auto. Boven de man hing iemand over de reling. Hij sloeg voortdurend met zijn handen op het beton en schreeuwde naar zijn vriend die vijf meter lager lag.
Vak 127. Ik heb drie seizoenen in dat vak gezeten. Er zitten daar veel mensen waar ik liever met een boog omheen loop. Het zal wel drugs zijn, en drank, dacht ik, hoe kun je anders over die reling vallen?
Je weet het niet. Misschien was de man een lieve vader van twee zoons. Een man die weer eens naar Ajax ging, net als vroeger, net als ik. Een beetje overmoedig, beetje uitsloven voor z’n vrienden, boem.
Vannacht lag ik in bed en telkens zag ik die man weer liggen, die man zonder gezicht.

Reacties ( 0 )

    Leave A Comment

    Your email address will not be published. Required fields are marked *